Johan Rudolph Thorbecke

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit lemma over Johan Rudolph Thorbecke heeft een of meer problemen
Question book-new.svg     Van een of meer citaten ontbreken primaire bronnen (die ondersteunen dat dit citaat inderdaad is uitgesproken door deze persoon).
Text document with red question mark.svg     Van een of meer citaten ontbreken secundaire bronnen (die aantonen dat elk citaat inderdaad door anderen in het Nederlandse taalgebied wordt aangehaald).

Help mee deze problemen op te lossen. Indien deze problemen niet in redelijke tijd worden opgelost, worden de betreffende citaten naar Overleg:Johan Rudolph Thorbecke verplaatst. Als echter alle citaten in dit lemma een of meer onopgeloste problemen hebben, zal het lemma uiteindelijk voor verwijdering worden voorgedragen op de Verwijderlijst. LET OP: Gelieve geen nieuwe incomplete citaten aan deze pagina toe te voegen. Deze kunnen zo nodig op Overleg:Johan Rudolph Thorbecke worden toegevoegd, onder een hoofdje {{onvolledig}}.

Johan Heinrich Neuman - Johan Rudolf Thorbecke.jpg
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo-v2.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Johan Rudolph Thorbecke (14 januari 1798 - 4 juni 1872) was een Nederlands staatsman van liberale signatuur en is vooral bekend als grondlegger van de Nederlandse Grondwet in 1848.


  • „Hetgeen de heer van Lynden in de laatste plaats heeft bijgebragt, is niets meer dan een persoonlijke aanval en brengt de zaak niet verder...”
  • Bron: Parlementaire redevoeringen, 1867, p. 231.
  • Aanhaling(en): onbekend
  • „Ik zal niet zeggen dat ik geen belang stel in kunst, maar het is geen zaak van Regering. De Regering is geen oordelaar van wetenschap en kunst.”
  • Bron: onbekend
  • Aanhaling(en): H. A. Lunshof, Louis Rudolph Jules Rappard (ridder van), Aan de vooravond van een beslissing: Naar aanleiding van gesprekken met Ridder van Rappard, Semper Agendo, 1972, p. 154.
  • Tegen een Kamerlid gedurende het tweede Kabinet-Thorbecke.