Naar inhoud springen

Hendrik Werkman

Uit Wikiquote
Hendrik Werkman, c. 1915?
Informatie bij zusterprojecten:
artikel in Wikipedia
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD 163661 pagina in RKD

Hendrik Nicolaas Werkman (Leens, 29 april 1882 – Bakkeveen, 10 april 1945) was een Nederlands expressionistisch kunstenaar: drukker en schilder.

Citaten van Hendrik Werkman - chronologisch

[bewerken]
  • „..Aangezien wij dus overtuigd zijn dat het nog niet TE LAAT is, zullen wij spreken.
    Het wordt tijd, waarachtig [..] meer dan tijd dat er iets gedaan wordt.
    Er MOET getuigd en gesproken worden.”
  • Bron: Hendrik Werkman, zijn Manifesto: 'Aanvang van het violette jaargetijde' (ook bekend als 'Roze Pamflet'), september 1923; locatie: collectie van Stedelijk Museum, Amsterdam
  • Aanhaling(en): Woest en Ledig, 'Wacht niet tot na het ontbijt', 15 juli 2008
  • Citaat van Werkman komt uit zijn vroege 'Manifesto' en karakteriseert de stijl en expressiviteit ervan
  • „Kunst is overal. Zij wordt den mensch als het ware door de vogels op de jas geworpen. In elke zuigeling met zwakke ingewanden wordt de latente kiem gelegd voor een kunstenaar[..] Ons eerste geschrift verschijnt binnenkort. Wij nodigen u dringend uit medelezer te worden [van Werkman's komende kunsttijdschrift 'The Next Call'] [..] Wij rekenen op uwe DADEN in het witte jaargetijde met de zwarte schaduwen..”
  • Bron: Hendrik Werkman, zijn Manifesto: 'Aanvang van het violette jaargetijde' (ook bekend als 'Roze Pamflet'), september 1923; locatie: collectie van Stedelijk Museum, Amsterdam
  • Aanhaling(en): Woest en Ledig, 'Wacht niet tot na het ontbijt', 15 juli 2008
  • Citaat van Werkman illustreert zijn houding als kunstenaar en kondigt zijn tijdschrift The Next Call aan (zie ook afbeelding onder)
  • „Ik heb een pas aangevraagd en ga West-Europa in 5 dagen afreizen. Begin in Keulen en eindig vermoedelijk in Parijs. Wie doet je wat. In Keulen is een groote tentoonstelling van Duitse schilders [met name van Die Brücke ]. Jan W. [=Jan Wiegers ] is er geweest en animeerde zoodanig dat ik er even heen ga [..] 't schijnt dat Jan met me mee wil. Hij was zo enthousiast dat ik vermoed hem als reisgezel te kunnen noteren.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in zijn brief aan Cor Spruit, 14 August 1929
  • Aanhaling(en): Doeke Sijens, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945 Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 110
  • Citaat van Werkman illustreert zijn relatie tot Jan Wiegers en kunstenaarsgroep De Ploeg; na zijn reis maakte hij enkele prenten, met als onderwerp de Parijse metro: druksels 'D-67' and 'D-69'
  • „Daar heb je weer de telefoon, de motor de machines [van zijn drukkerij] die met hun geluiden je roepen, die mensen die met hun orders en standjes vereeren en plagen, de chefs die vragen, de wissels die betaald moeten worden, de rente die je noodzaakt tot werken.”
  • Bron: Hendrik Werkman (c. 1920-30),
  • Aanhaling(en): Doeke Sijens, H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen; WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 35
  • Citaat van Werkman illustreert dat hij van oorsprong een commerciële drukker was, die daarnaast slechts in zijn vrije tijd met kunst bezig kon zijn
  • „de critiek heeft de producten van mijn laboratorium voorzien van een (nieuw) etiket: abracadabra [..] van abacadabraïsme kan men niet spreken en dat is haar voorsprong op alle ismen: het kent geen tijd en geen grenzen en vooral geen 'perioden' [maar] slechts jaargetijden.. ..alle ismen zijn dood, verwaaid, verstoven, weg (hier past beeldspraak niet, beeldspraak is altijd valsch) slechts voor het abracadabra is de toekomstige wand, de komende wand in het komende huis hoe ook de peintuur van ander maaksel zich kromt en plooit, poets of opblaast, het is al om niet [..] wij richten ons immers niet tot deze nakomers maar uitsluitend tot de artisten op deze globe..”
  • Bron: Hendrik Werkman, in zijn 'Proclamatie 2.' Nov. 1932, locatie: collectie van Gemeentemuseum Den Haag
  • Aanhaling(en): onbekend
