Willem Frederik Hermans

Uit Wikiquote
Ga naar: navigatie, zoeken
W.F. Hermans in 1986
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo-v2.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Willem Frederik Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995) was een Nederlands schrijver, en tevens een fysisch geograaf.

Ik heb altijd gelijk, 1951[bewerken]

  • „Ik heb altijd gelijk.”
  • Bron: Lodewijk Stegman in Ik heb altijd gelijk, 1951
  • Aanhaling(en): Marc Schoorl, ik krijg altijd gelijk, De Groene, 28 mei 1997.
  • „Ik zal jou eens iets vertellen! Er zijn helemaal geen geestelijke waarden! Geestelijke waarden, dat is alleen iets voor mensen die geen materiële waarden te pakken kunnen krijgen.”
  • Bron: Lodewijk Stegman in Ik heb altijd gelijk, 1951
  • Aanhaling(en): Leo Akkermans, Televisie. Beginjaren van een nieuw beroep, 2003, p. 49
  • „De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde, onderkruiperige, besodemieterde deel van ons volk! Maar die naaien er op los! Die planten zich voort! Als konijnen, ratten, vlooien, luizen. Die emigreren niet! Die blijven wel zitten in Brabant en Limburg met puisten op hun wangen en rotte kiezen van het ouwels vreten!’”
  • Bron: Lodewijk Stegman in Ik heb altijd gelijk, 1951
  • Aanhaling(en): Jan Wim Derks, Schoolmeestersbloed is beter dan wijwater (over Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans), Hollands Maandblad, jrg. 1992, nr. 6/7 (juni/juli), p. 34 (via DBNL) en Aleid Truijens, Bedremmeld in de beklaagdenbank, De Volkskrant, 18 juni 1999
  • Reeds bij de voorpublicatie van een hoofdstuk uit Ik heb altijd gelijk veroorzaakte deze roman veel commotie. De cynische, agressieve toon viel niet bij iedereen in de smaak. Naar aanleiding van de bovenstaande passage werd Hermans aangeklaagd wegens opzettelijke belediging van het katholieke volksdeel. Tijdens de geruchtmakende rechtszaak, op 20 maart 1952, verdedigde Hermans zich met het argument dat niet hij, maar zijn "pathologische" romanpersonage Lodewijk Stegman deze woorden gesproken had. Hij werd uiteindelijk vrijgesproken.

De donkere kamer van Damokles, 1958[bewerken]

  • „De hele wereld bedriegt mij, zelfs het licht heeft mij in de steek gelaten.”
  • Bron: Henri Osewoudt in De donkere kamer van Damokles, 1958
  • Aanhaling(en): Chris Vos, De geheime dienst: verhalen over de BVD, (ISBN 9085061814), 2005, p. 65.
  • „Wat is een held? Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.”
  • Bron: Labare in De donkere kamer van Damokles. 10e, opn. herz. druk. Amsterdam, 1971. p. 101.
  • Aanhaling(en): Carel Peeters, Heldenhemel, Vrij Nederland, 4 maart 2008.
  • „De mens zal eraan moeten wennen te leven in een wereld zonder vrijheid, goedheid en waarheid. Het zal binnenkort op de lagere school worden onderwezen! Deze oorlog is nog maar een voorproefje van de wereld die komt!”
  • Bron: De donkere kamer van Damokles, 10e druk, 1971, p. 361
  • Aanhaling(en): Hugo Brems, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. 2006, p. 69
  • Degene die hier aan het woord is (een SS-er) wil hiermee zeggen dat in het licht van de menselijke sterfelijkheid moraal geen enkele betekenis heeft.

Het sadistische universum, 1964[bewerken]

  • „Een roman waarin alles wat gebeurt en alles wat beschreven wordt, doelgericht is; waarin bij wijze van spreken geen mus van het dak valt, zonder dat het een gevolg heeft en waarin dit alleen geen gevolg mag hebben, wanneer het de bedoeling van de auteur geweest is, te betogen dàt het in zijn wereld geen gevolg heeft als er mussen van daken vallen. Maar alleen dan.”
  • Bron: Het sadistische universum, 1964.
  • Aanhaling(en): Frans A. Janssen, Over De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 1983, p. 71 (via DBNL) en Willem Otterspeer, De zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel II (1953-1995), Uitgeverij De Bezige Bij, Amsterdam, 2015, p. 354
  • Deze talloze malen geciteerde metafoor met de vallende mus is synoniem geworden voor Hermans' poëtica, en, meer nog, voor een bepaalde literatuuropvatting in het algemeen. De vergelijking met de mus is onderdeel van een langere passage waarin Hermans zijn ideale roman beschrijft. Deze "klassieke roman" bevat geen platte afspiegeling van de dagelijkse, vaak triviale realiteit, maar een bewust geconstrueerde fictieve wereld, waarin niets toevallig gebeurt en alles met alles samenhangt: "een roman waarin het thema volledig is verwerkt in een verhaal, waarin een idee wordt uitgedrukt door middel van handelingen, waarin de optredende personages desnoods eerder personificaties zijn dan psychologische portretten". Een goede schrijver is dus een almachtige schepper die beschikt over het lot van zijn mus, niet een slaafse verteller van zich willekeurig aandienende anekdotes.

