George Hendrik Breitner

Uit Wikiquote
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
zelfportret van Breitner, circa 1883
Informatie bij zusterprojecten:
Wikipedia-logo-v2.svg
artikel in Wikipedia
Commons-logo.svg
media bij Commons
Informatie in externe bronnen:
BP pagina in Biografisch portaal
DBNL pagina in DBNL
KB pagina in KB-catalogus
RKD pagina in RKD

George Hendrik Breitner (Rotterdam, 12 september 1857 – Amsterdam, 5 juni 1923) was een Nederlandse kunstschilder, bekend van zijn schilderijen van het Amsterdamse stadsleven.

Citaten van George Hendrik Breitner - chronologisch[bewerken]

1875 - 1886[bewerken]

  • „Wat heerlijk wêer is 't vandaag geweest, ik was in geen tijd buiten geweest, en ben vandaag de heelen dag buiten gebleven. Maar heerlijk. Frisch en nieuw is de natuur altijd, en om frisch te blijven is zij de eenige die 't noodige geeft, Alles even rijk. ik bedoel niet bepaald het buiten, landschap of zoo iets, maar eenvoudig, ja alles... ... Le spectacle est dans le spectateur [de waarneming zit in de waarnemer].”
  • Bron: G. H. Breitner, brief aan zijn mecenas A.P. van Stolk, 12 augustus 1881, locatie: het RKD in Den Haag.
  • Aanhaling(en): Helewise Berger, Masterthesis Van Gogh en Breitner in Den Haag, Moderne Kunst Faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht, februari 2008 (eerste lezer: Saskia de Bodt, Universiteit Utrecht / tweede lezer: Louis van Tilborgh, Van Gogh Museum), p. 4.
  • Citaat is uit de vroege periode van Breitner, in Den Haag; kort daarop tekende hij regelmatig met Vincent van Gogh in de straten van die stad
  • „Indien U mij wilt helpen en dat weet ik, geloof dan in mij. en helpt niet mee om mij af te breken, dat lieden die of onverschillig zijn of vijandig zoo gaarne doen.. .Gij moet vertrouwen in mij hebben. mij geloven. En als Ge iemand gelooven wilt over mij. geloof dan een schilder iemand als Mesdag of Blommers of Maris. maar geen de Kuyper en consorten.”
  • Bron: G. H. Breitner, brief aan A.P. van Stolk, 11 oktober 1881, locatie: in het RKD in Den Haag.
  • Aanhaling(en): Floor Claessen, 'Aan U Waarde Heer blijf ik' - Een analyse van de relatie tussen G.H. Breitner en zijn beschermheer A.P. van Stolk, Kunstbeleid en Mecenaat Masterscriptie, Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit Letteren, Juni 2015, begeleider: Dr. J.D.M. Baetens / tweede lezer: Dr. M. Gieskes, p. 36
  • Citaat is uit de periode van Breitner in Den Haag, geschreven nadat zijn mecenas A.P. van Stolk hem niet langer wilde ondersteunen. Breitner haalde ter verdediging een aantal schilders van de Haagse School aan met wie hij contact heeft gekregen, en die al een zekere naam hadden opgebouwd
  • „Le peintre du peuple [schilder van 't volk] zal ik trachten te worden, of liever ben ik al, omdat ik 't wil. Geschiedenis wil ik schilderen en zal ik ook, maar de geschiedenis in haren uitgebreidsten zin. Een markt, een kaai, een rivier, een bende soldaten onder een gloeiende zon of in de sneeuw..”
  • „De heer v.d. Kellen heeft mij na het zien van eenige schilderijtjes en een tekening, die ik eergisteren mee gebracht had, de verzekering gegeven dat er niet de minste kans bestaat hier iets van mij te plaatsen, tenzij dat het gekocht wordt door pressie een prettig vooruitzicht en ik geloof dat hij gelijk heeft want hij liet mij verschillende schilderijen zien en juist degenen die naar mijn begrippen de kunst 't meest nabij kwamen waren 't moeilijkst te plaatsen... ...Ben verbaasd en woedend geweest over de verregaande stupiditeit en pedanterie van dien heer (kunsthandelaar, Herman Deichmann). Alle schilderijen daar aanwezig waren beneden kritiek, waren enfin 't gewone duitsche Academietuig.”
  • Bron: G. H. Breitner, brief aan zijn mecenas de heer Van Stolk, ongedateerd, c. september 1882, locatie: in het RKD in Den Haag.
  • Aanhaling(en): Floor Claessen, 'Aan U Waarde Heer blijf ik' - een analyse van de relatie tussen G.H. Breitner en zijn beschermheer A.P. van Stolk, Kunstbeleid en Mecenaat Masterscriptie, Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit Letteren, Juni 2015, begeleider: Dr. J.D.M. Baetens / tweede lezer: Dr. M. Gieskes, p. 69.
  • Op advies van zijn mecenas de heer Van Stolk had Breitner aan kunsthandelaren zijn werk laten zien, en geeft in dit citaat achteraf verslag ervan

1875 - 1886[bewerken]

  • „Vandaag ben ik op de expositie van Van Gogh geweest. Ik kan het niet helpen, maar ik vind het kunst voor Eskimo's, ik kan er niet van genieten. Ik vind het eerlijk grof en onhebbelijk, zonder de minste distinctie, en buitendien alles nog een gestolen goedje van Millet en anderen.”

Citaten over George Hendrik Breitner - chronologisch[bewerken]

  • „Tegenwoordig ga ik nogal eens tekenen met Breitner, een jong schilder die in kennis is met Rochussen, zoals ik met [Aonton] Mauve. Hij tekent heel handig en heel anders weer dan ik, en wij maken dikwijls samen typen in de volksgaarkeuken of de wachtkamer &c. Hij komt nogal eens bij mij op 't atelier om houtgravures te zien & ik bij hem ook.”
  • Bron: Vincent van Gogh, Brief van Van Gogh aan zijn broer Theo 203 [174], Den Haag, 13 februari 1882.
  • Aanhaling(en): Helewise Berger, Masterthesis Van Gogh en Breitner in Den Haag, Moderne Kunst Faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht, februari 2008, p. 8.
  • Toen Van Gogh in Den Haag de tekenavonden in Pulchri Studio bezocht, begin 1882, ontmoette hij Breitner daar regelmatig. Van Gogh's neef Mauve (bestuurslid van Pulchri) stond hem toe om deel te nemen aan de tekenlessen die eigenlijk uitsluitend voor leden bedoeld waren
  • „onzinnig is de landschapskladderij van de Heer Breitner. Ik ben niet zeker of het stuk van de Heer Breitner geen stads-of-dorpsgezicht is, of geen samengroepering van menschen. Een massa blauw boven doet mij in allen geval aan buitenlucht denken. Zijn die Heeren misschien door de een of andere Academie uitgezonden om het impressionisme belachelijk te maken?”
  • Bron: Alberdingk Thijm, zijn recensie over de collectie van Taco Mesdag in 'Het Groene Weekblad', 1884
  • Aanhaling(en): Adriaan Venema, G.H. Breitner, 1857-1923 – uitgeverij Wereldvenster , Bussum 1981, ISBN 9789029399029, p. 119
  • Ook andere kunstrecensenten schreven in de jaren 1880-90 vaak kritisch over de schetsmatige, vlotte manier van schilderen van Breitner en verwante schilders