Wetenschapsfilosofie
Uit Wikiquote
Wetenschapsfilosofie is het onderdeel van de filosofie dat de filosofische basis, vooronderstellingen en consequenties van de wetenschap bestudeert.
- Wetenschapsfilosofie valt te verdelen in algemene wetenschapsfilosofie (grofweg: kennistheoretische vragen en methodevragen met betrekking tot de wetenschap in het algemeen) en wetenschapsfilosofie van de afzonderlijke vakgebieden (bij voorbeeld filosofie van de wiskunde of filosofie van de sociale wetenschap)."
- Jan van Eijck (1983). Filosofie: een inleiding. 2e druk, ISBN 9060095278 p.78
- "Wetenschappelijke theorieen en uitspraken representeren een vooraf gegegeven, maar onbekende werkelijkheid".
- "Wetenschap wordt primair als een verzameling cognities - uitspraken, theorieën, ideeën. De taak van de wetenschapsfilosoof is na te gaan hoe die cognities gerechtvaardigd zijn."
- M. van Hees, E. de Jonge (2003) Kernthema's van de filosofie. ISBN 9053528733 p.189
- "De uitdaging in de wetenschapsfilosofie bestaat er in theorieën te ontwikkelen die duidelijk maken waarom de feitelijke wetenschappelijke praktijk bij nader inzien ook de meest rationele praktijk is".
- L. Horsten, I. Douven en Erik Weber (2007). Wetenschapsfilosofie. ISBN 9023243129 p.17
- "In de wetenschapsfilosofie wordt eigenlijk eenvoudig de vraag gesteld wat wetenschap is.."
- "De filosofische benadering van het verschijnsel wetenschap bestaat nu zowel uit een analyse als uit een waardering van dit verschijnsel, zowel in de zin van onderzoek als in de zin van theorie. In de wetenschapsfilosofische analyse wordt getracht de veronderstellingen van wetenschap als activiteit bloot te leggen en opheldering te krijgen over de weg waarlangs dat onderzoek verloopt, over de methodes dus en over de logica achter dat onderzoek. Tevens is de wetenschapsfilosofie erop uit om de vragen over structuur, status en waarheidspretentie van theorieën te beantwoorden. Bij de waardering gaat het om de vraag naar de rechtvaardiging centraal. Hoe kunnen de veronderstellingen, die methodes van onderzoek en die waarheidsaanspraken van theorieën worden gerechtvaardigd...."
- Herman Koningsveld (1987). Het verschijnsel wetenschap: een inleiding tot de wetenschapsfilosofie, Boom Amsterdam 11e druk 1987, p.9-13
- "De wetenschapsfilosofie heeft zowel een beschrijvende als een normatieve taak: ze beschrijft welke methoden of stijlen van redeneren in de wetenschappelijke praktijk een rol spelen, en vraagt wat de standaarden voor goed onderzoek zijn."
- Michiel Leezenberg en Gerard de Vries (2007). Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen. ISBN 9053564659 p.29
[bewerken] Over de geschiedenis van de wetenschapsfilosofie
- "Gedurende de laatste helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw werd de kennistheoretische problematiek geherformuleerd als een wetenschapsfilosofische."
- D. Batens (2004). Menselijke kennis. Pleidooi voor een bruikbare rationaliteit. ISBN 9044114840 p.33
- "Het logisch empirisme is een stroming in de wetenschapsfilosofie, die dit onderzoeksdomein domineerde van ongeveer 1910 tot 1960... Ze werk sterk beïnvloed door grote omwentelingen in de natuurkunde (Einsteins relativiteitstheorie, ontstaan van de kwantummechanica) en door de ontwikkelingen van de formele logica aan het begin van de twintigste eeuw... Het logisch empirisme wordt ook wel 'logisch positivisme' genoemd."
- L. Horsten, I. Douven en Erik Weber (2007). Wetenschapsfilosofie. ISBN 9023243129 p.11
- "Wetenschapsfilosofie stond in de eerste helft van de twintigste eeuw gelijk met filosofie van de natuurkunde."
- M. van Hees, E. de Jonge (2003) Kernthema's van de filosofie. ISBN 9053528733 p.166
[bewerken] Zie ook
| Wikipedia heeft een artikel over Wetenschapsfilosofie. |