Hendrik Willem Mesdag

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
portret van Hendrik Willem Mesdag, schilderij
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Hendrik Willem Mesdag (Groningen, 23 februari 1831 – Den Haag, 10 juli 1915) was een Nederlands kunstschilder en aquarellist; zee en strand was zijn grote liefde. Hij was één van de kunstenaars van de Haagse School.

Citaten van Hendrik Willem Mesdag - chronologisch[bewerken]

Citaten, tot 1880[bewerken]

  • „Ik ben vijf en dertig jaar. Ik heb een vrouw en een kind. Ik ben opgeleid voor den handel, maar daar deug ik niet voor. Ik ben schilder. Help mij.”
  • „..de rijkdom van toon en diepte [kan] alleen worden verkregen, door het door en door te werken [..] De raad van Roelofs is bepaald dik schilderen, dat wil zeggen, goed in de verf en deze liefst gebruiken zonder olie of terpentijn [..] Ik hoop, dat gij het goed begrijpt, niet dik van kleuren want juist hij bereikt alleen dat waas en de kracht van kleur, door het herhaald overschilderen.”
  • „....Tadema heeft mij geschreven dat U beiden het ermee eens bent deze twee schilderijen [die hij gemaakt had in 1868-69] niet tentoon te stellen; zij waren nog niet volledig genoeg voor mijn reputatie in Brussel. Daarom zal ik dit jaar niet in Brussel exposeren, want ik zeg u oprecht dat ik op dit moment nog niet beter kan [..] .Ik heb zeer weinig plezier gehad van mijn tentoongestelde schilderijen in Den Haag; zij zijn zeer slecht geplaatst, zodat men ze bijna niet ziet maar wat kan men eraan doen? Lijden en zwijgen.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief, Den Haag 20 juni 1869, aan A. Verwee, Brussel
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 39; ISBN 90-74192-14-9
  • Tadema was naast Willem Roelofs zijn leraar in Brussel vanaf circa 1866; Mesdag was dus nog maar enkele jaren bezig met schilderen
  • „Ik dank u dat u zo oprecht bent geweest mij eerlijk uw meening te zeggen over de naar Parijs gezonden schilderijen ['Une journée d'hiver à Scheveningue' en 'Les Brisants de la Mer du Nord' ('Branding op de Noordzee'). Het doet me plezier dat U het grote zeestuk [Branding..] heel goed vindt. Wat het andere schilderij betreft [..] ingelijst en goed geplaatst in mijn atelier [in Den Haag] gaven de meeste kunstenaars voorkeur aan de Winterdag. Evenwel dat zegt nog niet genoeg en daarom verheug ik me erover dat u zo eerlijk Uw [kritische] mening hebt gezegd..”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief, Den Haag 19 maart 1870, aan A. Verwee, Brussel
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 41; ISBN 90-74192-14-9
  • Ook de jury van de Parijse Salon van 1870 kozen voor 'Branding op de Noordzee'. Mesdag kreeg er zijn eerste erkenning: de gouden medaille. Het werk werd bovendien aangekocht door jurylid Charles Chaplin
  • „Ik heb het onderwerp bestudeerd en geschilderd direct naar de natuur ['Schevenings strandgezicht' 1869] en ik heb getracht dat motief eenvoudig en ongekunsteld weer te geven, zonder er een schilderij met veel éclat van te willen maken.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief, Den Haag 19 maart 1870, aan zijn vriend Alfred Verwee
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 15; ISBN 90-74192-14-9
  • Zeer waarschijnlijk is het schilderij in het atelier geschilderd, naar een of meerdere schetsen die Mesdag ter plekke had gemaakt aan het strand
  • „..ik heb een kamer gehuurd in Scheveningen om er studies naar de natuur te maken. Het is een kamer met uitzicht op zee; ik hoop er mooie dingen te maken, en steeds vooruit te gaan.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief, Den Haag 28 mei 1871, aan zijn Belgische vriend Alfred Verwee
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 17; ISBN 90-74192-14-9
  • Mesdag woonde toen met zijn vrouw Sientje in Den Haag stad. Vanuit de gehuurde kamer kon hij zijn vele schetsen van het strand van Scheveningen maken, mèt de vissers en hun bomschuiten
  • „Het was wel fataal nieuws: de plotselinge dood van onze jongen, een ziekte van drie dagen maakte een einde aan zijn leven. Wat is ons huis leeg [..] die gedurende 8 jaren de illusie van ons leven was. Gelukkig voor ons dat we van kunst houden en laten wij hopen dat wij [hij èn zijn vrouw Sientje] doorgaan ons leven te wijden aan ons schilderen, dat mij reeds zo veel genot heeft gegeven..”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief, Den Haag 12 oktober 1871, aan zijn Belgische vriend Alfred Verwee
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 43; ISBN 90-74192-14-9
  • Klaas was het enigste kind van Mesdag en Sientje; de jongen stierf heel plotseling aan difterie
  • „..de critieken op mijn werk in de Fransche, Engelsche bladen [zijn] [..] voldoende om te kunnen beweren dat ik reeds nu onder de tegenwoordige marine schilders een voorname plaats inneem. Dit wil ik ook bij het stellen mijner prijzen in aanmerking genomen hebben.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief c. 1870-75, aan kunsthandel Goupil in Den Haag
  • Aanhaling(en): Johan Poort, De Copieboeken of De Wording van de Haagsche School, Mesdag Documentatie Centrum, Wassenaar, 1996, pp. 89-90
  • Goupil was in die jaren een kunsthandel die een netwerk van vestigingen had in Londen, Brussel, Den Haag, Berlijn en Wenen. Mesdag kwam duidelijk uit de zakenwereld

