Rijkdom
Uiterlijk
Rijkdom is de overvloed aan eigendom en bezit:
- „Daarom geeft de lieve God rijkdom doorgaans aan grote ezels, voor wie hij verder niets over heeft.”
- Origineel in het Duits:
“Darum gibt unser Herr Gott gemeiniglich Reichtum den grossen Eseln, denen er sonst nichts gönnet.” - Bron: Maarten Luther, Tischreden Doctor Martin Luthers, 1566, uitgegeven in: Johann Georg Walch (red.), Dr. Martin Luthers Sämmtliche schriften, vol. 22, Lutherischer Concordia Verlag, 1887, p. 235
- Aanhaling(en): Thema: Rijk in Christus, Kringmateriaal Baptisten Gemeente Veendam, 2014, nr. 15.
- Origineel in het Duits:
- „Je rijkdom moet je afmeten aan de manieren die je hebt om je verlangens te bevredigen.”
- Origineel in het Frans:
“Il faut compter ses richesses par les moyens qu'on a de satisfaire ses désirs.” - Bron: Abbé Prévost, Histoire du chevalier Des Grieux & de Manon Lescaut, 1731, p. 200-201
- Aanhaling(en): Maximen.nl, 19 maart 2024
- Aangehaald in de vertaling van Martin de Haan.
- Origineel in het Frans:
- „Het gaat ons om de ijdelheid, niet om het gemak of het genot. [...] De rijke glorieert in zijn rijkdom, omdat hij weet dat die op een natuurlijke wijze de aandacht van de wereld op hem vestigt.”
- Origineel in het Engels:
“It is the vanity, not the ease, or the pleasure, which interests us. But vanity is always founded upon the belief of our being the object of attention and approbation. The rich man glories in his riches, because he feels that they naturally draw upon him the attention of the world [...].” - Bron: Adam Smith, The Theory of Moral Sentiments, 1759, Part I, Section III, Chapter II
- Aanhaling(en): Dick Pels, De economie van de eer, 2009
- Als mensen naar rijkdom streven, doen ze dat volgens Smith niet om hun materieel comfort te vergroten, maar als een manier om aanzien en status te verwerven.
- Origineel in het Engels:
- „Wat hebben wij? Honderdzevenendertig mensen per vierkante kilometer, geen kolonies, geen grondstoffen, geen buitenlandse handel, geen kapitaal, geen buitenlandse kredieten meer, geen kapitaal, alleen zware lasten, offers, belastingen en lage lonen. Wat hebben wij, in vergelijking met de rijkdom van andere staten, de rijkdom van andere landen, de rijkdom van andere volkeren, met de levensmogelijkheden die zij bezitten? Wat hebben wij? Maar één ding: we hebben ons volk. [...] Alleen daarop kunnen we rekenen. Alleen daarop kunnen we bouwen.”
- Origineel in het Duits:
“Was haben wir schon? 137 Menschen auf den Quadratkilometer, keine Kolonien, keine Rohstoffe, keine Devisen, kein Kapital, keine Auslandsguthaben mehr, nur schwere Lasten, Opfer, Steuern und kleine Löhne. Was haben wir, gemessen am Reichtum anderer Staaten, am Reichtum anderer Länder, am Reichtum anderer Völker, an ihren Lebensmöglichkeiten? Was haben wir? Nur etwas allein: unser Volk haben wir! Es ist entweder alles, oder es ist nichts. Nur mit ihm allein können wir rechnen. Auf es allein können wir bauen.” - Bron: Toespraak van Adolf Hitler in Berlijn op 1 mei 1935.
- Aanhaling(en): Jan Kuitenbrouwer, De woorden van Wilders & hoe ze werken, 2010, p. 55
- Origineel in het Duits:


