Ziel

Uit Wikiquote

Ga naar: navigatie, zoeken

Bahá'u'lláh (Teheran 12 november 1817 - Akko 29 mei 1892) Perzisch edelman, banneling, gevangene van het Ottomaanse rijk, stichter van het w:Bahá'í-geloof:


  • "Weet dat de ziel van de mens verheven is boven en onafhankelijk is van alle gebreken van lichaam of geest. Dat een ziek mens tekenen van zwakte vertoont, is te wijten aan de belemmeringen die zich tussen zijn ziel en lichaam plaatsen, want de ziel zelf blijft onaangetast door lichamelijke storing. Beschouw het licht van de lamp. Ofschoon een voorwerp haar stralen kan onderscheppen, blijft toch het licht zelf met onverminderde sterkte schijnen. Evenzo is iedere ziekte die het lichaam van de mens aantast, een belemmering voor de ziel om haar innerlijke kracht en macht te manifesteren. Wanneer de ziel het lichaam verlaat, zal zij echter een kracht uitstralen en een invloed uitoefenen die geen macht op aarde kan evenaren. Iedere zuivere, iedere gelouterde en geheiligde ziel zal met geweldige kracht worden begiftigd en zal zich met uitbundige blijdschap verheugen."
    • Bron: Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh LXXX, p. 94,95.
    • vertaald vanuit het Engels

  • "En nu wat betreft uw vraag over de ziel van de mens en haar voortbestaan na de dood. Weet waarlijk dat de ziel na gescheiden te zijn van het lichaam zich verder ontwikkelt tot zij de nabijheid van God bereikt, in een staat en toestand die noch het verloop van jaren en eeuwen noch de veranderingen en wisselvalligheden van deze wereld kunnen wijzigen. De ziel zal voortbestaan zolang als het Koninkrijk van God, Zijn soevereiniteit, Zijn heerschappij en macht duren. Zij zal de tekenen en eigenschappen van God manifesteren en Zijn goedertieren heid en milddadigheid openbaren. De beweging van Mijn Pen stokt, wanneer zij tracht een passende beschrijving te geven van de verhevenheid en heerlijkheid van zulk een hoge staat. De eer waarmede de Hand van Genade de ziel zal bekleden, kan geen tong passend schilderen noch enig ander aards middel weergeven. Gezegend de ziel die op het uur van scheiding van het lichaam bevrijd is van de ijdele verbeeldingen der wereldse mensen. Zulk een ziel beweegt en leeft naar de Wil van haar Schepper en gaat het allerhoogste Paradijs binnen. De Maagden des Hemels, de bewoners van de verhevenste verblijven, zullen zich rondom haar bewegen, en de Profeten Gods en Zijn uitverkorenen zullen haar gezelschap zoeken. Met hen zal die ziel zich vrijelijk onderhouden en zal hun verhalen van hetgeen zij had te verduren in het pad van God, de Heer aller werelden. Zou aan enig mens worden verteld wat voor zo'n ziel is beschikt in de werelden van God, de Heer van de troon in den hoge en hier op aarde, dan zou zijn hele wezen onmiddellijk in vuur en vlam raken in het grote verlangen die verhevenste, geheiligde en schitterende staat deelachtig te worden."
    • Bron: Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh LXXXI, p. 95, 96.
    • vertaald vanuit het Engels

  • "Gij hebt Mij over de aard van de ziel gevraagd. Weet waarlijk dat de ziel een teken Gods is, een hemels juweel, waarvan de geleerdsten onder de mensen niet in staat zijn de realiteit te begrijpen en welks mysterie geen verstand, hoe scherpzinnig ook, ooit zal kunnen ontrafelen. De ziel is de eerste onder al het geschapene die de voortreffelijkheid van zijn Schepper kenbaar maakt, de eerste die Zijn heerlijkheid erkent, Zijn waarheid aanhangt en zich voor Hem in aanbidding neerbuigt. Is ze trouw jegens God, dan zal ze Zijn licht weerspiegelen en uiteindelijk tot Hem wederkeren. Schiet ze evenwel tekort in haar trouw jegens de Schepper, dan zal ze het slachtoffer worden van het ik en hartstocht, en op den duur in de diepten daarvan verzinken."
    • Bron: Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh LXXXII, p. 97.
    • vertaald vanuit het Engels

  • "Gij hebt Mij bovendien gevraagd aangaande de toestand van de ziel na haar scheiding van het lichaam. Weet waarlijk dat, indien de mensenziel een godvruchtig leven leidt, deze voorzeker terug zal keren en worden vergaderd tot de heerlijkheid van de Beminde. Bij de rechtvaardigheid Gods! Zij zal zo'n hoge staat bereiken als geen pen kan beschrijven en geen tong kan weergeven. De mens die trouw bleef aan de Zaak van God en onwrikbaar vast stond in Zijn Pad, zal na zijn verscheiden zulk een kracht bezitten dat alle werelden die de Almachtige heeft geschapen door hem vooruit kunnen komen. Zulk een ziel verschaft - op bevel van de volmaakte Koning en goddelijke Opvoeder - de zuivere zuurdesem die de bestaanswereld doortrekt en van het vermogen voorziet waardoor de kunsten en de wonderen der wereld zichtbaar worden. Bedenk dat meel zuurdesem nodig heeft om te rijzen. De zielen die de zinnebeelden van onthechting zijn, vormen de zuurdesem van de wereld. Denk hierover na en behoor tot de dankbaren."
    • Bron: Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh LXXXII, p. 98, 99.
    • vertaald vanuit het Engels



Teruggeplaatst van "http://nl.wikiquote.org/wiki/Ziel"
Persoonlijke instellingen