Citaten, vanaf 1880[bewerken]

  • „Voor de kunst een plaats te veroveren zoo vlak naast de natuur, noemde men een dwaasheid. Een oogenblik weifelde ik, maar dan ging ik nogmaals naar dat duin [Seinpostduin] en vroeg aan de mij omringende natuur: Zijt ge dan niet schoon genoeg om door het penseel getoetst te worden. En de natuur, zich in al haar majesteit aan mijn oog vertoonende vroeg mij op haar beurt: Wat wilt ge meer! Mogt ge er slechts eenigszins in slagen, mij op het doek weêr te geven, gij zult groote voldoening smaken.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, in vraaggesprek n.a.v. de opening van het Panorama Mesdag, in Dagblad van Zuid-Holland', 9 augustus 1881
  • Aanhaling(en): Antoon Erftemeijer, Naar Zee - De zee in de Nederlandse kunst sinds 1850, Frans Hals Museum & De Hallen Haarlem, 2012, pp. 18-19
  • Mesdag zag het Panorama van zestienhonderd meter beschilderd doek later als zijn voornaamste werk, omdat 'het zo’n grote impressie geeft van de natuur'
  • „Waarde Zwager – Zuster. Wij sukkelen ook weder de winter goed door, altijd bezig en werkende. Jammer dat de gelegenheid tot nieuw studien [maken] nog niet is gekomen het is altijd een aardige afwisseling. Nu is het altijd zee en pinken enz - Voor Parijs ben ik druk bezig - Naar Weenen gaat een schilderij [..] Een paar prachtige schilderijen een van Dupre en een van Rousseau onze collectie weder verrijkt.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief Den Haag 15 februari 1882 aan Hindrik van Houten en Alida Cornelia Christina van Houten ten Bruggencate
  • Aanhaling(en): RKD, RKD-Archief, Den Haag
  • Citaat geeft een schets van zijn winter-bezigheden; het maken van zijn olieverfschilderijen, op basis van de schetsen die hij in de lente en zomer maakte. Ook de 'collectie Mesdag' werd verrijkt met werk van twee schilders van de School van Barbizon
  • „Wel Edele Heeren, Bij dezen heb ik de Eer Ued kennis te geven dat heden aan uw adres is ingezonden geworden Eene schilderij. - Het Binnen komen der Haringschuiten te Scheveningen.- bestemd voor uwe aanstaande Tentoonstelling. de prijs is f 2500- Tevens verklaar ik buiten mededinging te blijven voor de medaille. Hoogachtend Uedwd HW Mesdag.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, brief Den Haag 7 oktober 1882, aan de Commissie van Beheer van Arti et Amicitiae, Amsterdam
  • Aanhaling(en): R.K.D. Archief, Den Haag
  • Citaat van Messdag geeft een indruk van de onderwerpen die Mesdag in die periode schilderde en van de forse prijs die hij toen vroeg, vergeleken met andere schilders. Om de medaille ging het Mesdag toen niet