  • Citaat van Werkman, dat reageert op een kunstrecensie van Johan Dijkstra in de 'Provinciale Groninger Courant', die zijn werken 'abacadraba' noemde, - maar bedoeld in positieve zin, omdat hij Werkman's werk juist miste op de expositie van kunstenaarsvereniging 'De Ploeg' in de herfst van 1932, waar Werkman actief lid van was
  • „hobade he - hobade há, habone de - habone da, tomate pe - tomate pa, coquille ki - coquille ku, trankielje ti - trankielje tu, bombade bè - bombade ba, salate te - salate ta, horbide de - horbide da, sperate ke - sperate ká, hosade de - hosade da, ad fundum hà – ad fundum ho, ho ho ho ho – ha ha ha ha, (dacapo po)”
  • Bron: Hendrik Werkman, in zijn gedicht 'Huldigingsochtendhymne' (1936)
  • Aanhaling(en): onbekend
  • Citaat van Werkman dat zijn humoristische / poëtische kant laat zien; een klankdicht; locatie: een druksel van de Hymne is aanwezig in de collectie van Stedelijk Museum, Amsterdam
  • „Het onderwerp meldt zichzelf en wordt nooit gezocht, daarna volgt een kleine tekening voor de kleurvlakken die meteen vaststaan. Deze kleuren worden met groote houtblokken gedrukt en met de handrol bijgewerkt en verlevendigt. Als pers gebruik ik een oude handpers met hefboom (c. 1800) [..] Soms is het noodig zwaar te drukken, soms heel licht; soms wordt de ene helft van het blok vet ingerold [met inkt], de andere helft schraal, ook wordt door eerst op een stuk papier de eerste laag verf af te drukken een lichte tint gekregen die dan op het origineel afgedrukt wordt, een andere keer druk ik de eerste druk van het papier weer op het origineel af [..] Zijn de kleurvlakken aangebracht, dan is als het ware de eerste staat bereikt..
    .Het spreekt vanzelf dat onder het werk verschillende zijsprongetjes gemaakt kunnen worden. Ter verlevendiging, zowel wat kleur als wat versiering aangaat: het hoofddoel staat steeds voor oogen.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in brief (6.) aan August Henkels (latere mede-oprichter van De Blauwe Schuit, 24 januari 1941
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 134
  • Citaat van Werkmans beschrijft vrij gedetailleerd het maak-proces van zijn 'druksels', zoals hij zijn prenten zelf noemt
  • „Als verf gebruik ik lichtechte drukinkt, meestal puur, ook wel gemengd. Het mengen is wel geen kunst maar kan zeer verschillend gebeuren. Geheime middelen worden niet toegepast, maar ik kan er niet aan werken, dan alleen in eenzaamheid (bij zonneschijn). Door niemand wordt op deze wijze gewerkt; ik geloof dat ook niemand anders dezelfde kleureffecten zou kunnen krijgen dan na veel oefening en ervaring. Soms gaat één druk tot 50 maal onder de pers. Nooit meer dan één ex. Per dag.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in brief (6.) aan August Henkels, 24 januari 1941
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 134
  • Citaat van Werkmans beschrijft vrij gedetailleerd zijn gebruik van kleur in zijn 'druksels'
  • „Het boek [De Legende van Baalschem, [van Martin Buber ] geeft overigens prachtige beelden. Ik heb er eenige hoofdstukken uit gelezen en de 'Werwolf' o.a. is zeldzaam mooi geschreven.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in brief (7.) aan August Henkels, 17 februari 1941
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 194
  • Citaat van Werkmans duidt de bron aan van zijn latere serie prenten 'Chassidische Legendes'
  • „Ik heb hier zoveel drukken gecomponeerd uit de onmiddellijke omgeving om mij heen, beginnende met de schoorstenen en de duiven en de voorbijvarende schepen, het trappenhuis, het doolhof van gangen en deuren, de gekke combinaties van balken en beschotten..”
  • Bron: Hendrik Werkman, in een brief aan August Henkels, 29 April 1941
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 105
  • Citaat van Werkmans beschrijft zijn keuze van de motieven om hem heen c. 1941, die hij gebruikt voor het maken van zijn prenten
  • „Ik behoefde er nooit van te leven [van de kunst] en kan nu nog even vrij een groen paard met roode stippen maken als in 1920 op gevaar af door ’t menschdom voor gek verklaard te worden. [..] Menschen met wie je op de burgerschoolbanken gezeten hebt, barsten soms in je gezicht uit in lachen.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in een brief aan August Henkels, 1941
  • Aanhaling(en): August Henkels, 'In Memoriam H.N. Werkman', inCritisch Bulletin, herdenkingsnummer 1945, D.A. Damen, Den Haag, pp. 98-104
