Theo van Doesburg
Uit Wikiquote
Theo van Doesburg (1883-1931) was een Nederlandse kunstenaar die aanvankelijk samen met Mondriaan de grondslag legde voor de Nieuwe Beelding oftewel het Neoplasticisme; later scheidden hun wegen en proclameerde Van Doesburg het veel dynamischere Elementarisme. Hij trok op met Dadaïsten als Kurt Schwitters en Hans Arp en had invloed met zijn teksten tot aan het Bauhaus. Hij hield zich later sterk bezig met architectuur:
- 'Het schilderij moet helemaal geconstrueerd zijn uit zuiver beeldende elementen, dat wil zeggen kleuren en vlakken. Een picturaal element heeft geen andere betekenis dan zichzelf en bijgevolg heeft het schilderij geen andere betekenis dan zichzelf.'
- 'De kunst is vrij in de toepassing van haar middelen, maar gebonden aan haar eigen wetten, en ook aan niets anders dan aan haar eigen wetten.'
- 'Het is van belang krachtig de nadruk te leggen op het feit dat de beschouwer van een kunstwerk dat met exacte middelen tot stand is gekomen geen overheersende details ziet.'
- 'Hij krijgt de indruk van een volmaakt evenwicht van alle onderdelen, een voorstelling die niet alleen betrekking heeft op de onderdelen als zodanig, maar zich tevens uitstrekt tot de verhouding welke bestaat tussen het kunstwerk en de beschouwer.'
- 'Hoewel het zeer moeilijk is om in woorden uit te drukken hoe een kunstwerk inwerkt, kan men zeggen dat de diepste indruk van de toeschouwer zich het beste laat omschrijven als de verwerkelijking van een evenwicht tussen het objectieve en het subjectieve, beide onmiddelijk door het bewustzijn doordrongen. Dan verschijnt een gevoel van helderheid, een gevoel van hoogte en van diepte, die in het geheel niet gebonden zijn aan natuurlijke omstandigheden of aan ruimtelijke afmetingen, een gevoel dat de toeschouwer in een staat van bewuste harmonie brengt, waarbij het spel van de dominerende details volkomen gepasseerd is..(1923, fh)'
- 'Het is niet onmogelijk dat deze esthetische beschouwing overeenkomt met het religieuze gevoel of met de vervoering van de religieuze geest, omdat in een kunstwerk de allerdiepste innerlijkheid tot uitdrukking komt. Dit, in zoverre men er rekening mee blijft houden dat de beschouwing van of de vervoering door kunst, in één woord het ondergaan van zuivere kunst, niets dromerigs of vaags bezit. Integendeel, de echte ervaring van kunst is geheel reëel en bewust..(1923, fh)'
- 'Het ware ondergaan van kunst zal nooit geheel passief zijn, want de beschouwer wordt gedwongen de onophoudelijke of eindigende variaties van maten, posities, lijnen en plannen te volgen. Het is van belang dat hij zichzelf duidelijk maakt waarom uit dat spel van herhaalde of niet herhaalde veranderingen een nieuwe harmonie der verhoudingen, die eenheid zal zijn, geboren kan worden..(1923, fh)'
- 'Ieder onderdeel schikt zich in een geheel met de andere onderdelen.. .Een volmaakt evenwicht van de artistieke verhoudingen is aldus bereikt. De beschouwer die door niets (natuurlijks) meer afgeleid wordt, kan er deel aan nemen.(1923, fh)'
- 'Geest is oppositie, contrast, verzet, strijd..., 'de Stijl' 73/74 (in scherpe tegenstelling tot de beheerste evenwichtskunst van Piet Mondriaan, fh)'
- 'Het elementarisme predikt de totale vernietiging van het traditionele absolutisme in welken vorm dan ook (de nonsens eener strenge tegengesteldheid, als die van man en vrouw, mensch en God, goed en kwaad, enz. (in het kunstblad 'De Stijl' nr. 78, fh)'
- 'De elementarist is een geestelijk rebel, een onruststoker, die ten koste van eigen rust, de rust van de regelmaat en de herhaling van het burgerlijk leven moedwillig verstoort (de Stijl, nr. 78, fh)'
- over de Dada-toernee in Nederland in 1923, samen met dadaïst Kurt Schwitters: '..Holland is bankroet door Dada.. ..kunstminnend Nederland heeft ter ere van Dada zijn geestelijke goden bespuwd en beklodderd.. ..De Dada avonden zijn reusachtig.. ..In Haarlem waar we donderdagavond waren zijn de mensen door de politie uiteengejaagd.'
- '..Het Dadaïsme bracht Holland de genadeslag toe. Twee maanden achtereen at Holland Dada-bloedworst, dronk Dada-bier en hield uitverkoop van zijn geestelijke inventaris tegen Dadaprijzen.'
- 'De kunst is vrij in de toepassing van haar middelen, maar gebonden aan haar eigen wetten, en ook aan niets anders dan aan haar eigen wetten.'
