Johannes Warnardus Bilders

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
'Foto-portret van Paul Gabriël', circa 1885, door kunsthandel Goupil & Cie, Den Haag
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

J.W. Bilders (Utrecht, 18 augustus 1811 – Oosterbeek, 29 oktober 1890) was een Nederlandse schilder, van met name het landschap uit Oost-Nederland; zijn vroegere werk wordt gezien als uiting van de Hollandse Romantische School.

Citaten van J.W. Bilders - chronologisch[bewerken]

  • „Stille droefenis beheerscht mijn geheele aanzijn Ik geloof en hoop ook niet, dat deze gemoedstemming mij ligt zal verlaten. Mijn uitstapje naar Oosterbeek heeft mij een ongekend genoegen gedaan en een diepen indruk op mij gemaakt; het was zulk heerlijk weder, de natuur kwam mij zoo schoon voor! Alle zoete herinneringen grepen mij aan; het was alsof die zachte lentewind telken male het geluid van mijn lieven [zoon] Gerard of dat van zijne moeder liet hooren.”
  • Bron: J.W. Bilders c. 15 maart 1864, brief aan Johannes Kneppelhout
  • Aanhaling(en): J.W. Kneppelhout, A.G. Bilders, Brieven en dagboek. (2 delen). A.W. Sijthoff, Leiden 1876, p. 408 (tweede druk)
  • J.W. Bilders woonde nog in Amsterdam, waar hij zoon Bilders in zijn eigen huis had verpleegd (t.b.c.) tot zijn dood in maart 1864; zijn vrouw stierf al in 1961. Voor het eerst sinds lange tijd was hij weer in zijn geliefde Oosterbeek geweest
  • „Het geheel ziet er zeer tragisch uit en maakt bij zekere belichtingen een grootsen en diepen indruk. [..] Ik heb er met veel lust gestudeerd [op het toen verlaten kasteel van Vorden ] om dat de onderwerpen zoo geheel met de stemming van mijn hart over een komen, er licht zoo eene droeve poezie over die door de eeuwen vergrijsde muren, en dat is de grondtoon van mijn gehele bestaan.”
  • Bron: J.W. Bilders 1868, brief aan Johannes Kneppelhout
  • Aanhaling(en): Het Bilderspad, 'Brieven' in J.W. Bilders, op website Bilderspad
  • Dit citaat verwoord een existentiële uitsprak van de schilder, opgeroepen door het oude kasteel waarin hij zich blijkbaar goed herkende. Kneppelhout was de voormalige mecenas van zijn jonggestorven schilderzoon Gerard Bilders
  • „Zeer geëerde jufvrouw, Achter in de tuin van de herreberg waar ik gehuisvest ben, staat een bank, als men op die bank zit, heeft men juist het gezicht, op het oude verlaten kasteel van Vorden. dikwijls zie ik de oude eerwaarde geestelijke op die plaats zich neder zetten, zeker om het recht landelijke gezicht op de weide te hebben, of om zijn ogen naar de oude vergrijsde muren van het slot te wenden, en zoo tot de gedachte te komen, hoe toch alle menschen werk, door de adem der eeuwen tot het niet[s] wordt terug gebracht.”
  • Bron: J.W. Bilders brief met schets van Vorden 1 september 1868, aan Georgina van Dijk van 't Velde; RKD-Archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): Het Bilderspad, 'Brieven' in J.W. Bilders, op website Bilderspad
  • Enkele jaren daarvoor (maart 1865) was zijn schilderzoon Gerard op jonge leeftijd overleden, en vier jaar eerder al zijn eerste vrouw; wellicht speelden deze ervaringen door in deze opmerking van hem
  • „Ik heb den gehelen dag hart gewerkt, zoo dat ik erg moede ben gisteren had ik de schets van t kasteel op t doek gebracht en vandaag heb ik de gehelen dag aan de lucht geschildert, ik heb de compositie nog eenvoudiger gemaakt door de vischkaar weg te laten de lucht is in de geest van t Swartzwald, maar nog veel sterker en droeviger, ik hoop de menschen te laten zien hoe schoon, hoe diep poetisch het kasteel bij Vorden is, of kan zijn.”
