Jan Mankes

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jan Mankes, 1909: 'Zelfportret', olieverf op doek
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Jan Mankes (Meppel, 15 augustus 1889 - Eerbeek, 23 april 1920) was een Nederlands kunstschilder en graficus; hij stierf jong..

Citaten van Jan Mankes - chronologisch[bewerken]

Citaten, tot 1915[bewerken]

  • „Mijn verrassing en dank zijn groot [..] En wat een zending. Wat me wel haast 't meest van alles trekt, ja me echt doet genieten dat kleine boekje ['Wild birds at home', van fotograaf Charles Kirk, Londen 1906] met vogels, echt iets om mijn hart aan op te halen. Er zijn foto's bij welke heerlijker gedachten wekken dan alle echte kunst..”
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek 26 januari 1911, aan maceneas A.A.M. Pauwels in Den Haag; RKD: archief A.A.M. Pauwels
  • Aanhaling(en): Yme Kuiper, 'Stukken van troosteloos wee', in Jan Mankes – in woord en beeld, red. Sjoerd van Faassen; Museum Bèlvédère, Heerenveen, 2015, pp. 7-8; ISBN 1877-0983
  • Kuiper wijst in zijn artikel op de overeenkomsten in compositie tussen de foto’s van Charles Kirk en veel schilderijen en tekeningen van vogels, door Mankes gemaakt]]
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek eind januari 1911, aan mecenas A.A.M. Pauwels in Den Haag
  • Aanhaling(en): J.R. de Groot, 'De bekoring van het gewone - Het werk van Jan Mankes'; Ons Erfdeel, jaargang 33, 1990 p. 103
  • In het begin van die maand schreef Mankes zijn mecenas al dat: 'het landschap direct of indirect een voorwerp van studie voor me zal zijn'
  • „Het is net een verschijning uit een sprookje, iets koninklijk teers, iets waar je nooit aan zou willen raken, ja hij is voor mij door die zilveren borst totaal volmaakt geworden.”
  • Bron: Jan Mankes, brief aan zijn mecenas A.A.M. Pauwels in Den Haag, ongedateerd, c. 1913
  • Aanhaling(en): Kunst en cultuur Twente, 'Sprookjesachtig, dromerig en teer', april 2020
  • De uil uit zijn beroemde schilderij 'Grote uil op scherm' (zie onder, in Galerij) uit 1913 woonde bij de familie Mankes in huis. De vogel was opgestuurd door de mecenas van de kunstenaar
  • „Ik kreeg daareven een bevlieging tot [..] houtsnijden [om daarna er mee te drukken]. Houtsnijden is een betrekkelijk eenvoudige techniek die zich bijzonder eigent voor overwogen werk met stijlvolle vormbepaling, dus monumentale kunst.”
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek 29 juni 1913, aan maceneas A.A.M. Pauwels in Den Haag
  • Aanhaling(en): J.R. de Groot, 'De bekoring van het gewone - Het werk van Jan Mankes'; Ons Erfdeel, jaargang 33, 1990 p. 104
  • In het voorjaar van 1913 had Mankes samen met Pauwels in Leiden een tentoonstelling van Japanse houtsneden bezocht
  • „Ik heb een vrij groot schilderij af, de geit ('Jonge witte geit'); over het plan daartoe sprak ik u wel eens. Het is dunkt me volkomen een schilderij geworden, en heel compleet.”
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek 1914, aan maceneas A.A.M. Pauwels in Den Haag
  • Aanhaling(en): J.R. de Groot, 'De bekoring van het gewone - Het werk van Jan Mankes'; Ons Erfdeel, jaargang 33, 1990 p. 104
  • met de geit was Mankes door zijn intensieve omgang met alle dieren op het erf van zijn ouderlijk huis heel vertrouwd

Citaten, vanaf 1915[bewerken]

  • „Het wonder is gekomen. Zo ineens en zo plotseling dat ik het zelf nog niet bevatten kan. Ik ben verloofd. Mijn meisje is de dominee van Bovenknijpe en heet Annie Zernike. Je zult haar leren kennen en dan zul je weten wat voor een groots en heerlijks dat voor mij betekent.”
  • „Amice, Een heerlijk beest, het parelhoen. Een kopje zo wonderlijk waarin vastelanden zeeën en bergen te ontdekken zijn. Een roode zee in een beschimmelde woestijn met een paar eenzame palmen of als je de zaak ik kleiner afmetingen wilt bezien dan ontdek je zoiets als een aardappel drijvende in wittig soepje met een tomatensaus of dergelijke dingen. [..] 't Is een verzameling mooie kleurtjes en wonderlijk van vorm. Snavel verrrukkelijk en zijn heele vachtje..”
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek 26 april 1917, aan maceneas A.A.M. Pauwels in Den Haag
  • Aanhaling(en): Jan Mankes 1889-1920, red. Karlijn Berends & Tosca Philipsen; tentoonstellingscatalogus, Waanders, Zwolle 2007, pp. 85-86
  • In hetzelfde jaar schilderde Mankes dan ook 'Het parelhoen'; vaak kreeg hij de gewenste dieren toegestuurd door Pauwels
  • „..'t Is heelemaal niet noodig [vaak te exposeren], laat ieder me desnoods vergeten zijn. Werk, heel goed werk, dat is mijn machtmiddel [..] Na de eerste allereerste intocht van mijn eerste werk kwam een onderschatting. Die zijn we nu te boven en dat lukt niet veel jonge schilders. Maar ik weet dat steeds meer ernstige menschen het gaan waardeeren. Ze flikkeren er niet van om, maar dat pleit voor hun ernst..”
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek 2 augustus 1917, aan maceneas A.A.M. Pauwels in Den Haag
  • Aanhaling(en): Jan Mankes 1889-1920, red. Karlijn Berends & Tosca Philipsen; tentoonstellingscatalogus, Waanders, Zwolle 2007, p. 125
  • Daar zijn vrouw als dominee inkomen verdiende en ook Pauwels regelmatig werk van hem aankocht kon Mankes zich deze houding ook veroorloven
  • „..In het prentenkabinet (Amsterdam) hebben we ons voor laten leggen de gravures van der Meester van 1480. Dan val je om van de fijnheid en gevoeligheid als je dat ziet [..] Ga ze zelf vooral bij gelegenheid eens kijken en noteer zijn naam met een blauw potloodje..”
  • Bron: Jan Mankes, brief uit Eerbeek 2 november 1917, aan maceneas A.A.M. Pauwels in Den Haag
  • Aanhaling(en): Jan Mankes 1889-1920, red. Karlijn Berends & Tosca Philipsen; tentoonstellingscatalogus, Waanders, Zwolle 2007, p. 63
  • Mankes bewonderde de oude prentenmakers en vond er veel inspiratie, zoals bij deze Meester van 1480, en ook de Duitse Dürer
  • „Wat kan een Augustusdag stoffig en nuchter zijn. Je zou op zoo'n dag jezelf weg willen maken om alle ellendigheid, die op je in tracht te dringen. Maar je weet: de serene avond komt en de kievit klinkt over de lage landen. Je loopt in den dauw en ziet de koeien-ruggen en de wasemende boomen. en de gedachte aan dat alles heiligt dien fellen Augustusdag, en je gaat er niet op foeteren en schelden, en je tracht hem niet te veranderen en te verbeteren, maar je zoekt een stil schaduwrijk hoekje ergens op een verlaten deel hier of daar en je wacht en je weet, dat 't komen zal. De natuur verbergt niets, maar geeft alles..”
  • Bron: Jan Mankes, brief, Eerbeek 10 januari 1920, aan Annie van Beuningen-Eschauzier
  • Aanhaling(en): website Anne Zernike, 'Jan Mankes: de echtgenoot van Anne Zernike'
  • Dit citaat van Jan Mankes uit zijn laatste jaar geeft goed weer hoe hij zich verhield tot de natuur. Hij schreef deze impressie aan een trouwe kunstverzamelaar, die hem regelmatig in Eerbeek opzocht
  • „met de warme genegenheid die u betoonde hebt u me zo getroffen dat het me een innig genoegen is. Ik lag lange dagen op mijn bed, ik dacht aan veel wat ik o zo graag wilde doen, maar moest wachten en berusten. Al is het een lichtstraal dat ik me beterende voel en ook daags zoals nu even opkom.”
  • Bron: Jan Mankes, brief, Eerbeek 1920, aan Annie van Beuningen-Eschauzier
  • Aanhaling(en): Jaap Mees, 'Fijnschilder Jan Mankes: het geschilderde is altijd meer dan de afbeelding', op website Reporters online, 22 april 2020
  • Toen Mankes op het eind van zijn leven aan TBC leed en te bed lag, schreef hij aan vriendin en trouwe volger Annie van Beuningen; het citaat beschrijft zijn laatste maanden en zijn houding daarin
  • „Ik probeerde mooie dingen te maken in allen eenvoud en juist omdat ik weet, dat geen schijn me ooit bevredigen zal, werp ik soms zoo woedend uit den weg wat me af kan houden van mijn eenig doel.”

