Bijbelse spreekwoorden en gezegden

Uit Wikiquote
Ga naar: navigatie, zoeken
  • Eerder nog gaat een kameel door het oog van de naald dan dat een rijkaard in de hemel komt - Mattheüs 19:24
  • Aan de vruchten kent men de boom - Matteus 7:17-18
  • Als een dief in de nacht - 1 Tessalonicenzen 5:2
  • bij de pakken neerzitten - Genesis 49:14
  • Bij hoog en laag zweren - Matteus 5:34-35
  • Dat kan het daglicht niet verdragen - Johannes 3:20
  • De hand in eigen boezem steken - Exodus 4:6
  • De haren rijzen je te berge - Job 4:15
  • De laatsten zullen de eersten zijn - Matteus 19:30, Matteus 20:16, Marcus 10:31 en Lucas 13:30
  • De schellen vallen hem van de ogen - Handelingen 9:18
  • De splinter in een anders oog zien, maar niet de balk in eigen oog - Matteus 7:3 en Lucas 6:41
  • De zondebok zijn - Leviticus 16:21 en Hebreeën 10:4
  • Die niet werkt zal niet eten - 2 Tessalonicenzen 3:10
  • Die wind zaait zal storm oogsten - Hosea 8:7
  • Die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden - Matteus 23:12 en Lukas 18:14
  • Een doorn in het oog - Numeri 33:55 en Jozua 23:13
  • Een lust voor het oog - Genesis 3:6
  • Een rib uit je lijf - Genesis 2:21-22
  • Dat is een teken aan de wand - Daniël 5:5
  • Een wolf in schaapskleren - Matteus 7:15
  • Eerst zien en dan geloven - Johannes 20:25
  • Ere wie ere toekomt - Romeinen 13:7
  • Dat is niets nieuws onder de zon - Prediker 1:8-9
  • Er zit een addertje onder het gras - Genesis 3:1 en Matteus 12:34, Matteus 3:7
  • Het kaf van het koren scheiden - Matteus 3:12 en Lucas 3:17
  • Iemand de mond snoeren - 1 Petrus 2:15 en Romeinen 3:19
  • Iemand op handen dragen - Psalm 91:12
  • Zo oud als Methusalem - Genesis 5:27
  • Beter een goede buur dan een verre vriend (Een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.) - Spreuken 27:10
  • Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (Die een kuil graaft, zal erin vallen) - Spreuken 26:27
  • Hoogmoed komt voor de val (Hovaardigheid is vóór de verbreking, en hoogheid des geestes vóór de val) - Spreuken 16:18
  • Honger maakt rauwe bonen zoet (Aan de hongerige ziel is alle bitter zoet) - Spreuken 27:7
  • Geen zorgen voor de dag van morgen - Mattheüs 6:34
  • De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ - Joh 8,57