  • Bron: J.W. Bilders brief (met schets) van Vorden 1 september 1868, aan Georgina van Dijk van 't Velde; RKD-Archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): Het Bilderspad, 'Brieven' in J.W. Bilders, op website Bilderspad
  • Citaat beschrijft iets van zijn werkwijze (eerst schets op doek, dan schilderen) en hoe hij het onderwerp hier benaderde met een zekere vrijheid: viskar weglaten
  • „nu zou ik UE nog verder kunnen zeggen, hoe weinig ik mij nog te huis gevoel, hoe een zeker heimwee, of stil verdriet mij ter nederdrukt, en, hoe een onbestemd jagen, naar een nog onbestemder toekomst mijn gehele [aanschijn[?] beheerst; maar waar om zou ik UE vermoeijen; door UE mijn innerlijk leven mede te delen..”
  • Bron: J.W. Bilders brief (met schets) 22 oktober 1868, aan Georgina van Dijk van 't Velde; RKD-Archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): Tutornet, Quotes of Johannes Warnardus Bilders', website Tutornet1
  • Citaat geeft zijn stemming van dat moment goed weer; zijn recent-gemaakte schilderij van kasteel Vorden vond hij zelf nu te somber geschilderd
  • „Ik moet nog lezen in de grote Duitschen wijsgeer Schoppenhauer, een man die om al de ellende welke hij in 't leven vind meende dat de aarde door een booze geest geschapen was. - Goede nacht liefste Juffrouw, het is reeds 2 uur in den nacht en de brief moet nog op de post..”
  • Bron: J.W. Bilders brief (met schets) 22 oktober 1868, aan Georgina van Dijk van 't Velde; RKD-Archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): Tutornet, Quotes of Johannes Warnardus Bilders', website Tutornet1
  • Bilders geeft één van zijn bronnen aan waaruit hij las tijdens zijn schildertocht rondom het voormalige Kasteel Voorst. Het werk van de filosoof Schopenhauer is bepaald niet opwekkend, maar wellicht wel troostend na groot verdriet
  • „Daar den Heer Mauve mijn schilderij gestoffeerd heeft, en ik dit verzuimd heb in de titel van mijne schilderij op te nemen, zoo wilde ik UE beleefdelijk verzoeken, die in de catalogus, zóó te stellen; J.W. Bilders te Amsterdam, Een gezicht op [kasteel] Hackfort, bij Vorden, gestoffeerd door A. Mauve.”
  • „Toen [c. 1830/31] telde ik, op de binnenplaats mijns vaders in tweestrijd, de knoopen van mijn jas: soldaat of schilder, soldaat, schilder, soldaat, schilder.... de laatste knoop zei schilder, en zoo besliste het toeval, dat ik schilder zou worden.”
  • Bron: J.W. Bilders, c. 1880-5, in gesprek met kunstjournalist A.C. Loffelt
  • Aanhaling(en): A.C. Loffelt, 'Johannes Warnardus Bilders' in Het schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw. Deel 4, redactie Max Rooses, 1900 p. 77
  • Kort na de Belgische opstand en terugtrekken van het Nederlandse leger ging hij terug naar zijn ouderlijk huis in Utrecht; kort daarop vervolgde hij zijn schilderlessen bij meester Jonxis
  • „Ik pakte mijn rommeltje en ging op een goeden dag naar Oosterbeek [c. 1834-36]. Daar zag ik ergens een man uit het venster liggen. [..] Ik ging naar binnen, zag een mooie, geschikte schilderkamer; dat was mij genoeg [..] moet dat nu mooi heeten? - neen, de menschen zijn gek, of ik! - Wat leerde ik nu te Oosterbeek die Natuur gansch anders aankijken! In 't begin kon ik niets goeds maken; ik zag al gauw, dat ik weer van voren af aan moest beginnen.”