  • „Thuis [in Brussel, 1869] had ik een heelen winter aan een werkstuk zitten scharrelen; ’t was een kust, maar zo naiëf geschilderd. Toen zei ik: je moet de zee voor je zien, elken dag, er mee leven, anders wordt het niets. En toen gingen we naar Den Haag.”
  • Bron: J.D., 'Een Zeerob', in De Nieuwste Courant, 9 maart, 1901
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 35; ISBN 90-74192-14-9
  • Mesdag werd dan ook bij uitstek de zeeschilder, binnen de Haagse School
  • „Maanden van mijn leven heb ik haar aangestaard, met nooit verflauwende liefde en nooit verminderde belangstelling.”
  • Bron: Hendrik Willem Mesdag, 1901, uitspraak van hem, tijdens de huldiging op zijn zeventigste verjaardag
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 66; ISBN 90-74192-14-9
  • Hij sprak over zijn grote passie, de zee - op zijn 70ste verjaardag. Deze werd werd gevierd in het pas-verbouwde pand van Pulchri Studio aan de Lange Voorhout, waarvan hij tot 1906 voorzitter zou blijven
  • „En zie je, als mijn vrouw zo'n veertig jaar geleden niet gezegd had: doe 't maar, laten we maar gaan naar Brussel om te gaan studeren in schilderen, [bij met name Willem Roelofs], dan was 'k waarschijnlijk nooit uit mijn zaken getrokken.”
  • Bron: Marie Joseph Brusse, 'Onder de menschen. Een gouden schilders-bruiloft', in Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 maart, 1906
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting, 2001, p. 21; ISBN 90-74192-14-9
  • Een erfenis van zijn vader maakte het Mesdag mogelijk om in 1866 al jong zijn zakenloopbaan op te zeggen in Groningen; met zijn vrouw trok hij hetzelfde jaar naar Brussel
  • „..’t bedrijf in Scheveningen is er veel minder op geworden, nu met die vissershaven. Al die nieuwigheden, waar dient het voor [..] wat ik daar gemaakt heb, zo’n jaar of wat geleden, dat krijg je nooit meer te zien! Da’s uit, met Scheveningen is ‘t gedaan. En als ik ’t niet alle nog wist van vroeger, uit die schetsen, waarachtig dan was het afgelopen.”
  • Bron: Marie Joseph Brusse, 'Onder de menschen. Een gouden schilders-bruiloft', in Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11 maart, 1906
  • Aanhaling(en): Aernout Hagen, 'Storm en Stilte', in Kunstkrant januari/februari 2019, p. 8
  • In 1903 kreeg Scheveningen eindelijk een echte haven met open verbinding naar zee. Deze modernisering kon Mesdag niet bekoren, wat hij dan ook in een interview drie jaar later uitsprak; gelukkig had hij zijn schetsen nog om van daar uit nog te schilderen

Citaten over Hendrik Willem Mesdag - chronologisch[bewerken]

