Harry Mulisch

Uit Wikiquote
Ga naar: navigatie, zoeken
Harry Mulisch, 2010
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo-v2.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
IMDb pagina in IMDb
KB pagina in KB-catalogus

Harry Mulisch (1927 - 2010) was een Nederlands schrijver.

Manifesten, 1958[bewerken]

  • „Niet de schrijver, de lezer moet fantasie hebben.”

Het stenen bruidsbed, 1958[bewerken]

  • „Tussen de massacres van de Hunnen en de koncentratiekampen van Hitler is geen tijd verstreken. Zij liggen naast elkaar op de bodem van de eeuwigheid. Hij dacht, en daar ligt Dresden.
  • Bron: Het stenen bruidsbed, 1958,
  • Aanhaling(en): Hugo Brems, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. 2006, p. 71
  • „Waarom was Nero Nero? Omdat Nero Nero was.”

De zaak 40/61, 1961[bewerken]

  • „Van de misdaden, die in Hitlers machtsbereik gepleegd zijn, zeggen de neo-nazi’s (niet Eichmann): Het zijn leugens. De Duitsers zeggen: Het waren de nazi’s. De Europeanen zeggen: Het waren de Duitsers. De Amerikanen zeggen: Het waren de Europeanen. De Aziaten en Afrikanen zeggen: Het waren de blanken. En eens zal men zeggen: Het waren mensen.”
  • „De mens is geen gegevenheid, maar een mogelijkheid - tot alles. Dat is natuurlijk ook zijn grootheid, maar dat is niet ons onderwerp. Ons onderwerp is de keerzijde van zijn grootheid. Daarmee wordt Eichmann niet tóch weer iets groots, niet een 'Antichrist' of een 'Djenghiz Khan', maar het tegendeel nu juist van 'grootheid': kleinheid. Eichmann als de kleinste mens — met dat portret komen wij het dichtst bij de gelijkenis. En hij kon zo klein zijn omdat de techniek zo groot was: de spoorwegen, de administratie, de gaskamers, de crematoria.”
  • Bron: Harry Mulisch, De zaak 40/61
  • Aanhaling(en): Hugo Brems, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. 2006, p. 71
  • Hiermee verwoordt Mulisch zijn opvatting dat de mensheid door zich over te leveren aan de techniek haar eigen ondergang in gang heeft gezet.

De verteller verteld, 1971[bewerken]

  • „Men voelt zich soms een acrobaat, wiens prestaties beoordeeld worden door leden van het plaatselijk reumacentrum.”

De ontdekking van de hemel, 1992[bewerken]

  • „Met hun Baconiaanse beheersing van de natuur zullen de mensen uiteindelijk zichzelf nucleair opstoken, verbranden via het gat dat zij in de ozonlaag hebben geslagen, oplossen in de zure regen, braden in het broeikaseffect, elkaar dooddrukken door hun aantal, zichzelf ophangen aan de dubbele Helix van het dna, stikken in hun eigen asfalt. De hel zal losbreken op aarde en de mensen zullen nog wel eens terugdenken aan onze goede oude tijd toen zij nog naar ons luisterden.”
  • Bron: De ontdekking van de hemel, 1992
  • Aanhaling(en): Frankenstein revisited, NRC Handelsblad, 2 september 2000
    Hugo Brems, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. 2006, p. 72