Wassily Kandinsky
Uit Wikiquote
Wassily Kandinsky (1866-1944) was een Russisch kunstenaar die zijn abstracte schilderen samen met Franz Marc in de kunstenaarsgroep 'Der Blaue Reiter' ontwikkelde, in München. Kandinsky is beroemd door zijn boek: 'Über das Geistige in der Kunst' dat veel invloed had op andere abstracte kunstenaars in die tijd. Hij gaf jarenlang samen met Paul Klee les aan het 'Bauhaus' en trok na 1933 voor de nazi' weg naar Parijs.:
- over zijn begin: 'Ik raakte in extase door de natuur, en probeerde steeds weer eerst het meeste gewicht, en later alle gewicht in de kleur te leggen.'
- 'De zon smelt Moskou aaneen tot een vlek die als een dolle tuba heel het innerlijk doet vibreren. Roze, lila, gele, witte, blauwe, pistache-groene, vuurrode huizen, kerken, het razend groene gras.. .Dit tijdstip te schilderen leek me het onmogelijkste en hoogste geluk voor een kunstenaar.'
- 'Plotseling zag ik voor het eerst een schilderij (in een galerie in 1896, fh). In de catalogus ontdekte ik dat het een korenschelf was (een schilderij van Monet). Ik kon het niet als zodanig herkenen.. .Ik bemerkte dat het schilderij je niet alleen maar raakte, maar dat het op het bewustzijn een onuitwisbaar merkteken achterliet, en dat je het op de meest onverwachte momenten nog voor je zag zweven, compleet met alle details.'
- over zijn begintijd: 'En ik voelde dat het schilderij iets anders kon zijn dan een mooi landschap.. .Aangezien ik boven alles van kleur hield, dacht ik ook toen al, zij het heel onbestemd, aan een kleurencompositie en heb er het figuratieve bij gezocht dat die kleuren kon rechtvaardigen.
- 'Destijds (rond 1906) probeerde ik door lijnvoering en verdeling van bonte stippen het muzikale van Rusland uit te drukken. In andere doeken uit die tijd is het tegenstrijdige en later het excentrieke van Rusland weerspiegeld.'
- 'Ik dacht weinig aan bomen of huizen, smeerde met de spatel kleurige strepen en vlekken op het linnen en liet ze zo hard zingen als ik maar kon.'(1908)
- 'Het was het uur van de invallende schemering. Ik kwam na de studie (ongeveer 1910) thuis met mijn schilderskist toen ik opeens een ongelooflijk mooi, met een innerlijk gloeien doordrenkt, schilderij zag. Ik stokte, daarop liep ik snel naar het raadselachtige doek toe, waarop ik niets anders zag dan vormen en kleuren en dat inhoudelijk onbegrijpelijk voor me was. Ik vond de sleutel tot het raadsel meteen: het was een door mij geschilderd doek dat tegen de muur op zijn zijkant stond.. .Nu wist ik zeker dat het (uitbeelden van een, fh) voorwerp mijn doeken benadeelde.'
- 'Het voorwerp wilde en mocht nog niet helemaal uit mijn doeken verdwijnen.. .. dus loste ik op hetzelfde schilderij de voorwerpen meer of minder op, opdat ze nioet allemaal tegelijkertijd zouden worden herkend..'
- 'Aldus loste het voorwerp in mijn doeken vanzelf steeds verder op. Dat is te zien op bijna alle doeken uit 1910.'
- aan Gabriele Münter 'Ik haat het wanneer de mensen zien wat ik werkelijk voel. Soms zou ik helemaal alleen op de wereld willen zijn, vreemd willen staan tegenover de hele wereld, vijandig misschien.... weg met mij uit de maatschappij Absolute eenzaamheid.. .Niemand begrijpt me.. .Ik voel, denk droom, wil iets anders dan de anderen.'
- 'In onze ziel zit een barst.'
