Joris Luyendijk

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Joris Luyendijk large.jpg
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo-v2.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
KB pagina in KB-catalogus
TW pagina bij Twitter

Joris Luyendijk (1971) is een Nederlands journalist die als Midden-Oostencorrespondent werkte voor NOS, Volkskrant en NRC Handelsblad..

  • „Het punt is dat de nu dominante interpretaties van de islam mijlenver afstaan van wat in Nederland wordt verstaan onder de mensenrechten. De islamitische ‘nieuwe Nederlanders’ komen vrijwel zonder uitzondering uit ondemocratische landen waar met een enorm propaganda-apparaat van bovenaf wordt bepaald wat de islam wel en niet inhoudt. In diezelfde landen worden uit naam van de islam vrouwen en homoseksuelen zwaar gediscrimineerd.”
  • „In Ramallah merkte ik voor het eerst hoe televisie je beeld van de werkelijkheid bepaalt: je weet niet wat je níet te zien krijgt, en wat je wel te zien krijgt maakt veel grotere indruk dan krantenartikelen of radioreportages zouden doen. Zoals een collega het bondig samenvatte: worden raken je in je hoofd, beelden in je maag. In een kruisgesprek met het Journaal vertelde ik eens dat jonge meisjes in Gaza door de Israëlische bombardementen ophielden met menstrueren. Ze gingen de puberteit als het ware weer uit, van angst. Ik wist hiervan omdat ik net twee grote verhalen had geschreven over de psychologische gevolgen van het Israëlische geweld op Palestijnse kinderen. Die hadden prominent in de NRC gestaan, maar de dagen na de Journaaluitzending belden verschillende redacteuren of ik niet een verhaal kon maken over de psychologische gevolgen van het Israëlische geweld op Palestijnse kinderen.”
  • Bron: Joris Luyendijk, Het zijn net mensen p. 120, Podium, 2006.
  • Aanhaling(en): Raymond van den Boogaard, Camera’s klaar? Gooien maar!, NRC, 29 juni 2006.
  • „Ik had te maken met partijdige taal. Moslims die hun politieke overtuigingen baseren op hun geloof zijn ‘fundamentalisten’, een Amerikaanse presidentskandidaat die zo met zijn religie omgaat, heet in de meeste westerse media ‘evangelistisch’ of ‘diep gelovig’. Wint deze Amerikaan de verkiezingen, dan zegt bijna niemand dat het christendom ‘oprukt’, maar als moslims die hun politieke inspiratie uit de Koran halen hun zin krijgen, schrijft menige westerse commentator dat ‘de islam in opmars’ is. Raakt een Arabische leider in conflict met een westerse regering, dan is hij ‘anti-westers’. Westerse regeringen zijn nooit ‘anti-Arabisch’.”
  • Bron: Joris Luyendijk, Het zijn net mensen p.131, Podium, 2006.
  • Aanhaling(en): Raymond van den Boogaard, Camera’s klaar? Gooien maar!, NRC, 29 juni 2006.
  • „Leven en werken in een oorlogsgebied is als het bekende bad waar steeds heet water bij wordt gegooid. Na een tijdje is het water zo heet dat je er nooit meer in zou stappen. Maar je zit er al in.”
  • Bron: Joris Luyendijk, Het zijn net mensen p.190, Podium, 2006.
  • Aanhaling(en): Raymond van den Boogaard, Camera’s klaar? Gooien maar!, NRC, 29 juni 2006.
  • „Veel buitenstaanders willen er niet aan dat de financiële wereld voor een belangrijk deel niet bestaat uit mensen die moedwillig kwaad doen, maar uit conformisten die zichzelf überhaupt geen vragen meer stellen over goed en kwaad.”
  • Democratie lijkt steeds meer een systeem waarin kiezers bepalen welke politicus gaat uitvoeren wat de financiële sector dicteert.”