  • Bron: J.W. Bilders, c. 1880-85, in gesprek met kunstjournalist A.C. Loffelt
  • Aanhaling(en): A.C. Loffelt, 'Johannes Warnardus Bilders' in Het schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw. Deel 4, redactie Max Rooses, 1900 p. 78
  • Zijn eigen vroege kunst en schilderstijl van voor Oosterbeek keurde hij zelf af - juist door het intense contact dat hij in Oosterbeek met de natuur kon maken, en met het licht daarin. In zijn latere leven werd Oosterbeek dan ook zijn vaste woon- en schilderplek

Citaten, ongedateerd[bewerken]

  • „Ja ja, gij zoudt wel willen dat ieder schot een eendvogel was. (wanneer een schilderij niet bevredigend eindigde)”
  • Bron: Marie Bilders-van Bosse 23 juni 1895, brief aan A.C. Loffelt; RKD-archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): A.C. Loffelt, Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, juni 1895
  • Marie Bilders-van Bosse kreeg al vanaf 1875 schilderles van de oudere Bilders. Zij trouwden in 1880 en woonden samen in Oosterbeek. Ze maakten samen diverse schildertochten; ook zij maakte landschapschilderijen

Citaten over J. W. Bilders - chronologisch[bewerken]

  • „Gij die van Hollands School den ouden roem blijft staven [..] Uw boomslag, uw verschiet, uw onnavolgbre luchten, / 't Brengt alles Ruysdaels geest en Berchems kunst te binnen.”
  • Bron: Dr. Wap, in tijdschrift Astraea., 1852
  • Aanhaling(en): A.C. Loffelt, 'Johannes Warnardus Bilders' in Het schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw. Deel 4, redactie Max Rooses, 1900 p. 65
  • Uit een gedicht van dr. Wap, naar aanleiding van Bilders' schilderij op een tentoonstelling te Amsterdam in 1852. Twee 17e-eeuwse landschapschilders worden hier aangehaald om het traditionele van Bilders zijn schilderstijl te benadrukken èn te waarderen: Jacob van Ruysdael en Nicolaes Berchem
  • „Heden vertrek ik per eersten trein naar Amsterdam. Gisteren avond kreeg ik een brief van mijn vader [J.W. Bilders], waarin hij mij zeide, dadelijk over te komen, om geiten te schilderen in een vrij groot boschgezigt, dat hij af heeft en dat dadelijk van stapel moet loopen. Ik verdien mijn reisgeld, doch verlies een dag studie buiten. Als mijne geiten lukken en ze zijn niet al te koppig, dan ben ik morgen ten één uur weder hier.”
  • Bron: Gerard Bilders juli 1859, brief uit Leiden, aan Johannes Kneppelhout
  • Aanhaling(en): J. Kneppelhout, f A.G. Bilders, Brieven en dagboek. (2 delen), A.W. Sijthoff, Leiden (tweede druk), 1876, p. 100
  • Vader J.W. Bilders had een belangrijke opdracht uit Rusland gekregen voor een boslandschap. Hij had zoon Gerard gevraagd om dit te willen stofferen met enkele geiten, waar de jonge Gerard goed in was. Ook andere schilders deden dit voor hem, zoals Anton Mauve
  • „..kwam mijn vader [J.W. Bilders] op zekeren avond uit de lucht vallen en vroeg mij, of ik lust had met hem naar Brussel te gaan, waar hij voor de groote tentoonstelling heen wilde. Ik was zeer nieuwsgierig en naar Brussel en naar de groote tentoonstelling, liet de studies in den steek en ging mede. Finantieel was het dom, maar voor het overige ben ik zeer tevreden er geweest te zijn, want ik heb er schilderijen gezien, waar ik niet van droomde en al datgene in vond wat mijn hart begeert en ik bijna altijd bij de hollandsche schilders mis. Troijon, Courbet, Diaz, Dupré, Robert Fleury, Breton [schilders van de Franse School van Barbizon ] hebben een grooten indruk op mij gemaakt [..] Eenheid, rust, ernst en vooral eene onverklaarbare intimiteit met de natuur troffen mij in die schilderijen.”
  • Bron: Gerard Bilders, brief aan zijn mecenas Johannes Kneppelhout, Amsterdam 28 September 1860
  • Aanhaling(en): J.W. Kneppelhout A.G. Bilders, Brieven en dagboek. (2 delen). A.W. Sijthoff, Leiden 1876, p. 164 (tweede druk)
  • Zoon Gerard Bilders geeft duidelijk aan dat het zijn vader J.W. Bilders was die het initiatief nam om naar Brussel te reizen, en zijn schilderende zoon meevroeg. Ongetwijfeld had J.W. Bilders dus al eerder werken gezien van Barbizon-schilders, en wist hoe waardevol deze waren voor hun eigen schilderkunst
  • „Onderweg bij den Vordensche Tol, zat Marie v. B. ons te wachten - Na de koffi[e] werd het kasteel [van Vorden] en zijn omgeving bewonderd en maakte ik al drie schetsen. Den volg. ocht. liet ik ons vieren naar Hackfort rijden en teekende ook daar. Bilders was daarbij onze Cicerone [gids].”