Nooit meer slapen, februari 1966[bewerken]

  • „Wat is wetenschap? Wetenschap is de titanische poging van het menselijk intellect zich uit zijn kosmische isolement te verlossen door te begrijpen.”
  • „Als je het mij vraagt zijn er drie belangrijke stadia in de geschiedenis van de mens.”
  • Bron: Alfred Issendorf (de hoofdpersoon) in Nooit meer slapen, februari 1966
  • Aanhaling(en): August Hans den Boef, Over Nooit meer slapen van W.F. Hermans, De Arbeiderspers, Amsterdam 1984, p. 37
  • Vervolgens wordt betoogd dat de mens in de eerste fase zijn spiegelbeeld nog niet kende. In de tweede fase kende hij dit wel, waarna hij narcistisch werd. Nadat in de laatste fase de fotografie was uitgevonden zou de mens door de rechtstreekse beelden die hij nu van zichzelf voorgeschoteld kreeg steeds meer aan zichzelf zijn gaan twijfelen, met radeloosheid tot gevolg. Aldus werd de psychologie een zinvolle wetenschap.
  • „Wilt u zo goed zijn dit bedragje even over te schrijven op postgiro 100200 ten name van Eten voor India? Dit bespaart mij een hoop rompslomp en vrijwaart, mogelijkerwijs, een of twee leden van uw jury voor een slecht geweten. Ik dank u voor de te nemen moeite. Ik zal een roman over u schrijven onder de titel "Wel te rusten". Met vriendelijke groet,”

Wittgenstein in de mode en Kazemier niet[bewerken]

  • „De filosofie onderhoudt, in tegenstelling tot wat de vakfilosofen denken (en wat de theologen staande houden over de godsdienst) geen intiemere relatie met de waarheid dan de poëzie, terwijl ze dikwijls veel lelijker is.”
  • Bron: Wittgenstein in de mode en Kazemier niet, 2e druk, herz. en uitgebr., Amsterdam, 1967, p. 66.
  • Aanhaling(en): Hermans, jeanlucvanijperen.blogspot.nl, 20 maart 2012.

Dinky Toys, 1976[bewerken]

  • „Een aforisme is zoiets als het muziekstukje van een muzikale clown, dat na een paar maten al verstomt.”

Door gevaarlijke gekken omringd (1988)[bewerken]

  • „Ik ben er over het algemeen niet op uit om de regels van de spelling te overtreden. Maar in gevallen waarin deze regels imbeciel zijn en door ongeletterden van het type Camiel Hamans bedacht, is er geen andere oplossing dan er je schouders over ophalen.”

Over Hermans[bewerken]

  • „Niets lukt zijn personages. Maar hun worsteling is zo troostrijk.”
  • „Hoe meer hij over mij zegt, hoe meer het hem zal opvallen hoe zeer ik over hem zwijg.”
  • „Als schrijvers hun thema’s gaan begrijpen, gaan ze slechte boeken schrijven. Dat zie je in het latere werk van Hermans. Dan is hij niet meer met verhalen bezig, maar met thema’s. Zijn personages worden themakoelies, dat is het ergste wat een schrijver kan overkomen.”
  • „Die grote zelfkritiek, de nietsontziende eerlijkheid van zijn werk, is niet de kleine rancune van een geblindeerde gelovige, het is de wrok van Achilles.”
  • Bron: Willem Otterspeer, De zanger van de wrok: Willem Frederik Hermans Biografie, deel 2 (1953-1995), 2015
  • Aanhaling(en): Joost de Vries, Het einde van de apenrots, De Groene Amsterdammer, 6 augustus 2015
  • „Na het toedienen van de finale dosis, wendde hij zich op zijn zij, keerde zich af van zijn vrouw en zoon en stierf, eenzaam als alleen Willem Frederik Hermans eenzaam kon zijn.”
  • Bron: Willem Otterspeer, De zanger van de wrok: Willem Frederik Hermans Biografie, deel 2 (1953-1995), 2015
  • Aanhaling(en): Joost de Vries, Het einde van de apenrots, De Groene Amsterdammer, 6 augustus 2015