Adam Smith
Uit Wikiquote
Adam Smith (1723 - 1790) was een Schotse econoom en filosoof die beroemd werd met zijn economische boek 'The Wealth of Nations':
Uit The Wealth of Nations, 1776[bewerken]
- De burgerlijke maatschappij, voor zoverre deze dient ter vrijwaring van de eigendom, is in werkelijkheid ingevoerd ter verdediging van de rijken tegen de armen, of van degenen met eigendom tegen degenen zonder eigendom.
- De grote toename in de hoeveelheid werk, die eenzelfde groep mensen in staat is te verrichten als consequentie van de arbeidsverdeling, wordt veroorzaakt door drie omstandigheden: ten eerste de toename van de behendigheid van iedere afzonderlijke arbeider; ten tweede, de besparing in tijd, die doorgaans verloren gaat bij het overschakelen tot een ander soort werk; en als laatste, de uitvinding van een groot aantal machines, die de arbeid kunnen ondersteunen om het werk te verrichten van vele anderen.
Verdere quotes[bewerken]
- Laissez faire, laissez passer.
-
- Vertaling: "Laat maar doen, laat maar gaan."
- "Het is niet vanwege de goedheid van de slager, de brouwer of de bakker dat wij ons eten verwachten, maar vanwege hun eigenbelang."
- "Genade voor de schuldigen is wreedheid voor de onschuldigen."
- "Een mens laat zich slechts door eigenbelang leiden, hij wordt door een onzichtbare hand geleid iets na te streven dat buiten zijn bedoelingen ligt. Ook wordt de samenleving er niet altijd slechter op wanneer de mens niet bewust het algemeen belang dient. Door zijn eigenbelang na te streven bevordert hij het algemeen belang vaak meer dan wanneer hij daar bewust naar streeft. Ik heb nooit veel resultaten zien bereiken door mensen die beweerden het algemeen welzijn te willen dienen."
- "Zakenlieden uit dezelfde branche komen zelden bijeen zonder dat het gesprek uitmondt in een samenzwering tegen de regering of zonder dat er een of ander plan wordt bedacht over hoe men de prijzen kan verhogen."
- "Niets leren de regeringen sneller van elkaar dan hoe je mensen het geld uit de zak klopt."
- "Geen natie kan bloeien en gedijen als de meerderheid in armoede en ellende leeft."