- 'De kunstenaar is geen zondagskind in het leven. Hij heeft een zware taak te volbrengen die vaak zijn kruis wordt. Hij moet weten dat elk van zijn daden, gevoelens, gedachten het fijne onaantastbare maar stevige materiaal vormt waaruit zijn werk ontstaat en dat hij daarom niet vrij is in het leven, maar enkel in de kunst.'
- tegen de schilderes Gabriële Münter en zijn latere geliefde: 'Je bent een hopeloze leerling. Jou kun je niets leren. Jij kunt alleen dat doen wat in jou gegroeid is. Je hebt alles van nature. Wat ik voor je kan doen, is je talent behoeden en verzorgen, zodat er niets verkeerds bijkomt.'
- uit een oproep van de 'Neue Künstlerverein' van 1910: 'Wij gaan uit van de gedachte dat de kunstenaar behalve de indrukken die hij van de buitenwereld, de natuur, krijgt, voortdurend in een innerlijke wereld ervaringen verzamelt..'
- over zijn boek 'Über das Geistige in der Kunst': 'Het lag in 1910 voltooid in mijn la, aangezien geen enkele uitgever de moed bezat enige (uiteindelijk vrij geringe) drukkosten te riskeren.'
- over de expositie 'Der Blaue Reiter' van 1911: 'We willen op deze kleine tentoonstelling geen precieze en speciale vorm propageren, maar we proberen door de verscheidenheid van de aanwezige vormen te laten zien hoe veelvuldig de innerlijke wens van de kunstenaars zich manifesteert.'
- over de groep 'Der Blaue Reiter': 'De naam hebben we bij de koffie in een prieel bij Sindelsdorf bedacht; we (Franz Marc en Kandinsky zelf, fh) hielden allebei van blauw; Franz Marc van paarden en ik van ruiters. Zo kwam de naam vanzelf.
- (1911) brief over de Almanak 'Der Blaue Reiter', aan Franz Marc: Ik heb een nieuw plan.. ..een soort almanak met reproducties en artikelen en een kroniek.. ..Het boek moet het hele jaar weerspiegelen, en een ketting naar het verleden en een straal naar de toekomst moeten de spiegel vol leven blazen.'
- '..daar liet Franz Marc me zijn reeën zien (deze had een eigen hertenkamp ingericht bij zijn huis, fh), waarvan hij hield als van zijn eigen kinderen.
- (1912) over het abstraheren van Franz Marc: Het sterke abstracte klinken van de lichamelijke vorm vereist niet persé de vernietiging van de figuur. Dat ook hier geen algemene regels bestaan zien we aan de werken van Marc (De stier). Een voorwerp kan dus zijn eigen innerlijke en uiterlijke klank behouden en daarbij kunnen de afzonderlijke delen zich in zelfstandig klinkende abstracte vormen veranderen en zo een gezamnelijke abstracte hoofdklank veroorzaken.’('Uber die Formfrage', uit de Almanak van Der Blaue Reiter, 1912)
- 'Er gingen vele jaren voorbij eer ik door voelen en denken tot de eenvoudige oplossing kwam dat de doelen (dus ook de middelen) van de natuur en die van kunst wezenlijk, organisch en wereldhistorisch verschillend zijn, en even groot, dus ook even krachtig.'
- over zijn abstracte schilderijen 'Improvisaties' van 1914: 'Hoofdzakelijk onbewuste, grotendeels plotseling ontstane uitdrukking van gebeurtenissen met een innerlijk karakter, indrukken dus van de 'innerlijke natuur.'
- 'Dat wat materieel nog niet bestaat kan zich nog niet materieel uitkristalliseren. De geest die naar het rijk van morgen leidt, kan alleen door gevoel worden herkend.'
- over de schilder Cézanne: 'Niet een mens, niet een appel, niet een boom wordt afgebeeld, maar dat alles wordt door Cézanne benut om een innerlijk, schilderachtig, klinkend ding te maken dat schilderij heet.