- 'Verf en kleur zijn twee verschillende dingen. Verf is middel, kleur is doel. Men kan een interieur vol smeren met blauwe, gele, groene, paarse of rode verf zonder dat hier - hoe bont het geheel ook is - van kleur sprake kan zijn. Zoals in alles gaat het ook hier om evenwicht.'
- 'De beelding van de ruimte is zonder licht niet denkbaar. Licht en ruimte vullen elkaar aan. In de architectuur is het licht een beeldend element en wel dan ook nog het belangrijkste. Het organisch verband tussen ruimte en materiaal kan alleen door middel van licht tot stand worden gebracht. Daarmee echter is de architectuur nog niet voltooid. Perfectionering van de architectuur is alleen dan mogelijk als ook het licht gebeeld wordt.'
- 'De mens kan echter net zomin zonder kleur als zonder licht. In de moderne architectuur heeft een vlak bezieling nodig, dat wil zeggen beelding door middel van de 'ruimtelijke', zuivere kleur.'
- 'Zowel de afzonderlijke kleuren (bijvoorbeeld rood, blauw, geel), als de moderne materialen (bijvoorbeeld beton, ijzer, glas) vertegenwoordigen elk hun eigen energie. Blauw en geel bijvoorbeeld zijn, qua energie, elkaars tegenpolen. Die tegenstelling noem ik spanning. Een vergelijkbare spanning treffen we aan bij ijzer en glas. Het verwerken van die spanning in ruimte en tijd is even 'esthetisch' en architectonisch als de toepassing van twee kleuren op het vlak of in de ruimte.'
- 'Het principe van het decoratieve en het ornamentale is in essentie gebaseerd op het herhalen van een motief, een herhaling die door de factor 'tijd' wordt opgeroepen. DE OPLOSSING VAN DE KLEUR IN DE ARCHITECTUUR IS IDENTIEK AAN DE OPLOSSING VAN HET TIJDSMOMENT IN DE SCHILDERKUNST. Pas nu, in de twintigste eeuw, hebben we ingezien dat het op geestelijke armoede berust deze oplossing te zoeken in de herhaling van een ornament.'
- 'De herhaling van een thema in de muziek is net zo decoratief als het regelmatig terugkeren van bepaalde bouwelementen. Het begrip symmetrie, dat zelfs vandaag de dag nog wordt gehanteerd door bepaalde architecten (Le Corbusier, Loos, Oud enz.) is eveneens geënt op het principe van het decoratieve en het ornamentale.'
- 'De moderne mens heeft een even grote behoefte aan kleur als aan licht. Beweging (dans) en zelfs lawaai zijn voor de moderne mens, voor het moderne 'zenuwstelsel' essentiële levensfactoren geworden. Elke poging tot vernieuwing die uitsluitend de nadruk legt op één bepaalde factor en dus alle andere factoren negeert is armoedig en sterft af.'
- 'De consequentie van de schilderkunst ligt niet in haar einde besloten. Evenmin is de onderdrukking van de kleur in de architectuur te beschouwen als de consequentie van de moderne architectuur. Het tegendeel is het geval. Kleur en ruimte begonnen zich steeds meer te ontwikkelen rond een gemeenschappelijke as en daardoor werd innerlijke samenhang tussen die elementen onvermijdelijk. Op dat moment kreeg men te maken met het probleem van de scheppende of beeldende toepassing van kleur in ruimte.'
- 'Zelf heb ik, tijdens mijn samenwerking met de jonge architect C. van Eesteren (in 1923) geprobeerd om kleur te gebruiken als versterkingselement bij het architectonisch beelden van een ruimte. Hierbij werd van elke artistieke, compositorische tendens afgezien. De vlakken die de ruimte geleden, werden elk in een bepaalde kleur geschilderd, al naargelang hun plaatsing in de ruimte. Hoogte, lengte en breedte werden aangegeven met rood, blauw en geel. Het volume werd aangegeven met grijs, zwart en wit. Op die manier kwamen de dimensies van de ruimte op een levendige wijze tot uitdrukking. De architectuur werd niet verstoord, zoals dat in de Barok het geval was, maar werd versterkt.'
- 'De RUIMTETIJDSCHILDERKUNST moest het de mens mogelijk maken om de totale INHOUD van de ruimte schilderkunstig (optisch-esthetisch) te gaan ervaren. Dit was een nieuwe ervaring, net zoals de eerste vlucht met een vliegtuig in de vrije ruimte, dat was.'
- 'De beeldende ruimte-tijdschilderkunst uit de twintigste eeuw maakt het de kunstenaar mogelijk om zijn grote droom te verwezenlijken: het plaatsen van de mens in de schilderkunst in plaats van ervoor. HET OPPERVLAK IS UITEINDELIJK DE ENIGE BEPALENDE FACTOR IN DE ARCHITECTUUR. De mens leeft niet in de constructie maar in de ATMOSFEER die door de OPPERVLAKTEN wordt opgeroepen.(1928)
Bronnen:
- 'Abstracte kunst; 100 jaar citaten van kunstenaars', website Dekunsten
- 'De tweede helft - beeldende kunst na 1945', Ab de Visser, SUN 2005
- 'het nummer van De Stijl van 1928, geheel gewijd aan de 'Aubette'.