Harry Potter

Uit Wikiquote
Ga naar: navigatie, zoeken

Crystal package settings.png   Dit artikel bestaat hoofdzakelijk uit citaten zonder (Nederlandstalige) secundaire bronnen.

Deze pagina voldoet niet aan de minimale eisen die worden gesteld aan een artikel op Wikiquote. De juistheid van deze citaten wordt niet in twijfel getrokken, maar het is onduidelijk of deze citaten elders (in het Nederlandse taalgebied) worden aangehaald. Gelieve waar mogelijk respectabele, Nederlandstalige, secundaire bronnen te vermelden en geen nieuwe citaten zonder secundaire bronnen aan deze pagina toe te voegen. Deze kunnen zonodig op de overlegpagina van deze pagina worden toegevoegd, onder een hoofdje {{onvolledig}}

Harry Potter is een zevendelige fantasy-boekenserie geschreven door de Britse schrijfster J. K. Rowling.

Harry Potter en de Steen der Wijzen[bewerken]

  • 'Gelukkig is het donker. Ik het niet meer zo gebloosd sinds madame Plijster zei dat ze m'n oorwarmers zo mooi vond.'
    • Albus Perkamentus (op bladzijde 12)
  • 'Wat is dat?' vroeg hij aan tante Petunia.
    'Je nieuwe schooluniform.'
    Harry keek nogmaals in de teil. 'O,' zei hij. 'Ik wist niet dat het zo nat moest zijn.'
    • Tante Petunia en Harry Potter (op bladzijde 27)
  • 'Jij hebt geen letter op je trui,' zei George. 'Ze denkt zeker dat jij je eigen naam niet vergeet. Maar wij zijn heus niet stom, hoor - we weten best dat we Gred en Forge heten.'
    • George Wemel (op bladzijde 154)
  • 'BEN JE GEK GEWORDEN?' bulderde Ron. 'BEN JE EEN HEKS OF NIET?'
    • Ron Wemel (op bladzijde 205)
  • 'Voor de goedgeordende geest is de dood tenslotte gewoon het volgende grote avontuur.'
    • Albus Perkamentus (op bladzijde 219)

Harry Potter en de Geheime Kamer[bewerken]

  • 'Er zit nog wat in de koekenpan, schattebout,' zei tante Petunia, met een liefdevolle blik op haar moddervette zoon. 'Je moet goed eten nu je thuis bent. Ik hoor niet veel goeds over het eten op school...'
    • Tante Petunia (op bladzijde 5)
  • 'Professor,' hakkelde Harry, 'uw vogel - ik kon het niet helpen - hij vloog opeens in brand'
    Tot Harry's verbazing glimlachte Perkamentus.
    'Dat werd tijd,' zei hij. 'Hij zag er al dagen niet uit. Ik had pas nog tegen hem gezegd dat hij een beetje op moest schieten.'
    • Harry en Albus Perkamentus (op bladzijde 155)
  • Smalhart gaf Harry een joviale klap op zijn schouder. 'Doe nou maar gewoon wat ik deed, Harry!'
    'Wat, m'n toverstok laten vallen?'
    • Harry Potter en Gladianus Smalhart (op bladzijde 145)

Harry Potter en de Gevangene van Azkaban[bewerken]

  • 'Ik vind je er kerngezond uitzien, Potter, dus neem me niet kwalijk dat ik je vandaag gewoon huiswerk geef. Mocht je onverwacht doodgaan, dan hoef je het niet in te leveren.'
    • Minerva Anderling (op bladzijde 85)
  • 'Wil iemand hulp bij het interpreteren van de schimmige voortekenen in de Bol?' murmelde ze boven het gerinkel van haar vele armbanden uit.
    'Ik heb geen hulp nodig,' fluisterde Ron. 'Het is duidelijk wat dit betekent. We krijgen vannacht dikke mist.'
    • professor Zwamdrift en Ron Wemel (op bladzijde 224)

Harry Potter en de Vuurbeker[bewerken]

  • 'Harry, ik heb eens nagedacht - je weet toch wat je moet doen, he? Zodra we terug zijn in het kasteel?'
    'Ja, Ron een schop voor z'n -'
    'Sirius schrijven!'
    • Harry Potter en Hermelien Griffel (op bladzijde 221)
  • 'Ik heb promotie gemaakt,' zei Percy, nog voor Harry hem iets kon vragen. Aan zijn toon te horen was het alsof hij tot Alleenheerser van het Universum was gekozen.
    • Percy Wemel (op bladzijde 314)
  • 'Een elektronische moni-tor?' zei Ron verbaasd. 'Wat is dat voor beest?'
    • Ronald Wemel (op bladzijde 411)
  • 'Dacht ik het niet?' Harry had dolgraag: 'Waarschijnlijk niet, nee,' willen zeggen, maar het leek hem niet verstandig oom Hermans humeur zo vroeg op de ochtend al op de proef te stellen (...).
    • Herman Duffeling en Harry Potter (op bladzijde 49)
  • 'Er staat nu een elektrische kachel,' legde Harry uit.
    'Echt waar?' zei meneer Wemel opgewonden. 'Eklektrisch, zei je? Met een stekker? Lieve hemel, dat moet ik zien...'
    • Harry Potter en Arthur Wemel (op bladzijde 37)

