Epicurus
Uiterlijk

Epicurus (ca. 341 v.Chr. - 270 v.Chr.) was een Grieks wijsgeer.
- „Heb geen angst voor de dood, want zolang wij er zijn is de dood er niet en als de dood er is zijn wij er niet meer.”
- Origineel in het Oudgrieks:
“τὸ φρικωδέστατον οὖν τῶν κακῶν ὁ θάνατος οὐθὲν πρὸς ἡμᾶς͵ ἐπειδήπερ ὅταν μὲν ἡμεῖς ὦμεν͵ ὁ θάνατος οὐ πάρεστιν͵ ὅταν δὲ ὁ θάνατος παρῇ͵ τόθ΄ ἡμεῖς οὐκ ἐσμέν.” - Bron: Επιστολή προς Μενοικέα (Brief aan Menoeceus).
- Aanhaling(en): V. Neckebrouck, Denken over religie - Deel I Van Xenophanes tot Robertson Smith, Universitaire Pers Leuven, 2011, ISBN 9789058678904, p. 24.
- Origineel in het Oudgrieks:
- „Laat niemand die jong is het uitstellen aan filosofie te doen, en laat evenmin wie oud is de filosofie beu raken. Geen mens is toch te jong of te oud om aan een gezonde geest te werken.”
- Origineel in het Oudgrieks:
“Μήτε νέος τις ὢν μελλέτω φιλοσοφεῖν, μήτε γέρων ὑπάρχων κοπιάτω φιλοσοφῶν. οὔτε γὰρ ἄωρος οὐδείς ἐστιν οὔτε πάρωρος πρὸς τὸ κατὰ ψυχὴν ὑγιαῖνον.” - Bron: Επιστολή προς Μενοικέα (Brief aan Menoeceus).
- Aanhaling(en): Paul Van Aelst, De grondbeginselen van het goede leven, Liberales, ongedateerd; recensie van Epicurus, De grondbeginselen van het goede leven, Bert Bakker, 2005
- Origineel in het Oudgrieks:
- „De grootste vrucht van de autarkie is vrijheid.”
- Origineel in het Oudgrieks:
“Τῆς αὐταρκείας καρπὸς μέγιστος ἐλευθερία.” - Bron: Επίκουρου Προσφώνησις (vaak aangeduid met Sententiae Vaticanae), LXXVII, p. 18.
- Aanhaling(en): Herman de Ley, De antieke wijsbegeerte van stadstaat tot keizerrijk, 2009, H. 4.
- Origineel in het Oudgrieks:
- Origineel in het Latijn:
“[N]am sine amico visceratio leonis ac lupi vita est.” - Bron: (LA) Seneca de Jongere, Epistulae morales ad Lucilium, II, brief 19; (NL) Met zicht op het einde. Levensbrieven aan Lucilius, vert. Vincent Hunink, 2020
- Aanhaling(en): Ruben Baetens, Weg met energiedelen, De Tijd, 31 juli 2023
- Dit citaat is alleen bewaard in de Latijnse vertaling van Seneca.
- Origineel in het Latijn:
Onbewezen toegeschreven
[bewerken]- „Ofwel wil God het kwade uit de wereld wegnemen, maar kan hij het niet; ofwel kan hij het, maar wil hij het niet. Ofwel wil hij het niet en kan hij het niet; ofwel wil en kan hij het. Indien hij het wil en niet kan, is hij onmachtig, wat niet overeenkomt met God. Indien hij het kan en niet wil, is hij ongenadig, iets dat aan God evenzeer vreemd moet zijn. Indien hij het niet wil en niet kan, is hij zowel ongenadig als onmachtig en derhalve ook geen God. Indien hij wil en kan – en dat is het enige wat God past – vanwaar komt dan het kwaad en waarom neemt hij het niet weg?”
- Origineel in het Latijn:
“Deus, inquit, aut vult tollere mala et non potest, aut potest et non vult, aut neque vult neque potest, aut et vult et potest. Si vult et non potest, inbecillus est, quod in deum non cadit; si potest et non vult, invidus, quod aeque alienum est a deo; si neque vult neque potest, et invidus et inbecillus est ideoque nec deus; si et vult et potest, quod solum deo convenit, unde ergo sunt mala aut cur illa non tollit?” - Bron: Lactantius, De ira Dei, XIII, De mundi et temporum commodo et usu, 121A
- Aanhaling(en): Dirk Verhofstadt, In gesprek met Etienne Vermeersch. Een zoektocht naar waarheid, Houtekiet, 2011, p. 85; Palmyre M.F. Oomen, "Lijden als vraag naar God. Een bijdrage vanuit Whitehead's filosofie" in: Tijdschrift voor Theologie, 1994, p. 248
- Hiermee stelde Epicurus het probleem van het kwaad. Het citaat is alleen bewaard in de Latijnse vertaling of parafrasering van Lactantius.
- Origineel in het Latijn:


