Bram van Velde

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bram van Velde (links) kijkt in 1969 naar de gedrukte litho's
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Bram van Velde (Zoeterwoude-Rijndijk, 1895 – Grimaud, Frankrijk, 1981)) was een Nederlandse kunstschilder, die vanaf c. 1922 respectievelijk in Duitsland, Majorca en in Frankrijk heeft gewoond en gewerkt.

Citaten van Bram van Velde - chronologisch[bewerken]

Citaten, 1925 - 1945[bewerken]

  • „..ik wil u nog toch even melden dat het goed hier [Parijs] gaat, er wordt gewerkt [..] Het onklare deel van je werk wil voorwaarts (stilstand is niet mogelijk, is geen leven geen kunst), en klaar [helder] wordt het, wanneer door werken met kop en hart werkelijk de stap voorwaarts berrijkt [bereikt] is.”
  • Bron: Bram van Velde, brief van Parijs, 26 februari 1926 aan mecenas Wijnand Kramer, Den Haag
  • Aanhaling(en): Nancy Stoop, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 18; ISBN 90-70940-15-9
  • de nadruk op de combinatie van werken met 'kop en hart' komt vaak terug in de brieven van of interviews met Bram van Velde
  • „..de kunst is er toch niet voor het persoonlijk genoegen van de een of ander [..] Kunst wil alles teruggeven wat in ons leeft. Hoe omvattender de kunstenaar dus het leven tegenover staat [..] zo machtiger zal zijn werk spreken, en geeft een kunstwerk dus een maatstaf van de geestelijke omvang van zijn schepper.”
  • Bron: Bram van Velde, brief van Parijs aan E. H. Kramers, 25 oktober 1926
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 44; ISBN 90-70940-15-9
  • In contact met de vele nieuwe kunststromingen in Parijs c. 1926 onderkende Van Velde veel 'dilettantisme' - met name bij de Nederlandse kunstenaars van die tijd, die volgens hem vaak voor hun eigen genoegen werkten
  • „Parijs met zijn menigte van kunstrichtingen dringt onophoudelijk tot het diepste doordringen en herkennen van je innerlijkste wezen, alleen zo is het mogelijk tot werk te komen wat de tijdsspanningen beheerst [..] werk wat deze kamp [strijd] niet kent is dillettantisme, heeft met de kunstontwikkeling niets van doen, blijft liefhebberij..”
  • Bron: Bram van Velde, brief van Parijs aan E. H. Kramers, 25 oktober 1926
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 44; ISBN 90-70940-15-9
  • Van Velde woont en werkt dan vier jaar in Parijs, financieel ondersteund door zijn mecenas Wijnand Kramers; alle recente moderne kunst is er in de galeries en musea te zien
  • „Mijn werk is van mijn wil onafhankelijk, door een innerlijke kracht gedreven ontstaan mijn beste werken, met de wil is daar niets te maken. Het is juist die onmiddellijke spontaniteit van het doorleefde wat het verschil is tussen mijn werk en de meeste anderen, die met hun verstand kunstwerken maken.”
  • Bron: Bram van Velde, brief aan E. H. Kramers, 14 november 1927
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 46; ISBN 90-70940-15-9
  • „Ben ik aan het schilderen, door levendige spanningen gedreven, dan wil ik tot uitdrukking brengen wat er in me leeft. Is die spanning nu uitgewerkt, is dat leven wat in me was zichtbaar geworden, dan is er gebeurd wat er gebeuren moest. Steeds weer opnieuw beleef je een werk wat zo ontstaan is. Wat is er gebeurd? Moeilijk te zeggen. Want het was niet mijn verstand wat de leiding had maar de innerlijke wens die zijn innerlijk leven openbaarde. Leven en verstand staan voortdurend in conflict. [..] Ik wil vreugde, zekerheid. Dat bereik ik niet door verstandelijke overwegingen, in tegendeel, deze voeren tot zekere vertwijfeling van de innerlijke mens. Niet wat hij denkt houdt de kunstenaar bezig, maar wat hij voelt.”
  • Bron: Bram van Velde, brief van Corsica 17 november 1930, aan H.P. Bremmer; Gemeentearchief Den Haag, documentatie H.P. Bremmer
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 44; ISBN 90-70940-15-9
  • Van Velde's mecenas Wijnand Kramers in Den Haag was flink getroffen door de economische crisis, en berichtte hem dat hij niet langer op maandelijks geld kon rekenen, dus eigen inkomsten moest vinden, bijvoorbeeld met het maken van decoratieve werkjes
  • „Er leven hier [op Mallorca] een paar schilders en schrijvers, zodat er gekletst kan worden. [..] Ik geloof nog steeds, als ik (waar ik ook ben) zo om me heen kijk, dat ik als kunstenaar iets heel belangrijks heb te doen en dat alles zonder betekenis zou zijn wanneer ik dit werk niet kon ontwikkelen.”
  • Bron: Bram van Velde, brief van Mallorca, 11 december 1932, aan Wijnand Kramer, Den Haag
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 18; ISBN 90-70940-15-9 p. 53
  • Van velde was samen met zijn vrouw, de Duitse kunstenares Lilly Klöker, naar Mallorca getrokken
  • „Ik geloof dat er een zekere lijn door mijn werk loopt, die te vervolgen en in nieuw werk klaarder [helderder] uitgesproken te vinden, [dat?] het begrijpen ervan mogelijk maakt. In ieder geval kan dat bewijzen dat het Kunstprobleem geen dood kindje is. Kunst is leven en geen theorie. Moed is de hoofdzaak. – Beste heer Kramers. Ik moet u vragen dit droge gezwam ten goede te houden. U weet de schilder leeft in verf.”
  • Bron: Bram van Velde, brief van Corsica?, 30 december 1935, aan Wijnand Kramer, Den Haag
  • Aanhaling(en): Nancy Stoop, Bram van Velde een hommage, Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 18; ISBN 90-70940-15-9
  • Bram van Velde zag zelf in zijn werk voortdurend een ontwikkeling in stappen, mèt een doorgaande lijn
  • „Ik ben doorgegaan met het zoeken naar meer innerlijke beelden, dat wat men niet kan zien. De hele ontwikkeling was in die richting. Ik wilde 't onzichtbare zichtbaar maken.”
  • Bron: film; Bram van Velde et son silence, Erwin Leiser, Genève, 1937
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, 'Bram van Velde, een geïsoleerd schilder?', in Ons Erfdeel, Jaargang 38, 1995, p. 570
  • Bram van Velde was terug in Parijs, zag er de moderne kunst, en keek terug op zijn jaren op Mallorca, van 1932- 1936

