Jan Schoonhoven

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan Schoonhoven, 1979; foto van Lothar Wolleh
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Jan Schoonhoven (Delft, 26 juni 1914 – aldaar, 31 juli 1994) was een Nederlandse beeldend kunstenaar bekend om zijn platte, witte reliëfs. Hij maakte deel uit van de Nul-groep..

Citaten van Jan Schoonhoven[bewerken]

Citaten, chronologisch[bewerken]

  • „Ik ben begonnen op een vlakke ondergrond van carton of hardboard lage stroken karton te plakken, waartussen ik als opvulling pap van papier-maché aanbracht. [..] Onder het werken door groeit de compositie en worden er de nodige wijzigingen aangebracht. Ook in Delft is zo gewerkt.”
  • „In de tegenwoordige kunst is de actie, het doen op zich, een wezenlijk bestanddeel. [..] de handeling, het spontane, het niet van tevoren bedachte, is medebepalend geweest. [..] ik werk abstract, non-figuratief, voorstellingsloos en mijn reliëf heeft derhalve geen bedoeling om iets van de zichtbare werkelijkheid weer te geven. [..] Het stelt alleen zichzelf voor, en om met Mr. Jak van der Meulen te spreken, ook ons aan onszelf.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, brief uit Delft, 10 november 1958; archief van afdeling Beeld en Geluid, Erfgoed Delft
  • Aanhaling(en): Els Kemper, 'Het Schoonhoven-reliëf in het postkantoor' op website: achterdegevelsvandelft.nl
  • Op verzoek van de PTT gaf Schoonhoven per brief een toelichting over het hoe en waarom van zijn Postkantoor-reliëf in Delft; het was hoofdzakelijk in rood gemaakt, met als bijkleuren wit, oker, zwart, rose - alles in een patina van violet
  • „Grotere mogelijkheid om tot een objectief-neutrale uiting van algemene geldigheid te komen. Door vermijding van opzettelijke vorm (vorm als inbreuk en truc) een veel grotere organische werkelijkheid van het gemaakte op zich. Materiaal zodanig uit laten spelen dat het, hoewel materiaal gebleven, boven zichzelf uitkomt en drager wordt van de geest van de maker.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, in: De Nederlandse Informele Groep, catalogus bij tentoonstelling in Galerie Weiss te Kassel, februari 1960
  • Aanhaling(en): Heleen Wartena, Nul = 0, of toch niet ?!, - master, Kunstwetenschappen, Moderne en Hedendaagse Kunst, 2012, p. 11
  • Al in 1959 beschreef Schoonhoven hoe hij vond dat het handelen van de kunstenaar ingeperkt moest worden om zo het materiaal te laten spreken, precies zoals het was
  • „Deze ordening [in het kunstwerk] komt voort uit de noodzaak voorkeur te vermijden. De afwezigheid van voorkeur voor bepaalde plaatsen en punten in het kunstwerk is essentieel voor zero en noodzakelijk om geïsoleerde realiteit te geven. De geometrische zijde van zero is derhalve op uiterste eenvoud afgestemd, een organisatie van zeer eenvoudige geometrische vormen, van de werkelijkheid afgeleide realiteit.”
  • Bron: in de tekst 'Zero', verschenen in De Nieuwe Stijl, deel 1. (1964) Amsterdam, pp. 118-123
  • Aanhaling(en): Heleen Wartena, Nul = 0, of toch niet ?!, - master Kunstwetenschappen, Moderne en Hedendaagse Kunst, 2012, p. 16
  • Schoonhoven benadrukte hier dat de geometrie geen principe is, maar een middel om zo hiërarchie binnen een compositie te vermijden
  • „de voornaamste taak van Zero is de werkelijkheid in essentie tonen. De werkelijke werkelijkheid van materialen, van gelocaliseerde dingen in geïsoleerde duidelijkheid.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, zijn artikel in De Nieuwe Stijl 1., 1965
  • Aanhaling(en): J. Bernlef & K. Schippers, 'Gesprek met J.J. Schoonhoven', in De Gids, jaargang 131, 1968, p. 134
  • „Zelfs als het niet waar is, is het goed om een systeem te hebben. Je moet een dogma hebben, ook al zou je het morgen weer verlaten.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, 'Betty van Garrel in gesprek met Jan Schoonhoven', in HP, 24/2 - 2/3 1971
  • Aanhaling(en): Roosmarijn Reijnoudt, 'Kunstenaar met kantoorbaan', in Reformatorisch Dagblad, 9 november 2015, p. 4
  • Schoonhoven benoemde zichzelf in een ander gesprek zelf als dogmaticus
  • „Desondanks maak ik nu ik gepensioneerd ben [sinds 1979] ook gewoon landschapjes met boerderijen en zo; tekeningen opgezet in lekkere dikke lijnen en voorzien van een kleurtje. [..] Zelf ben ik onzeker over dat werk, het is wel aardig maar naast de rest valt het een beetje uit de toon. Als ik het teveel maak ga ik er, denk ik, van over mijn nek.”
  • Bron: interview in NRC Handelsblad, 1984
  • Aanhaling(en): Bob van de Sterre, 'De evolutie van Jan Schoonhoven', op website Jegens en Tevens, 27 jan 2016
  • Met 'naast de rest' doelde Schoonhoven op al zijn werken vanaf 1959 die hij maakte volgens de w:Zero (kunst)Nul-opvattingen - uitgangspunten die hij overigens het langst van alle Nul-kunstenaars heeft vastgehouden
  • „Nul wilde wel zo objectief mogelijk zijn, maar uiteindelijk is al dat werk zo subjectief als de pest.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, 'Jan Schoonhoven in gesprek met Diana Stigter en Pietje Tegenbosch', 1989
  • Aanhaling(en): C. Huizing & T Visser, nul = 0. De nederlandse nul-groep in internationale context; NAi Uitgevers, Rotterdam, 2011 p. 177
  • Het is onduidelijk of Schoonhoven deze uitspraak ook achteraf over zichzelf uitsprak; hij was weliswaar de meest consequente kunstenaar in de Nul-groep