  • Bron: Johannes Bosboom, dagboeknotitie Zuidlaren (Drenthe) 27 augustus 1876
  • Aanhaling(en): Jeroen Kapelle, 'Johannes Warnardus Bilders en Anton Mauve: een vergeten samenwerking', RKD Bulletin, 2016, februari 2016, p. 8
  • Johannes Bosboom was in Den Haag Marie's leermeester geweest, vóór Bilders. Met zijn vrouw zocht hij hen op in de zomer en schreef kort hoe zo’n studiedag eruit zag. Marie B. en de oudere Bilders bleven vanaf die tijd onafscheidelijk en trouwden in 1880
  • „De gansche maand October was ik aan 't sukkelen geweest met mijne maag [..] Ik was zwak, het loopen 's middags en 's avonds van en naar mijn atelier matte mij af, en de beweging zelve gaf mij zekere schokken in de maag, die pijnlijk waren. Op een der laatste dagen van October stelde mijn vader mij daarom voor, mij geheel bij hem in huis te komen installeren; ik [..] begon reeds den volgenden dag met inpakken..”
  • Bron: Gerard Bilders, 9 november 1864, brief aan zijn mecenas Johannes Kneppelhout,
  • Aanhaling(en): J. Kneppelhout, A.G. Bilders, Brieven en dagboek. (2 delen). A.W. Sijthoff, Leiden 1876, p. 376
  • Omdat zoon Bilders door tuberculose het einde van zijn zelfstandige leven had bereikt, bracht hij het laatste half jaar van zijn leven bij vader Bilders in huis door; 3 jaar eerder was diens vrouw al gestorven
  • „Ik hoop dat uwe schilderijen goed zullen overgekomen zijn, en vooral dat UE er die warme toon in bewaren zult, die er nu zoo mooi in is: dat moet verschrikkelijk lastig zijn, als een schilderij eens op eene zekere hoogte is, en het dan niet te bederven: ik hoop dat UE er niet te lang aan zult schilderen, want dan gaat UE ook weer aan ’t afkrabben: - liever bijtijds wegzetten.”
  • Bron: Georgina van Dijk, brief 13 oktober 1869, aan J.W. Bilders
  • Aanhaling(en): Bilderspad, 'Brieven', op website Bilderpad
  • Veelzeggend is de 'warme toon' die door de jongere schilderes als waardevol wordt gezien in het werk van de oudere Bilders. Ook zijn zoon Gerard Bilders (die in 1869 al vier jaar dood was) schreef voortdurend over het belang van van een 'warm grijs' in het landschap schilderen
  • „Nog hooren wij hem in gloeiende woorden over het betooverende der natuur spreken; wij zien hem met zijn zeldzaam plastisch vertellerstalent, waardoor hij ons personen en zaken voor de oogen tooverde, met groote beweeglijkheid en gebaren vol uitdrukking, het geheimzinnige en wegsleepend schoone zijner aangebeden meesteresse, de natuur, beschrijven, [..] zijne dichterlijke schildering van die fluisterende stemmen in de eenzaamheid, die aanbiddelijke macht van toon en kleur..”
  • Bron: Johan Gram, Kunstkroniek, aflevering 1 en 2, 1876
  • Aanhaling(en): Willem de Bruin, 'Schilders in negentiende eeuwse kunstkolonie Oosterbeek', in Historisch Nieuwsblad, maart 2014
  • Johan Gram bezocht de oude Bilders te Oosterbeek [en in Den Haag]; deze houding t.o.v. de natuur bracht Bilders ook over op de jonge kunstenaars van de Haagse School die naar Oosterbeek trokken om hem daar op te zoeken of hem raadpleegden over het schilderen
  • „De beide schilders, de heer Bilder en mej. Bosse, die hier dezen zomer onderscheidene teekeningen van ons dorp [Gieten] gemaakt hebben, zijn voor een paar dagen weer vertrokken. Zoo 't schijnt, is het hun hier goed bevallen, daar zij voornemens zijn ons op een volgend zomer weder een bezoek te brengen.”
