Hendrik Chabot

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hendrik Chabot, 1936: 'Slapende boer', olieverf op doek
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

Henk Chabot (Sprang, 2 augustus 1894 – Rotterdam, 2 mei 1949) was een Nederlandse kunstschilder en beeldhouwer; hij wordt gezien als een van de vertegenwoordigers van het Expressionisme in Nederland.

Citaten van Henk Chabot - chronologisch[bewerken]

  • „Ik kan u werkelijk niets over mijn werk vertellen. In m'n werk zelf heb ik alles gezegd en om dat nog eens weer onder woorden te brengen, dat is me absoluut onmogelijk.”
  • Bron: B.E. Theinert, interview in 'Weekblad voor het gezin', Eigen Haard, 1931
  • Aanhaling(en): onbekend
  • In 1940 maakte Chabot een bronzen beeld voor de Passagiershal van de Holland-Amerika Lijn te Rotterdam. B.E. Theinert vroeg waarom hij voor die plek een 'Naakt met Bloem' had bedacht
  • „Wat willen wij? De schoonheid! Fel en gevarieerd, een brok idealisme, wij willen een wig in de chaos, bouwen op de puinhopen, een niet meedoen aan de vernietiging. In het schone zullen wij onze kracht vinden.”
  • „Vrouwenpolder en omgeving zijn van ongekende schoonheid, de bevolking is zeer karaktervol, heerlijk om van alles volop te genieten”
  • Bron: Henk Chabot circa 1933-34, zijn notitie in het gastenboek van het pension in Vrouwenpolder
  • Aanhaling(en): Antoon Erftemeijer, 'Naar Zee - De zee in de Nederlandse kunst sinds 1850, Frans Hals Museum / De Hallen, Haarlem 2012 p. 27
  • Chabot verbleef in 1933 met zijn vrouw acht maanden in het dorp Vrouwenpolder op Walcheren, en maakte daar voor bij uitzondering een reeks uiterst krachtig en veelal dik-geschilderde zeegezichten
  • „Ik wil zo graag dat mijn schilderkunst écht Hollands is.”
  • „Het is verschrikkelijk als je tussen de puinhopen loopt, het is zelfs moeilijk vast te stellen waar de werkplaats is geweest; als je ook wilt gaan kijken moet je bij de politie een papiertje gaan halen [Henk Chabot, tegen zijn broer Wim]”
  • Bron: Wim Chabot, genoteerde herinneringen over mei 1940
  • Aanhaling(en): Koos Stadhouders & Monique Chabot, Wim Chabot, fragmenten uit een getekend leven, p. 11
  • De twee schilderbroers hadden samen een atelier in de Wijnhaven van Rotterdam, die 14 mei werd platgebombardeerd door de Duitsers; al hun werken verbrandde daarbij en ook van het atelier was niets meer over
  • „De mensen die hier "Hosanna!" roepen, zijn precies dezelfden die over enkele dagen zullen schreeuwen: "Kruisig hem!" En dat heb ik met dit schilderij willen weergeven.”
  • Bron: opmerking tegen zijn neef, c. april 1949
  • Aanhaling(en): Leo Ott, 'Hendrik Chabot, 1894-1949', april/mei 1939, p. 203
  • In de laatste maanden van zijn leven zette Chabot een nieuw schilderij op 'De Intocht van Christus op Palmzondag'. Chabot maakte zelden religieuze werken; waardoor zijn neef hem vroeg waarom hij het genoemde werk maakte. Chabot gaf dit cryptische antwoord

Citaten over Henk Chabot - chronologisch[bewerken]