- 'Pablo Picasso kwam via een logische weg tot de vernietiging van het materiele; niet door de oplossing ervan, maar door een soort uiteenhakken van de afzonderlijke delen en door de constructieve verstrooiing van die delen over het schilderij.'
- 'Over het algemeen is de kleur dus een middel om directe invloed op de ziel mee uit te oefenen. De kleur is de toets. Het oog is de hamer. De ziel is de piano met haar vele snaren. De kunstenaar de hand die doelgericht door deze of gene toets de menselijke ziel doet vibreren.'(1910)
- 'Schilderkunst kan net zulke krachten ontwikkelen als muziek bezit.'
- 'Aangezien het aantal kleuren en vormen oneindig is, zijn ook de combinaties oneindig en tegelijkertijd de werkingen. Dit materiaal is onuitputtelijk.'
- 'Aan enkele abstracte vormen heeft de kunstenaar tegenwoordig niet voldoende. Die vormen zijn te weinig precies. Je uitsluitend beperken tot zaken die te weinig precies zijn, betekent jezelf mogelijkheden ontnemen, het puur menselijke buitensluiten en zo je uitdrukkingsmiddelen verarmen.'
- een latere variatie: 'Tegenwoordig hebben maar weinig kunstenaars voldoende aan enkel abstracte vormen.. .Tegelijkertijd echter wordt de abstracte vorm tegenwoordig al als puur en precies beleefd en als enig materiaal gebruikt in schilderwerken. Het uiterlijke 'verarmen' verandert in 'innerlijke verrijking'.'
- 'Alle middelen zijn heilig als ze innerlijk noodzakelijk zijn. Alle middelen zijn zondig als ze niet stammen uit de bron van de innerlijke noodzaak.'
- '..daarom is het absolute groen in het kleurenrijk wat in het mensenrijk de zogenaamde bourgeoisie is: een onbeweeglijk, met zichzelf tevreden, aan alle kanten beperkt element.'(1910)
- 'Het groen is als een dikke, zeer gezonde, onbeweeglijk liggende koe die, alleen in staat tot herkauwen en de wereld gadeslaat met domme doffe ogen.'(1910)
- 'Tegenstellingen en tegenstrijdigheden, dat is onze harmonie. De op die harmonie stoelende compositie is een samenstel van kleurige en grafische vormen die als zodanig zelfstandig bestaan, die door de innerlijke noodzaak tevoorschijn worden gehaald en in het daardoor ontstane gemeenschappelijke leven een geheel vormen dat schilderij heet.
- 'Het uiteenvallen van het atoom was voor mijn ziel hetzelfde als het uiteenvallen van de hele wereld... ..De wetenschap leek me vernietigd, haar belangrijkste basis was slechts een waan, een fout van de geleerden..'
- 'Mijn boeken 'Über das Geistige in der Kunst' en 'Der Blaue Reiter' hadden vooral ten doel de in de toekomst absoluut noodzakelijke, oneindige belevenissen mogelijk makende vaardigheid tot beleving in de materiële, abstracte dingen te wekken. De wens die gelukkig makende vaardigheid wakker te roepen in mensen die haar nog niet bezaten, dat was het hoofddoel van beide publicaties.'(1913)
- 'Bij het woord 'compositie' werd ik altijd innerlijk aangedaan en ik maakte het later tot mijn levensdoel een 'compositie' te schilderen. Het woord zelf had op mij het effect van een gebed. Het vervulde mij met ontzag.'
- 'Schönbergs muziek voert ons binnen in een nieuw rijk, waar de muzikale belevenissen niet akoestisch zijn maar puur geestelijk. Hier (1912) begint de 'toekomstmuziek'.'
- 'De schilderkunstige en muzikale dissonant van vandaag (1912) is niets anders dan de consonant van morgen.'