Harry Potter en de Orde van de Feniks[bewerken]

  • 'Ik luisterde naar het nieuws,'zei Harry.
    'Luisterde naar het nieuws? Alweer?'
    'Nou het is elke dag anders,'zei Harry.
    • Herman Duffeling en Harry Potter (op bladzijde 8)
  • 'Vrolijk kerstfeest Harry Potter, meneer!'
    • Dobby
  • ' (...) Klassenoudste! Nu zijn al mijn kinderen dat geweest!'
    'Wat zijn Fred En Ik dan? De buren?'
    • Molly Wemel en George Wemel (op bladzijde 131)
  • 'Goed... meneer,' zei Harry
    • Harry Potter (op bladzijde 411)
  • 'Dat jij nou toevallig de emotionele reikwijdte van een theelepeltje hebt, hoeft dat niet voor iedereen te gelden.'
    • Hermelien Griffel

Harry Potter en de Halfbloed Prins[bewerken]

  • 'Zei ik niet dat we nonverbale spreuken zouden oefenen, Potter?'
    'Ja,'zei Harry stijfjes.
    'Ja meneer.'
    'U hoeft me geen meneer te noemen, professor.'
    • Harry Potter en Severus Sneep (op bladzijde 137-138)
  • " (...) Van nu af aan laten we dat fundament van feiten achter ons en reizen we samen via de wazige wegen van het geheugen naar het ongebaande oerwoud van het naarstige nattevingerwerk.'
    • Albus Perkamentus(op bladzijde 150)
  • 'Je ziet wel dat bijna zes jaar magisch onderwijs niet voor niets geweest is, Potter. Geesten zijn doorzichtig.'
    • Severus Sneep (op bladzijde 347)
  • 'Een Onbreekbare Eed?' zei Ron stomverbaasd. 'Nee, dat geloof ik niet... weet je het zeker?'
    'Heel zeker,' zei Harry. 'Wat houdt dat in?'
    'Nou, een Onbreekbare Eed kun je niet verbreken...'
    'Vreemd genoeg had ik dat zelf ook al bedacht.'
    • Ronald Wemel en Harry Potter( op bladzijde 246)
  • 'Ik wil niet onbeleefd zijn-' zei oom Herman op een manier waar de onbeleefdheid van afdroop.
    'Maar helaas komt onbedoelde onbeleefdheid schrikbarend vaak voor. Zwijgen is meestal goud, beste man.'
    • Herman Duffeling en Albus Perkamentus.

Harry Potter en de Relieken van de Dood[bewerken]

  • 'Kom mee, Fred!'
    'Ik ben George'
    'O, kom mee dan, George'
    'Ik zit alleen met je toverstok te spelen hoor, ik ben Fred!'
    • Fred Wemel en Remus Lupos
  • 'Stel dat er iets misgaat? Dan zijn we misschien de rest van ons leven magere, brildragende sukkels.'
    • Fred Wemel(op bladzijde 40)
  • 'Zielig gewoon,' zei hij tegen George. 'Om te huilen! Heel de wijde wereld van de oorhumor ligt voor je open en dan ben jij tevreden met op één oor na gevild?
    • Fred Wemel (op bladzijde 59)
  • 'Nog eentje, Meester, als toetje?'
    • Knijster (op bladzijde 164)
  • ' (...)Feit blijft dat hij (Voldemort) zich sneller kan verplaatsen dan Severus Sneep op de vlucht voor een fles shampoo, (...).
    • Fred Wemel (op bladzijde 320)
  • 'Met jouw hersens zou je best een Dooddoener kunnen zijn, jongen. Ik heb toch net laten zien dat mijn Patronus een geit is?'
    • Desiderius Perkamentus tegen Ron Wemel (op bladzijde 400)
  • 'Ons schoolhoofd neemt een korte vakantie.' zei professor Anderling en ze wees op het Sneepvormige gat in het raam.
    • Minerva Anderling (op bladzijde 427)
  • 'We hebben ze in de pan gehakt en potter is van goud!
    Stop Vollie onder de zoden en zet het boterbier koud!'
    • Foppe (op bladzijde 532)
  • Alles was goed.
    • op bladzijde 541