  • „Daar is hij [de zog. 'kunstcriticus van het Nationale Dagblad'] weer in den winkel van den heer Van Lier en bezichtigt de nieuwste Chabots. [..] zijn daar niet stompzinnige, kwaadaardige, misvormde, ontmenschde wezens, die geen representanten genoemd mogen worden van de landelijke bevolking? Chabot diende zich te schamen, hij moest maar eens kijken naar de honneponnen van bloed-en-bodem, met kanten mutsen en zijden petjes, die het Nationale Dagblad met zooveel Imbrunst des Herzens fotografeert en als de ruggegraat der natie aan den lezer voorstelt. Welke uitzichten biedt een kunst, die bij voorkeur de misvormde en lage vormen van het leven zoekt? ‘Dit is een geesteshouding, die we ten felste dienen te laken.’ Goed zoo, criticus [..] Houd het vol, tot na de Verkiezingen, dan geeft de Leider u, naast uw bril, een paar enorme laarzen.”
  • „Indien men mij zou vragen wie de belangrijkste schilder in Nederland is, zou ik geen ogenblik aarzelen om de naam "Hendrik Chabot" te noemen.”
  • Bron: Antony Bosman, maandblad Kroniek van Kunst en Kultuur, april 1940
  • Aanhaling(en): Leo Ott, 'Hendrik Chabot, 1894-1949', april/mei 1939, p. 200
  • Ook de heer Abas in de NRC van 20 april 1940 besprak de pas geopende Chabotexpositie bij kunsthandel Van Lier aan het Rokin in Amsterdam, en schreef lovend: 'een geconcentreerde kracht als weinig in onze schilderkunst van deze eeuw aan te wijzen is geweest'
  • „..de daglooners, de maaiers, de melksters van H. Chabot. Deze Noord-Brabantsche schilder werd sterk beïnvloed door Zadkine, Permeke en Gust. de Smet. Het leelijke, het misvormde, het naar het werk vergroeide trekt hem aan. Zijn ‘Tuinder’, geknield op den hoek van een veld, naast twee houten bakken, heeft iets gedrochtelijks van een wanstaltig dier dat over de aarde kruipt. [..] alles maakt deze figuren beelden van een onvermurwbaar noodlot. [..] Erger nog dan in de boerenteekeningen van Vincent van Gogh, werd hier de verwaarloozing van een stand aangeklaagd, zonder eenige toegeving nog aan sentimentaliteit of romantische poëzie.”
  • „In het polderland aan de Rotte, waar hij zich in 1932 in een klein huisje vestigde, schilderde hij zijn prachtige landschappen, maar vooral ook figuren van zwoegende landarbeiders en tuinders [..] De mens had zijn grootste belangstelling. Werken van zijn hand hebben in verscheidene Nederlandse en buitenlandse musea een plaats gekregen.”
  • Bron: Het Vrije Volk, 'In Memoriam', Rotterdam 3 mei 1949
  • Aanhaling(en): Ruud van Capelleveen, 'Chabotmuseum in Rotterdam', op AbsoluteFacts.com
  • Van 1935-37 werkte Chabot aan de Rotte met zijn aanliggende polders, waar zijn eerste schilderijen van tuinders ontstaan; gemaakt in strakkere vormen en zuinig met verf opgebracht in zwart- en grijstonen, geel en geelgroen
  • „..die tekeningen legde hij apart, later in een kist waar al zijn afval in ging – toen de kist vol was gooide hij alles op de mesthoop en pakte verder in, en thuis miste hij ze pas, begreep het eerst niet – ging een paar dagen erna nog kijken. ’t Was november, heel slecht weer, ’t was verloren zoeken, ja, ’t was heel erg.”
  • Bron: J. Bijlsma & C. Blotkamp, Zicht op Zeeland. 1933. Het Zeeuwse jaar van Chabot - Schilderijen, beelden, tekeningen, expositie-catalogus, Chabot Museum, Rotterdam 2008, p. 6
  • Aanhaling(en): Antoon Erftemeijer, Naar zee - De zee in de Nederlandse kunst sinds 1850, Frans Halsmuseum, Haarlem 2012 p. 56
  • Chabots vrouw vertelde over zijn tekenwerk, dat grotendeels in Vrouwenpolder in 1933 verloren ging door zijn slordigheid. Een ander deel van Chabot's werk verbrandde in zijn atelier, tijdens het Duitse bombardement op Rotterdam, mei 1940

Externe link[bewerken]

Galerij van werken - chronologisch[bewerken]