Max Havelaar

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Omslag eerste druk, 1860
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo-v2.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Wikisource-logo.svg
bron(nen) in Wikisource

Max Havelaar, of De koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij is een boek van Eduard Douwes Dekker uit 1860, dat hij schreef onder het pseudoniem Multatuli:

Losse passages uit het boek
  • „Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht, no. 37.”
  • Aanhaling: Kader Abdolah, De kraai, uitg. De Geus, Breda, 2011, ISBN 9789059651234, p.5 (openingszin).
  • De openingszin van Max Havelaar.
  • „Ik zeg: waarheid en gezond verstand, en hier blijf ik bij. Voor de Schrift maak ik natuurlijk een uitzondering.”
  • „Oh God, er is geen god.”
  • (tegen Stern) "Genoeg, mijn beste Stern! Ik Max Havelaar, neem de pen op ...!" [...] (tegen Droogstoppel) "Halt ellendig product van vuile geldzucht en godslasterlijke femelarij! Ik heb u geschapen ... ge zijt opgegroeid tot een monster van mijn eigen maaksel: stik in koffie en verdwijn!”

Barbertje

  • Het Nederlandse gezegde "Barbertje moet hangen" is gebaseerd op een foutieve interpretatie van deze dialoog. Barbertje was niet de dader, maar het (vermeende) slachtoffer.
  • Gerechtsdienaar: „Mynheer de rechter, daar is de man die Barbertje vermoord heeft.”
Rechter: „Die man moet hangen. Hoe heeft hy dat aangelegd?”
Gerechtsdienaar: „Hy heeft haar in kleine stukjes gesneden, en ingezouten.”
Rechter: „Daaraan heeft hy zeer verkeerd gedaan. Hy moet hangen.”

Over Max Havelaar[bewerken]

  • „[...] het is geen roman. 't Is eene geschiedenis. 't Is eene memorie van grieven, 't Is eene aanklagt, 't Is eene sommatie.”
  • „De lezer neemt het boek ter hand en de dubbele titel valt hem in het oog: een eigennaam / handelstransacties; anders gezegd; een mens / een zaak.”