Citaten, vanaf 1945[bewerken]

  • „De treurige jaren [W.O. 2.] die nu achter ons liggen brachten mij en ontelbare anderen in een wanhopige toestand. Het is wel te danken aan de volle ernst waarmee ik mijn werk als kunstenaar al vele jaren vervolg en verdiep, dat ik niet ondergegaan ben. [..] Maar nu kunnen en moeten we weer opnieuw beginnen, want de kunst ofschoon niet eetbaar is even noodzakelijk als brood. De kunst is het gezicht van een tijdperk; heel mijn werk als schilder en al mijn energie als mens gaf ik aan dit mooi en groot probleem [..] de intensiteit waarmee ik schilder is zo groot als mogelijk en put mij uit. Zo had ik geen kracht meer om mijn werk voort te zetten na herfst 1941. Ik was te zwak geworden om op te vangen wat ik door zou moeten geven maar zo noodzakelijk zijn deze ontladingen dat ik nog jaren daarop kon leven.. ..(ik wil geen schilderijen maken en verkopen maar de belangrijke spanningen van mijn leven verwerkelijken, vrij van alle berekening).”
  • Bron: Bram van Velde, brief aan de heer P. A. Regnault, circa najaar 1945
  • Aanhaling(en): Hans Janssen, 'Een schildersleven', in Bram van Velde, 1895 – 1981, SDU uitgeverij, Den Haag 1989, p. 24; ISBN 901206 117 2
  • De brief was gericht aan een potentieel koper in Nederland, de kunstverzamelaar Regnault, die een grote gouache van Bram van Velde wilde kopen
  • „Schilderen is een poging zichzelf te vangen. Ik weet niet wat het is abstract te zijn. [..] Het verleden, de traditie, geschiedenis. Ik begrijp het niet zo goed. Het heeft met de tijd te maken. Ik ben veeleer het leven, dat buiten de tijd staat.”
  • Bron: Pierre Schneider, interview 'Au Louvre avec Bram van Velde', in Preuve nr 141, 1955/62
  • Aanhaling(en): Pierre Schneider, Les Dialogues des Louvre, Adam Biro, 1991; ISBN 978-2876601321
  • Het citaat van Bram van Velde slaat op de schilderkunst in het Louvre die al wandelend werd bekeken
  • „De wereld is een geheim. De schilderkunstige arbeid helpt mij het te doorgronden. Wat ik wil zeggen is te eigenaardig, te hevig, om het door middel van woorden of gedachten te kunnen bewaren. Maar het wil zichtbaar worden en daarom schilder ik.”
  • Bron: Bram van Velde, in Museumjournaal, series 3, no. 1, 1957
  • Aanhaling(en): Ed Wingen , Wolvecamp, uitgeverij Van Spijk B.V., Venlo, 1990, p. 67; ISBN 90.6216.215.0
  • Van Velde probeert de bron van zijn eigen schilderen aan te duiden; in 1958 kreeg hij een grote solotentoonstelling in Stedelijk Museum, Amsterdam
  • „Een schilder is iemand die ziet. Ik schilder het moment waarop men het gaat zien. En voor de beschouwer is het gelijk. Ook hij gaat het doek naderend naar een ontmoeting; de ontmoeting met het zien. - Men heeft geen twee ogen maar duizend.”
  • Bron: Charles Juliet, interview 25 oktober 1964, Rencontres avec Bram van Velde, Fata Morgana, Montpellier, 1978
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde: een Hommage, Stedelijk Museum De Lakenhal Leiden, Stedelijk Museum Schiedam, Museum de Wieger, Deurne 1994, p. 130
  • Juliet heeft vele gesprekken met Bram van Velde gevoerd tussen c. 1964 - 1972