  • Werkman had zijn vaste inkomen als drukker, en hoefde niet als kunstenaar zijn levensonderhoud bij elkaar te verdienen, zoals veel van zijn collega-kunstenaars uit de Groningse Ploeg dat wel moesten
  • „Een groote verrassing was dat, ze waren bij lange niet zoo mooi als zijn andere portretten maar des te meer de moeite waard om te bekijken omdat er uit blijkt dat ook Vincent moest ploeteren soms.[..] In de eerste plaats [ben ik blij] omdat ik weer aan de slag ben met het maken van drukken en in de tweede plaats omdat het resultaat geheel anders is dan wat ik het laatst gemaakt heb.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in een brief aan August Henkels, c. mei 1941
  • Aanhaling(en): Stedelijk Museum, 'Stedelijk in de Oorlog -Werkman bezoekt de kluis'
  • Op 18 mei 1941 nam zijn vriend Willem Sandberg (directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, toen) Werkman mee naar de kunst-kluis in de duinen van Castricum (locatie van opgeslagen kunst, om die voor de Duitsers te verbergen). Vooral de zelfportretten van Van Gogh maakten indruk op hem. Aangemoedigd door Henkels maakte Werkman ter herinnering aan zijn bezoek een serie druksels, Amsterdam-Castricum
  • „De kleine teekeningen die ik vooraf meestal maak [voor zijn serie druksels 'Chassidische Legendes'], zal ik voor je reserveren. Artistieke waarde hebben ze niet, ik maak ze alleen om eenig houvast te hebben voor de opbouw van de druk..”
  • Bron: Hendrik Werkman, in een brief (nr. 356) aan August Henkels, 11 juli 1941
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 177
  • Citaat van Werkmans beschrijft zijn werkwijze aan Henkels, die inmiddels met enkele anderen De Blauwe Schuit had opgericht, een 'illegale' drukkerij in bezettingstijd; het was ook Henkels die Werkman het boek De Chassidische Legendes van Martin Buber had geleend
  • „Het is een heel werk geweest [de 20 prenten van zijn serie 'Chassidische Legende']; ingespannen en zonder ophouden is er aan gewerkt [door Werkman, van c. voorjaar 1941 tot eind 1943]. Maar het was boeiend en ontspannend tevens. Nu het af is kan ik er op terugzien als een stuk van mijn leven als 't ware. Ik acht mij gelukkig dat ik dit heb kunnen volbrengen, al zullen er ook wel aanmerkingen op gemaakt worden. Daaraan is niet te ontkomen, ook al doe je je beste best.”
  • Bron: Hendrik Werkman, in een brief aan August Henkels, 16 december 1943
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 194
  • Citaat van Werkmans geeft een korte beschrijving van twee jaar werken aan zijn serie de 'Chassidische Legende, onder oorlogstijd
  • „Het gaat ons goed, af en toe hebben wij een logé die uit Amsterdam komt om voedsel op te halen, wat nog wel gelukt. Nu met de sluiting van de IJssellinie zal het wel gedaan zijn. En de oorlog, zal daaraan nu ook spoedig een einde komen. De krant schrijft van een beslissend stadium, daar zal het nu wel op aangaan. Mogen dan spoedig betere tijden aanbreken, misschien zien wij elkaar dan wel gauw eens weer. Wat wordt het lastig met alles, maar het kan nog erger. De drukkerij staat al lang stil, gewerkt heb ik nog niet weer, zoodra het zachter wordt hoop ik weer te beginnen.”
  • Bron: Hendrik Werkman brief 6 maart 1945, aan Ate Zuithoff
  • Aanhaling(en): Groninger Museum, Werkman archief: 'Brief aan Ate Zuithoff'
  • Werkman zinspeelt op het einde van de oorlog die voor hem te laat kwam; een week na deze brief werd hij opgepakt door de Sicherheitsdienst, en kort daarop gefusilleerd

Citaten over Hendrik Werkman - chronologisch

[bewerken]
  • „U bent onbekend in Parijs maar u heeft niet het recht dat altijd te willen blijven, want uw werk verdient het ruimschoots om gewaardeerd te worden door een groter publiek dan dat in Groningen.”
  • Bron: M. Seuphor, in zijn brief van 30 mei 1927 (SMA WA entry-number 55) aan H.N. Werkman,
  • Aanhaling(en): red. ed. A. de Vries, J. van der Spek, D. Sijens, M. Jansen, in H. N. Werkman - Leven & Werk - 1882-1945, WBooks, Groninger Museum / Stichting Werkman, 2015, p. 108
  • Citaat van de Belgische kunst-criticus en kunstenaar Michel Seuphor duidt een al vroege waardering aan voor het werk van Werkman
[bewerken]

Galerij van werken

[bewerken]