  • „..schilder studies van gedeelten, bv. Een stuk grond, een boomgroep of dergelijke, maar toch altijd zóó dat men die in verband met het geheele landschap begrijpen kan”
  • Bron: Willem Roelofs, brief uit Brussel 1866, aan W. H. Mesdag te Groningen
  • Aanhaling(en): Johan Poort, H.W. Mesdag: Oeuvrecatalogus, Wassenaar 1989, p. 20
  • Mesdag wilde zijn zakenloopbaan in Groningen opzeggen en leerling worden bij Roelofs in Brussel; hier kreeg hij per brief alvast eerste instructies. In de herfst van 1866 zou hij inderdaad - samen met zijn vrouw Sientje - vertrekken naar België
  • „..tracht u van alle mogelijke manier [van schilderen] te ontdoen en tracht in een woord de natuur met gevoel maar zonder denken aan werk van anderen, na te volgen.”
  • Bron: Willem Roelofs, brief uit Brussel 1866, aan W.H. Mesdag, Groningen
  • Aanhaling(en): Yvonne van Eekelen, Magisch Panorama, een belevenis in ruimte en tijd, Den Haag, 1996, p. 48
  • Dit devies van Roelofs zouden Mesdag en zijn vrouw in Den Haag een aantal jaren later herhalen naar hun jongere neef, toen hij hun trots zijn 'Stilleven met rozen' liet zien; hij was toen 16 jaar oud
  • „Kan een ander dan een Hollander de natuur zoo opvatten en weergeven, zulk een schat aan poëzie nederleggen in de meest onopgesmukte sobere voorstelling der eenvoudigste werkelijkheid [als Mesdag]?”
  • Bron: J. van Santen Kolff, in tijdschrift De Banier, 1875
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting cop, 2001, p. 17; ISBN 90-74192-14-9; 2001
  • Van Santen Kolff verkondigde in de aangehaalde tekst uit 1875 voor de allereerste keer het begrip De Haagse School' - en noemde in een adem Mesdag als de belangrijkste vertegenwoordiger ervan
  • „Mesdag, wiens werken nog niet lang geleden een gruwel waren in de oogen van vele kunstliefhebbers, begint thans een lievelingskind van het publiek te worden.”
  • Bron: anoniem, Rotterdamsch Nieuwsblad, 11 juli 1879
  • Aanhaling(en): De Mesdagcollectie, 'De Mesdags' in Over Mesdag en zijn collectie
  • „..op het landschap, als "het gemakkelijkste", naar de meening van die dagen, was de keus gevestigd”
  • Bron: Anna C. Croiset van der Kop, 'Hendrik Willem Mesdag', in Geïllustreerd Maandschrift, deel 1 Amsterdam, 1891, p. 430
  • Aanhaling(en): Sarah de Clercq & Johan Poort, Sientje Mesdag – van Houten 1834 - 1909; Rokin Art Press, 2000, p. 17 ISBN 9073931118
  • Deze opmerking slaat op de grote stap van Mesdag om in 1866 naar Brussel te trekken, en daar in de leer te gaan bij Willem Roelofs de landschapschilder; Zijn vrouw Sientje steunde hem daar volledig in; ze moedigde hem sterk aan
  • „Toen de stratenstudie [in Brussel, c. 1866-67] was afgelopen, nam Mesdag een atelier [en] [..]begon daar vanuit zijn ramen te schilderen en dit op een heel eigenaardige wijze. Op de ruiten zelf gaf hij aan, wat hij buiten zag, in de juiste verhoudingen, bracht het over op doorschijnend papier en vergrootte het op zijn doek. Meer dan ééne schilderij kwam op die manier tot stand, onder andere twee grote doeken, terreinen buiten Brussel voorstellende, akkerland en braakliggende velden met duinen op den achtergrond en boerenwoningen met roode daken en witte muurtjes in het verschiet: het is hetzelfde sujet, op verschillende afstanden en bij verschillende luchtgesteldheid gezien. Deze beide schilderijen waren het, die [..] voor 't eerst te Brussel Mesdag's naam onder de oogen van het publiek brachten.”
  • Bron: Anna C. Croiset van der Kop, 'Hendrik Willem Mesdag', in Geïllustreerd Maandschrift, deel 1 Amsterdam, 1891, pp. 443-44;