  • „Ik weet niet wat ik doe. Wat ik in een beeld vastleg, is niet het resultaat van een vrij wilsbesluit. Ik weet zelf niet wat het betekent. [..] Een schilder is iemand die ziet. Ik schilder het moment waarop men begint te zien.”
  • Bron: Charles Juliet, 1964-1967, Rencontres avec Bram van Velde, Fata Morgana, Montpellier, 1973
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, 'De schilderkunst van Bram en Geer van Velde', in Ons Erfdeel jaargang 32, 1989, p. 48
  • Met zo'n uitspraak sluit Bram van Velde aan bij het Surrealisme t.a.v. het scheppen van kunst; dit vindt plaats vanuit het eigen innerlijk en zonder controle van de rede. Het citaat is opgenomen in Juliet's Rencontres van 1973
  • „Bram van Velde: De schilderkunst is een oog (minutenlang geen enkel woord, dan plotseling:) een verblind oog (weer enkele lange minuten van stilte), dat niet ophoudt te zien (een intense pauze weer), dat ziet wat het verblindt.”
  • Bron: Charles Juliet, 1964-1967, Rencontres avec Bram van Velde, Fata Morgana, Montpellier, 1973
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, 'Portfolio/Bram van Velde: Paroles', in Maatstaf. Jaargang 40, 1992, p. 28
  • Charles Juliet geeft dit citaat als voorbeeld hoe Bram van Velde op zijn eigen bedachtzame wijze antwoordde op zijn vraag over schilderkunst; het is opgenomen in Juliet's Rencontres van 1973
  • Mondriaan, de Constructivisten, die hadden zekerheden [..] De kunst van Mondriaan paste bij zijn tijd, maar nu zijn vrede en harmonie niet mogelijk [..] Hij [Mondriaan] heeft een te subtiele geest. Hij heeft in de helderheid gewerkt, ik werk in de duisternis. Ik heb geen heldere geest. Ik tast in het duister. De schilderkunst doet me zien [..] Ik kan niet praten. Ik kan niet denken. Ik ben visueel. Mijn schilderkunst is het leven. Het leven van een mens in deze tijd.”
  • Bron: Emile Putman, 'Entretien avec Bram van Velde', Putman / Lamarche-Vadal, in Artiste nr. 7, 1981
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, 'Portfolio/Bram van Velde: Paroles', in Maatstaf, Jaargang 40, 1992, p. 31
  • „De schilderkunst is een poging om door te dringen in het onzichtbare; het innerlijke leven is dus niet meer verborgen, het is de ademhaling en de bevrijding. Men kan niet leven zonder te zien waar men zichzelf verliest; misschien leidt ’t tot de waanzin of de zelfmoord. Ik heb er daarom altijd een gevaarlijke kant aan gevoeld.”
  • Bron: Emile Putman, Entretien avec Bram van Velde, par Putman/ Lamarche-Vadal, Artiste nr. 7, 1981, p. 211
  • Aanhaling(en): Eric Slagter, 'Portfolio/Bram van Velde: Paroles', p. 28
  • „..Men dient te erkennen dat zijn [Picasso] scheppingskracht en zijn vernieuwingsdrang uitzonderlijk zijn geweest. Maar hij kende de twijfel niet, het tasten; hij was ongevoelig voor het drama. Hij leefde opgejaagd door de noodzaak tot alsmaar meer, meer schilderijen, meer geld en men zou haast kunnen zeggen: meer vrouwen.. [..] Het grote gevaar is het fabriceren. Nooit forceren. Men moet slechts wachten. Het moeilijkste is niets te doen.”
  • Bron: Emile Putman, Entretien avec Bram van Velde, par Putman/ Lamarche-Vadal, Artiste nr. 7, 1981
  • Aanhaling(en): Eric Slagter, 'Portfolio/Bram van Velde: Paroles', p. 31
  • Bram van Velde maakte in zijn gehele leven minder werken dan Picasso in één productief jaar