  • Bron: auteur onbekend, in De Provinciale Drentsche en Asser Courant, 8 oktober 1878
  • Aanhaling(en): Kunstbus, 'Johannes Warnardus Bilders', website De Kunstbus, 21 januari 2016
  • Het tweede toekomstige bezoek waarvan melding werd gemaakt heeft ook inderdaad plaatsgevonden; het werd beschreven in de krant van 14 februari 1880. Hij werd vanaf c. 1875 haar (derde) leermeester in het schilderen; mej. Bosse werd in 1880 zijn tweede echtgenote
  • [Johan] Gram deelt mede, dat Bilders als jongen een groot liefhebber van visschen was en hij met zijn kornuiten tochtjes ondernam. [..] Niets kan den zin voor de schoonheid der Natuur zoo ontwikkelen, als het vroeg in 't veld zijn met hengel en pierenbak en het dwalen langs slooten en door weiden. Het gaten trappen in den dauw, die nog op het gras hangt.. [..] Zin voor hengelen schijnt den HoUandschen artistieken mench altijd in het bloed te hebben gezeten.”
  • „Te Turnhout werd ik [J. de Bosch Kemper, in 1830] met een vrijwilliger in een net, ordelijk, burgerlijk huisgezin ingekwartierd. Wij zagen er nog zeer jeugdig en weinig krijgshaftig uit. [in een noot bijgevoegd:] [deze was] de voortreffelijke Nederlandsche landschapschilder J.W. Bilders.”
  • Bron: J. de Bosch Kemper, 'Inleiding', in Geschiedenis van Nederland na 1830, E.S. Witkamp, 1875
  • Aanhaling(en): A.C. Loffelt, 'Johannes Warnardus Bilders' in Het schildersboek. Nederlandsche schilders der negentiende eeuw. Deel 4, redactie Max Rooses, 1900 p. 76
  • Bilders had zich op jonge leeftijd als één van de eerste vrijwilligers aangemeld, om zo als soldaat te gaan dienen in het Nederlandse leger, tegen de Belgische Revolutie voor zelfstandigheid. Hij werd daartoe in Turnhout gelegerd.
  • „"Oerwouden", oerwouden, hoog geboomte, breede schaduwpartijen dier eeuwenoude stammen, door een plotseling invallend licht nog krachtiger en somberder schijnende — ziedaar de lievelingsthema's van Bilders. Slechts zelden verlaat hij het heerlijk bosch, dat hij lief heeft als een druïde, en waarvan hij het geheimzinnig aantrekkelijke even goed in kleuren als met woorden verstaat te schilderen. Doch al geeft hij u een panorama - zoo als het klooster St. Clara, bij Wiesbaden [..] - of een gewoon Geldersch landschap, in elk daarvan zal zijn romantieke geest zijne liefde voor tegenstelling, voor schitterend licht en bruin, in het bijzonder uitkomen.”
  • Bron: Johan Gram, Onze Schilderkunst, 1882
  • Aanhaling(en): Johan Gram, 'J. W. Bilders & Gerard Bilders', in Catalogus der Schilderijen & Teekeningen nagelaten door de kunstschilders J.W. Bilders en A. Gerard Bilders, kunsthandel Frederik Muller & Cie, Amsterdam, 1892
  • In dit citaat van Johan Gram wordt J.W. Bilders twee keer als schilder behorend bij de Hollandse Romantiek gezien, waar kunstcriticus A. C. Loffelt hem in dezelfde periode uitdrukkelijk buiten de Romantiek plaatste
  • „De man die Mauve’s talent het eerst geraden heeft, die zijne individualiteit ontwikkeld, de note personelle in hem tevoorschijn heeft gebracht, is Bilders geweest. Aan den omgang en zijne veelvuldige zamenwerking met dezen denker en dichter onder de schilders heeft Mauve het voor een groot deel te danken gehad, dat hij de talentvolle, degelijke kunstenaar is geworden.”
  • Bron: Eduard Rittner Bos, 'In memoriam Anton Mauve, 6 februari 1888', overdruk uit De Portefeuille, Kunst en Letterbode 9., 1888, p. 2.