Citaten, ongedateerd[bewerken]

  • „Het gaat bij mij in mijn werk om een totaal wit vlak. Los van ieder verschijnsel, los van iedere inmenging die vreemd is aan de waarde van dat vlak. Het wit is geen poollandschap, geen materie die bepaalde associaties oproept. Het is geen mooie materie, geen sensatie, geen symbool of iets anders. Een wit vlak is een wit vlak.”
  • Bron: Museum van Bommel van Dam, 2004
  • Aanhaling(en): Lisa Lemstra, 'Jan Schoonhoven', in Vergelijkend onderzoek, p. 3
  • Vanaf circa 1956-57 begon Schoonhoven zijn reliëfs te maken - de eerste jaren nog in diverse kleuren, maar wel monochroom. Vanaf 1960 ontstonden zijn witte reliëfs, met alleen de werking van licht en schaduw erin
  • „Ik gebruik natuurlijk wel delen van de werkelijkheid, maar het is geestelijke werkelijkheid.”
  • Bron: J. Bernlef & K. Schippers, 'Jan Schoonhoven' in De Gids 131 2/3, 1968, p. 136
  • Aanhaling(en): Kiedes van Wouden, In de stilte hoor je meer dan in de herrie - master-thesis Kunstgeschiedenis, Universiteit van Utrecht, juni 2019, p. 46
  • Schoonhoven liet in zijn werk dus wel degelijk een mentale component naar voren komen
  • „Tijd en ruimte zijn vrijwel synoniem. Opeenvolging van één motief, één ding, één object, één deel van de geïsoleerde realiteit door herhaling houdt, behalve ritme en tijd, tegelijkertijd, vanwege de herhaling, een suggestie van afwezigheid van tijd, van tijdloosheid in.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, in Zero, '19.'
  • Aanhaling(en): Sjoerd van Faassen, De Nieuwe Stijl 1959-1966, De Bezige Bij, Amsterdam 1989, p. 19-20
  • „We hadden persé geen boodschap. We namen de werkelijkheid zoals die was, niet dat zweverige idealisme of via de kunst de wereld willen veranderen [..] We wilden de mensen niet socialistisch maken. We wilden ze alleen maar laten kijken. We wilden een kunst die iedereen kon begrijpen. Geen hiërarchie, we kozen voor ordening, heel objectief. Kunst als product.”
  • Bron: Jan Schoonhoven, interview met Ella Reitsma & Gijs van Tuyl, 24 november 1979 - n.a.v. de tentoonstelling 'Zero internationaal', Antwerpen
  • Aanhaling(en): Museum Boymans van Beuningen, onderschrift bij werk 'R 74-9', op de museum-website
  • Met 'we' wordt hier de groep kunstenaars van de Nul bedoeld, als groep actief in de jaren 1960; Schoonhoven was degene die deze uitgangspunten nog ruim twee decennia consequent voortzette

Citaten over Jan Schoonhoven[bewerken]

  • „Eigenlijk ben jij nog de meest dogmatische, beeldend kunstenaar in Zero-zin.”
  • Bron: Henk Peeters, in gesprek met Jan Schoonhoven
  • Aanhaling(en): Jan Schoonhoven, 'Gesprek met J.J. Schoonhoven', J. Bernlef & K. Schippers, in De Gids, jaargang 131, 1968, p. 134
  • w:Henk Peeters was één van de vijf kunstenaars van de Nederlandse Nul-groep. Overigens was Schoonhoven niet bang voor een dogma, want je kon het altijd weer laten vallen als het nodig was - een dogma was zelfs essentieel voor hem als kunstenaar, vond hij
  • „Bij Schoonhoven krijgt de toeschouwer het idee dat hij belangrijker is dan het kunstwerk”
  • Bron: K. Schippers, 'De reliëfs van Jan Schoonhoven. Wit is al gauw een beetje zwart', in Haagsche Post, 25-29 juni 1974, p. 36
  • Aanhaling(en): Kiedes van Wouden, In de stilte hoor je meer dan in de herrie - master-thesis Kunstgeschiedenis, Universiteit van Utrecht, juni 2019,
  • Dus de kijker wordt volgens Schippers centraal gesteld door Schoonhoven, en niet zijn werk
  • „Tekenen is de basis van zijn oeuvre [..] [zijn werk] gaat van Informeel naar Nul en terug.”
  • Bron: conservator Collins van het Stedelijk Museum in Schiedam, zijn opmerking circa 2016
  • Aanhaling(en): Roosmarijn Reijnoudt, 'Kunstenaar met kantoorbaan', in Reformatorisch Dagblad, 9 november 2015, p. 4
  • De tekeningen van de hand van Schoonhoven, die zich bevinden in de collectie van het Stedelijk Museum Schiedam laten volgens conservator Collins een cyclische ontwikkeling zien in zijn werk door de jaren

Externe links[bewerken]