Citaten, ongedateerd[bewerken]

  • „..een man [Vincent van Gogh] die brandt, een toorts. Zijn oprechtheid is absoluut. Zijn mooiste schilderij is het korenveld waar hij zich doodt. Daar bevinden we ons aan de grenzen van de schilderkunst. Verder kan men niet gaan.”
  • Bron: onbekend
  • Aanhaling(en): Michel Nuridsany, 'Je peins l'Impossibilité de peindre', Le Figaro, 24 oktober 1989, p. 35 + Erik Slagter in Bram van Velde een hommage, Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 40 ISBN 90-70940-15-9
  • Citaat slaat op Vincent van Gogh; Voor Van Velde was Van Gogh een inspirerend voorbeeld tijdens zijn verblijf in Worpswede, Duitsland van 1922 tot 1924. Dit citaat is echter van latere jaren
  • „De wereld is een mysterie, het schilderen helpt me er in door te dringen. Wat ik wil zeggen is te vreemd, te gewelddadig om het in woorden of gedachten te kunnen dwingen. Het wil zich manifesteren en ik schilder.”
  • Bron: Franz Meyer, 'Een Geschenk uit de volheid van het bestaan', in Bram van Velde 1895 – 1981, SDU, Den Haag, 1989
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, 'Portfolio/Bram van Velde: Paroles', in Maatstaf, Jaargang 40, 1992, p. 28
  • Van Velde waardeerde Baudelaire enorm, die hem o.a. leerde dat beeldende kunst geen afbeelding is, maar een openbaring, aldus Erik Slagter

