Charles Dickens
Uit Wikiquote
Charles Dickens (1812-1870) was een Engelse schrijver:
- "Als wij niet leren onze plicht te doen tegenover onze ondergeschikten, zullen zij nooit leren hun plicht tegenover ons te doen.
- Bron: David Copperfield, Bradbury and Evans, Londen, 1850, 924 p.
- "Ik voel dat kleinigheden samen de som van het leven uitmaken."
- Bron: David Copperfield, Bradbury and Evans, Londen, 1850, 924 p.
- "Booswichten verrekenen zich gewoonlijk doordat ze hun eigen oogmerken aan anderen toeschrijven."
- Bron: Old Curiosity Shop, Chapman & Hall, London, 1840, 742p.
- "De zwaarste en best verdragen beproevingen zijn diegene, die nooit worden opgetekend in enig aards geschiedenisboek en die elke dag worden ondergaan."
- Bron: Old Curiosity Shop, Chapman & Hall, London, 1840, 742p.
- "Eenvoud is de ziel der bevalligheid."
- Bron: Old Curiosity Shop, Chapman & Hall, London, 1840, 742p.
- "Waren er geen slechte mensen, er waren geen goede advocaten."
- Bron: Old Curiosity Shop, Chapman & Hall, London, 1840, 742p.
- "De hartstocht voor de jacht is vreselijk diep ingeplant in het menselijk gemoed."
- Bron: Oliver Twist, Richard Bentley, London, 1838, 625p.
- "Degenen die lijdzaamheid leren zijn zij, die alle mensen broeders noemen."
- Bron: Barnaby Rudge, Chapman & Hall, London, 1841, 2v.
- "In de onuitputtelijke lijst van 's Hemels genaden voor de mensheid, moet de kracht die wij hebben om enige kiemen van troost te vinden in de zwaarste beproevingen, de eerste plaats innemen."
- Bron: Barnaby Rudge, Chapman & Hall, London, 1841, 2v.
- "Een tong: een uiterst fatsoenlijk ding zolang hij niet van een vrouw is."
- Bron: Pickwick papers, Chapman & Hall, London, 1837
- "Het is een droevige waarheid dat zelfs voorname mensen behoeftige bloedverwanten hebben."
- Bron: Bleak House, Bradbury & Evans, London, 1853, 1088p.
- "Nu, wat ik verlang is feiten... In het leven worden alleen feiten verlangd."
- Bron: Hard times, Bradbury & Evans, London, 1854
- "Veel verbittering komt voort uit onvoldoend begrijpen van elkander."
- Bron: Speeches, Bradbury & Evans, London, 1855