- 'Het geel .. ... verontrust de mens, steekt, windt hem op, en toont het karakter van het in de kleur uitgedrukte geweld. dat uiteindelijk brutaal en opdringerig op het gemoed werkt.'(1910)
- 'Die eigenschap van geel, dat een sterke neiging heeft naar lichtere tinten, kan tot een voor het oog en het gemoed ondraaglijke kracht worden opgevoerd. Bij die intensivering klinkt het als een steeds harder geblazen schelle trompet of een opgeschroefde fanfaretoon.'(1910)
- 'Het zwart klinkt innerlijk als een eeuwig zwijgen, zonder toekomst en hoop... Uiterlijk is het de meest klankloze kleur, waarbij daarom elke andere kleur .. harder en preciezer klinkt.'(1911)
- 'Schilderen is een knallende botsing van verschillende werelden die bestemd zijn om in en door de strijd samen de nieuwe wereld te vormen die kunstwerk heet. Elk werk ontstaat technisch zoals de kosmos is ontstaan - door catastrophes, die van het chaotische gebrul van instrumenten tenslotte een symfonie maken die muziek der sferen heet.'(1913)
- 'Ik wil noch 'symbolist' noch 'romanticus' noch 'constructivist' worden genoemd.'(1928)
- ' Ik houd van de cirkel zoals ik vroeger van het paard heb gehouden; misschien meer, daar ik in de cirkel meer innerlijke mogelijkheden vind.. .Dat alles heeft , zoals ik al zei, gedurende het werken niets te betekenen; ik kies de vorm niet bewust, hij kiest zich in mijzelf.'(1932)
- over zijn vriend en collega Paul Klee bij diens vertrek van het Bauhaus: 'Klee verspreidde aan het Bauhaus een gezonde, bevruchtende atmosfeer, - als groot kunstenaar en als heldere, zuivere mens.'(1930)
- 'Tegenwoordig zegt een punt in een schilderij vaak meer dan een menselijk gezicht.'(1931)
- 'Abstracte kunst is de moeilijkste kunst die er is. Je moet er goed voor kunnen tekenen, een fijn gevoel hebben voor kleur en voor compositie en, dat is het belangrijkste, ook een echte dichter te zijn.'(1931)
- 'De abstracte schilders zijn de aangeklaagden. Ze moeten bewijzen dat de non-figuratieve schilderkunst echt schilderkunst is.. ..De tijd zal overtuigend bewijzen dat de 'abstracte kunst' de combinatie met de natuur niet uitsluit, maar dat die combinatie juist groter en intensiever is dan ooit, de laatste tijd.'(1934 in Parijs, fh)
- terugkijkend, in 1937: 'Mijn 'geheim' bestaat alleen daaruit dat ik gedurende jaren het gelukkige vermogen verkreeg (misschien onbewust bevocht) mij en mijn weerk te bevrijden van 'bijgeluiden', omdat voor mij elke vorm levend, klank, en dus uitdrukkingsvol werd..'
- 'Ik hoef me daarbij niet om inhouden te bekommeren, maar alleen om de juiste vorm. En de juist eruit gehaalde vorm geeft uitdrukking aan zijn dankbaarheid door zelf helemaal alleen voor inhoud te zorgen. De 'inhoud' van schilderkunst is schilderkunst.'(1937)
- 'Elk geestelijk tijdperk drukt zijn bijzondere inhoud uit in een vorm die precies bij die inhoud past. Elk tijdperk krijgt op die manier zijn eigen ware 'fysionomie', vol uitdrukking en kracht; en zo verandert 'gisteren' in 'vandaag' op alle spirituele terreinen. Maar de kunst heeft ook nog de exclusief aan haar voorbehouden kwaliteit om in het 'vandaag' al het 'morgen;' te kunnen zien, een scheppende en profetische kracht.'(1942)
Bronnen:
- 'Abstracte kunst; 100 jaar citaten van kunstenaars', website Dekunsten
- 'Wassily Kandinsky', Ulrike Becks-Malorny, Taschen, 2002
- de Almanak van de 'Blaue Reiter'. München 1912