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting cop, 2001, p. 33; ISBN 90-74192-14-9; 2001
  • De schrijfster beschrijft de allereerste schilderperiode van Mesdag - zijn eerste jaren in de stad Brussel; hij schilderde daar onder leiding van Willem Roelofs
  • „Van al die studies, trouw naar de natuur door Mesdag gemaakt, hadden vooral die Bilders' ingenomenheid, welke, hoe naïef ook, een persoonlijk karakter droegen en van zelfstandigheid getuigenis aflegden. Zelf autodidact en ijverend voor eene breede, frissche oorspronkelijke kunstopvatting, meende hij er Mesdag dan ook niet te krachtig tegen te kunnen waarschuwen, op zijne hoede te zijn, om geen "kleine Roelofs" te worden; niet genoeg hem op het gewicht te wijzen, van bovenal uit eigen oogen te zien.”
  • Bron: Anna C. Croiset van der Kop, 'Hendrik Willem Mesdag', in Geïllustreerd Maandschrift, deel 1 Amsterdam, 1891
  • Aanhaling(en): RKD, citaat uit 'Hendrik Willem Mesdag', in de Bibliotheek Elsevier's geïllustreerd maandschrift
  • In 1866 bracht Mesdag, die wilde leren schilderen, de zomer door in Oosterbeek en kreeg er les van de oude Bilders. Daarna trok hij naar Brussel om drie jaar lang onderricht te krijgen van Willem Roelofs
  • „Breedheid vooral is de groote eigenschap die hem eigendommelijk zal blijven tot zijn laatsten ademtocht. Evenzeer als hij vóór alles breed weet te schilderen en behoeft te schromen het breed te laten hangen, is hij immers in alle dingen breed door het leven gegaan!”
  • Bron: Jan Veth in zijn artikel, 1895
  • Aanhaling(en): RKD, in Bibliotheek Portretstudies en silhouetten, 1e druk, 1908
  • Kunstcriticus Jan Veth complimenteerde Mesdag in zijn brede schilderstijl, maar er zat wellicht ook een steek onder water naar de ruime financiële middelen die Mesdag ter beschikking had, waarmee hij ook zijn collectie Mesdag kon aanleggen
  • „De schilder zelf legde mij z'n werken uit. De twee laatste, die pas voltooid waren, stelden voor den uitgang van de visschersbooten in de vroegen morgen, met een kerel, die er nog net vlug door ’t water heen waadt; en dan de terugkomst van de bommen [houten vissersboten uit die tijd], bij zonsondergang, als ze vol van haring zijn en dus veel dieper liggen. Deze doeken zijn weer voor [de Salon in] Parijs bestemd. ' Want - zei de heer Mesdag - die tentoonstelling is nog altijd de belangrijkste, en sedert '69 zijn mijn beste werken er geëxposeerd geweest; zij vormen samen de étappes van m'n oeuvre, en daarom blijf 'k er trouw aan' .”
  • Bron: Marie Joseph Brusse, 'Onder de menschen. Een gouden schilders-bruiloft', in Nieuwe Rotterdamsche Courant, 11, 15 & 23 maart 1906
  • Aanhaling(en): Johan Poort, Hendrik Willem Mesdag 1831 – 1915; De Schilder van de Noordzee, Mesdag Documentaire Stichting cop, 2001, p. 7; ISBN 90-74192-14-9; 2001
  • Mesdag vergiste zich hier een jaar. Zijn eerste succes was op de Parijse Salon van 1870 waar hij een gouden medaille ontving en één van zijn twee tentongestelde werken werd aangekocht door een jurylid
  • „Zonder mijn man was ik nooit schilderes geworden, en zonder mij was hij waarschijnlijk geen schilder geworden.”
  • Bron: Sientje van Houten, haar uitspraak aan de vooravond van hun 50-jarig huwelijksfeest, in 'H.W. Mesdag – S. Mesdag-van Houten', tijdschrift Wereldkroniek, 21 April 1906
  • Aanhaling(en): NieuweBlikopKunst, VrouwelijkeVrijdag: 'Sientje Mesdag-van Houten (1834-1909)', 15 februari 2020
  • Met name in de jaren 1866-1870 hebben Mesdag en zijn vrouw elkaar in hun artistieke groei beslissend gesteund - waar ze zich allebei sterk bewust van bleven in hun jaren daarna

Externe link[bewerken]

Galerij van werken[bewerken]