Citaten, ongedateerd[bewerken]

  • „..Schilderen is [..] nooit een afbeelding geven der stoffelijke zaken, maar een psychische functie, een uiten hoe zijn geest reageert ten opzichte der dingen. Dat is dus een heel verschil met: schilderen is de schoonheid der dingen laten zien.”

Citaten over Jan Mankes[bewerken]

  • „Een jonge schilder wiens naam [Mankes] ons tot nu toe geheel onbekend was, maar reeds een merkwaardige verschijning [..] En curieus is, dat de manier waarop de vlakken door lijnen zijn begrensd [..] Wellicht is de vroegere werkzaamheid van Mankes, die op een glasschilderatelier heeft gewerkt, op deze wijze van vlakvulling van invloed geweest. Hoe dit zij, bijzonder is dit werk zeker.”
  • Bron: Jan Kalff Jr., 'Kunst, Larensche Kunsthandel', in Algemeen Handelsblad Av., 13 november 1912
  • Aanhaling(en): Jan Mankes – in woord en beeld, red. Sjoerd van Faassen; Museum Bèlvédère, Heerenveen, 2015, p. 25; ISBN 1877-0983
  • Van 1904 tot 1908 was Mankes werkzaam als glasschilder op glasatelier 't Prinsenhof van Jan Schouten, in Delft
  • „Ik ben er heel gelukkig mee [met het schilderij 'Jonge Witte Geit'] en schreef zoojuist aan Mankes zelf om hem dat te zeggen! [..] Ik hoop zo heel erg, dat op den duur juist het sterke, al is het droevig, zóó puur en gevoelig tot ons zal blijven komen..”
  • Bron: Annie van Beuningen , brief aan kunsthandel Van Harpen in Laren, 24 April 1918
  • Aanhaling(en): Jan Mankes 1889-1920, red. Karlijn Berends & Tosca Philipsen; tentoonstellingscatalogus, Waanders, Zwolle 2007, p. 134
  • Na aanvankelijke twijfel of het schilderij 'Jonge Witte Geit', niet te drukkend zou zijn om dagelijks die 'diepe treurigheid' ervan te ondergaan, reageerde ze al snel met dit bericht, zowel naar de kunsthandelaar als naar Mankes zelf
  • „Juist in dezen tijd van troebele verwarring, van reclame-zucht en aanstellerij, van onmacht en manierisme geeft het zoo’n zeldzaam genot eens een klaren geest te ontmoeten, die, wars van alles wat er om hem heen gebeurt, stil en kalm zijn eigen weg gaat. Iemand te zien, die zich niet laat beïnvloeden door de stroomingen des tijds, maar als een devoot kloosterling slechts de schoonheid peurt uit het leven dat hem omringt.”
  • Bron: R.W.P. de Vries Jr., 'In memoriam Jan Mankes', Elsevier’s Maandschrift, 1920
  • Aanhaling(en): Martine van Poeteren, 'Een schilder van tederheid. Jan Mankes ontleed', op Biografieportaal, 13 maart 2020
  • Mankes werd in eigentijdse recensies vaker als kluizenaar of kloosterling neergezet. De sterke waardering voor zijn werk toen hing wellicht juist samen met de opkomst van reclame; het 'onechte' tegenover het 'pure'