  • Aanhaling(en): Jeroen Kapelle, 'Johannes Warnardus Bilders en Anton Mauve: een vergeten samenwerking', RKD Bulletin, 2016, februari 2016, p. 5
  • Publicist Edward Rittner Bos schreef hier in zijn necrologie over Mauve; wellicht overdreef hij de rol en invloed van de oudere Bilders op Anton Mauve, omdat Bos familie van Bilders was
  • „Van al die studies, trouw naar de natuur door Mesdag gemaakt, hadden vooral die Bilders' ingenomenheid, welke, hoe naïef ook, een persoonlijk karakter droegen en van zelfstandigheid getuigenis aflegden. Zelf autodidact en ijverend voor eene breede, frissche oorspronkelijke kunstopvatting, meende hij er Mesdag dan ook niet te krachtig tegen te kunnen waarschuwen, op zijne hoede te zijn, om geen "kleine Roelofs" te worden; niet genoeg hem op het gewicht te wijzen, van bovenal uit eigen oogen te zien.”
  • Bron: A.C. Croiset van der Kop, Hendrik Willem Mesdag', in Elsevier's geïllustreerd maandschrift, 1891
  • Aanhaling(en): DBNL, Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 1., p. 431
  • Na enige tijd van J.W. Bilders in Oosterbeek stevige schildersadviezen te hebben gekregen in de zomer van 1866, wilde Mesdag doorreizen naar Willem Roelofs in Brussel om deze als schilderleraar te ondergaan; waar Bilders hem voor waarschuwde
  • „Hij kon niet uitstaan, dat een schilder gedachteloos in de Natuur rondliep, hij eischte steeds opletten, met de oogen studeeren en liet niets onopgemerkt voorbijgaan.”
  • Bron: Marie Bilders-van Bosse 23 juni 1895, brief aan A.C. Loffelt; RKD-archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): A.C. Loffelt, Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, juni 1895
  • Marie Bilders-van Bosse kreeg al vanaf 1875 schilderles van de oudere Bilders; zij trouwden in 1880 en woonden samen in Oosterbeek. Zij maakte ook uitsluitend landschapschilderijen, meestal in een stevige verftoets geschilderd
  • „..en tot mijn groot genoegen hoorde ik dat het stuk 'de Wodans Eiken' (bij mijn broeder), u ook zoo getroffen hadt. Ik vind dit haast 't mooiste wat Bilders gemaakt heeft, ik weet dat het bij Goupil [kunsthandel, o.a. in Den Haag] ook menigeen onzer artisten getroffen heeft. o.a. heeft Jacob Maris er nog met warmte over gesproken. En als men daar bedacht dat Bilders 75 was toen hij dit maakte! Na de Wodans eiken - (?) naar zijn Paradijs..”
  • Bron: Marie Bilders-van Bosse 10 juli 1895, brief aan A.C. Loffelt; RKD-archief, Den Haag
  • Aanhaling(en): Tutornet, 'Johannes Warnardus Bilders', op website Tutornet1
  • De term 'Wodanseiken' werd door de schilder bedacht rond 1850. Ze staan langs de Wolfhezebeek ten zuiden van Wolfheze. Ze zijn niet bijzonder groot, maar wel oud; de schattingen variëren van 400 tot 600 jaar
  • „Helaas, de naam 'Wodans-eiken' is niet zoo oud als men thans algemeen vermoedt en de gidsen, wandelende en gedrukte, ons willen wijsmaken. Hij dagteekent van de eerste jaren, die Bilders in de omstreken doorbracht; deze is er feitelijk de uitvinder van; hij stond peter over hen, gelijk hij zoo vele groenen [nieuwe schilders] doopte, die tijdelijk de schilderskolonie bezochten. De novitius [nieuweling] werd dan door de vroeger gevestigden op een steen midden in de beek gebracht en daar door hun opperpriester Bilders met water besprenkeld.”
  • Bron: A. C. Loffelt, 'Anton Mauve', in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, jaargang 5., Amsterdam 1895
  • Aanhaling(en): Dorpsbelangen Wolfheze, 'De Duizendjarige Den vertelde..', jaargang 14, september 2014, p. 41
  • Het citaat geeft de belangrijke rol aan van Bilders voor veel jongere schilders, zowel voor zijn directe leerlingen als voor schilders die door zijn schilderijen beïnvloed werden en hem regelmatig opzochten in Oosterbeek, zoals Anton Mauve en Jacob Maris

Galerij van werken - chronologisch[bewerken]

Externe links[bewerken]