Citaten over Bram van Velde - chronologisch[bewerken]

  • „Van jouw werk trof hem [Jan Greshoff] zeer het open venster en een tweetal bloemstukken, alsmede die huisjes met gans of eend in de voorgrond. Zijn extase werd steeds groter en hij beloofde mij in het geïllustreerde [Belgische] maanblad Onze Kunst [..] een artikel over jullie [de broers Bram en Geer van Velde ] [..] Moge via Brussel de victorie komen.”
  • Bron: Wijnand Kramer, brief, Den Haag 28 december 1928, aan Bram van Velde in Parijs
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 48 ISBN 90-70940-15-9
  • het artikel van Greshoff is in juni 1929 - in het Frans - in Revue de l’Art verschenen, vervolgens in september dat jaar in het Brusselse tijdschrift ‘’Onze Kunst’’, in het Nederlands
  • „Hij [Bram van Velde] drukt zich wat moeilijk uit. Ik bedoel niet alleen linguïstisch (met zijn wonderlijke mixture van Haags, Worpweden's, Parijs) [zijn achtereenvolgende verblijfplaatsen]; maar ook valt het hem moeilijk zijn gedachten ook maar zeer vaag vorm te geven. Nu vind ik dat sympathiek en bovendien een goed teken in een schilder. [..] Van Velde weet ook heel goed waar het in de schilderkunst om te doen is, dat merkt men, met enige ervaring, zelfs in zijn verwarde explicaties!”
  • Bron: Jan Greshoff, brief van Schaerbeek, 25 maart 1930, aan Wijnand Kramer in Den Haag, (Letterkundig Museum, Den Haag nr. G. 785 B1)
  • Aanhaling(en): Erik Slagter, Bram van Velde een hommage, Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden, Stedelijk museum Schiedam, Museum De Wieger in Deurne, 1994, p. 49 ISBN 90-70940-15-9
  • Bram van Velde herinnerde enkele maanden zichzelf tijdens dit bezoek aan Greshoff als erg ongeconcentreerd en nauwelijks tot contact in staat
  • „Ik bepleit, aangezien ik hier terecht sta, dat (Bram) van Velde altijd bereid is af te zien van dit ver-esthetiseerde automatisme, altijd bereid is zich helemaal te onderwerpen aan de onbedwingbare afwezigheid van relatie, en altijd bereid om toe te geven dat kunstenaar zijn gelijk staat aan falen.”
  • Bron: Samuel Beckett, 'La Peinture des van Velde ou le monde et le pantalon', in Cahiers d'art, 20-21, 1945/46, p. 350
  • Aanhaling(en): J.F. Vogelaar, 'Samuel Beckett: Passeur van het interval', in Raster, Nieuwe reeks. Jaargang 1986 (nrs. 37-40), p. 98
  • De schrijver Samuel Beckett leerde Bram van Velde kennen in het door de Duitsers bezette Parijs, toen de schilder mentaal aan de grond zat
  • „Ik beschouw hem als de eerste die erkent dat kunstenaar-zijn betekent, mislukken zoals geen ander durft te mislukken.”
  • Bron: Samuel Beckett, 'Three Dialogues', (met zijn vriend Georges Duthuit), in Transition, december 1949
  • Aanhaling(en): Dolf Welling 'Bram van Velde maakte uit ellende schoonheid beeldende kunst', dagblad Trouw, 4 januari 1995
  • Beckett zette daarmee de toon voor de meeste latere commentaren op het werk van Bram van Velde