  • „Het moet gezegd worden dat de geschilderde uitingen een neiging tot manierisme toonen. Er is dikwijls een ziekelijke weekheid in de kleur, die te mooi aandoet, die niet als smart ontroert. Er is een gemis aan spanning in zijn neiging tot ’t gestyleerde.. .Ik wist 't, maar ik zag het nooit zo als een fondamenteele fout van Mankes. Dit is voor mij de teleurstelling deezer expositie [grote expositie met 130 schilderijen, c. 40 tekeningen en 40 prenten] [..] De Mankes die absoluut [overeind] 'blijft' is de [w:Houtsnede”
  • Bron: Just Havelaar, 'Eeretentoonstelling Jan Mankes, Utrechtse Kunsthandel', in ‘’Het Vaderland’’, 1 maart 1923
  • Aanhaling(en): Jan Mankes 1889-1920, red. Karlijn Berends & Tosca Philipsen; tentoonstellingscatalogus, Waanders, Zwolle 2007, p. 142
  • Just Havelaar viel met name over de zachtheid van kleur en de stilering in de schilderijen van Mankes - waar hij met het gedrukte zwart-wit werk geen enkele last van had
  • „De jonge kraai zat 's morgens buiten op z'n bed waar ik z'n slappe poten vasthield, zóó, dat Jan hem teekenen kon [..] Vooral in het kleinste vierkante blokje, waarop de hij kraai naar een mug laat happen, had Jan veel pleizier.”
  • Bron: Annie Zernike, in Jan Mankes, uitgeverij Van Es, Wassenaar 1928, pp. 37-38
  • Aanhaling(en): J.R. de Groot, 'De bekoring van het gewone - Het werk van Jan Mankes'; Ons Erfdeel, jaargang 33, 1990 p. 106
  • Kort na de geboorte van zoon Beint op 1 maart 1918, ging de gezondheid van Mankes opnieuw achteruit; aan het eind van het jaar lag hij veel in bed. Zijn twee laatste houtsnedes ontstonden net daarvoor, de 'Schreeuwende kraai', en de 'Zieke kraai'
  • „Jan ging graag mee naar de streek, waar hij als jongen vaak had gelogeerd [...] Aan de achterkant van het huis vond hij op 't noorden een kamertje met witgekalkte muren, geknipt voor een atelier. Achter en naast het huis een grooten tuin, met 'n kippenhok, een sloot voor de ganzen, een schuur voor de geiten, want vader zou gaan boeren. Voor Jan de kostelijkst denkbare schildersobjecten.”
  • Bron: Anne Zernike, 1923
  • Aanhaling(en): Judy Hodel, 'Fries en Europeaan De schilder Jan Mankes',Ons Erfdeel. Jaargang 50, 2007, p. 136
  • Mankes' vader kreeg pensioen in Delft en wilde terug naar De Knipe (bij Heerenveen), om te gaan boeren; Jan Mankes verhuisde als jong kunstenaar mee en vond daar zijn onderwerpen. Zijn latere vrouw Annie Mankes-Zernike schreef hierover in 1923
  • „Hollands meest verstilde schilder [..] Deze stilte wordt veroorzaakt door evenwichtige composities en ingetogen kleurgebruik, alsmede een nauwelijks zichtbare penseelstreek.”
  • Bron: Richard Roland Holst, in Jan Mankes, red. A. Mankes-Zernike en R.N. Roland Holst, Utrechtse Kunsthandel J.A.A.M. van Es, 1923
  • Aanhaling(en): Cultuurarchief, 'Jan Mankes in Friesland'

Externe links[bewerken]

Galerij van werken[bewerken]