Rob van Koningsbruggen
Uit Wikiquote
Rob van Koningsbruggen (1948) is een Nederlandse abstract schilderende kunstenaar die aanvankelijk als informeel kunstenaar vele schrijfsels maakte op papier. In de jaren vóór 1980 werd hij erg bekend met zijn geschoven 'schuif'schilderijen. In de jaren ná 1980 ontwikkelde hij zich tot een intense colorist; hij werkt o.a. met de kleurcirkel en met vermenging van kleuren door de kwast in eenvoudige vormen:
- 'Door dat schuiven van geel, rood en blauw, dus met die primaire kleuren zag ik dat er zwart inzat en dat ben ik toen (vóór 1980, fh) gaan gebruiken. Daar is het mee begonnen. Ik schilderde geel, rood en blauw in de hoeken van een schilderij en die kleuren heb ik toen vanuit die hoeken naar het midden gepoetst.'(1987)
- 'over zijn befaamde 'schuifschilderijen': 'Het ene schilderij was de kwast voor de andere.'
- 'Kunst, en zeker de abstracte schilderkunst is elitair. Er zijn maar weinig mensen die het snappen en weinig mensen die het kunnen maken. In feite interesseert het me niet hoe het idee is uitgevallen.. .Ik kijk er ook praktisch niet naar, naar mijn schilderijen. Ik zie het even in een seconde, maar dan interesseert het me niks meer.'(1975)
- 'Ik geloof dat dat niet bestaat, dat mooi geschilderde. Een kunstwerk wordt altijd gedragen door een idee, en als dat goed is dan is het een mooi schilderij, mooi geschilderd.'(1975)
- 'Je bent aan het zoeken, naar de goeie kleuren, het goeie schilderij, je bent er maanden mee bezig, het is niet in een poep en een scheet gebeurd.'(1987)
- 'Kijken, kijken en nog eens kijken. Net zo lang tot het schilderij sterk genoeg is.'(1987)
- 'Door het schilderen ontstaan bepaalde vormen die je niet in de hand hebt, en dan moet je ontzettend goed oppassen dat je die niet kapotmaakt.'
- 'Omdat ik met de kleurencirkel werk, gaat het schilderij ook veel sneller draaien.. ..Ik ben een draaikont in de schilderkunst.'
- '..bovendien klopt de kleurencirkel in werkelijkheid niet. Hij gaat wel van geel naar oranje en rood, maar daarna zou je tussen rood en blauw paars moeten krijgen maar als je dat in werkelijkheid probeert dan krijg je zwart.'
- 'Soms vraag ik me af hoe de kleurencirkel er over honderd jaar zal uitzien en hoe hij er honderd of driehonderd jaar geleden uitzag. Dat is natuurlijk erg afhankelijk van de kleurpigmenten die uitgevonden zijn.. ..dat mooie kobaltviolet dat bestaat nog maar honderd jaar.'
- 'Ik vind paars een heel boeiende kleur want je kunt het zo slecht zien; paars is heel moeilijk te benoemen en eigenlijk is het ook een primaire kleur, want je kunt het niet krijgen door kleuren te mengen.'
- 'Als je met terpentine schildert dan vloeit de verf niet zo lekker, dus doe ik er een beetje standolie door. Die diepe glans komt daaruit voort. In sommige schilderijen zitten hele doffe plekken en die vind ik ook belangrijk, die laten zien hoe het geschilderd is.'
- 'Ik hou er niet echt van tegenstellingen uit te buiten zo van: hier iets glimmend en daar iets dofs. Het ontstaat vanzelf. Soms werk ik met een fijn penseel en dan weer met een grotere kwast; het is afhankelijk van het formaat.'
- 'Kijk, alles wat je in Amsterdam ziet, is door mensen gemaakt, hier (buiten de stad, fh) niet. En ja, die natuur.. ,de natuurlijkheid. Ik heb die natuurlijkheid nodig. Een huis blijft een huis, een boom verandert. Misschien is dat het. In de stad is alles statisch. De wegen, de huizen blijven hetzelfde en hier: de bomen en alles verandert steeds. Dat wil ik in m’n schilderijen ook. In de stad voel ik me gevangen.'(1996)
- '(Karel) Appel zei een paar jaar geleden: ‘Ik kijk mijn schilderijen af’. Ik vroeg mij af wat hij daarmee bedoelde. Dat heeft me toen wel even aan het denken gezet, want een schilderij is nooit af. Dat had hij mooi gezegd op z’n ouwe dag. Een schilderij afkijken: je moet het op tijd kunnen loslaten. Ik maak dia’s van mijn schilderijen en dan ga ik er op door. Als je na een paar jaar die dia’s terugziet, denk je: waarom heb ik dat niet zo gelaten? Maar dat heeft ook iedereen.'(1996)
- 'Ik ben een landschappelijk schilder. Geen mensen. Als je door musea loopt, merk je dat je voor bepaalde schilderijen valt. Zo zag ik destijds een schilderij van Jan van Gooyen. De eenvoud. Als ik in de 17e eeuw zou hebben geleefd, had ik - denk ik - als Jan van Gooyen geschilderd. Niet als Rembrandt, geen portretten.. ..een landschap heeft vrijheid. Je kan het in wel 100 kleuren schilderen, je kan de horizon op z’n kop zetten of diagonaal, maar het blijft een landschap. Het blijft iets landschappelijks houden.'(1996)
- 'Je moet wel oppassen als je hier buiten woont, dat je niet impressionistisch gaat kijken. Dat is een valkuil waar heel veel mensen in lopen. Ik schilder er dóórheen. Als je impressionistisch gaat schilderen, dan houdt het op.'(1996)
- 'Kleuren hebben voor mij geen emotionele lading, nog niet. Dat kan nog komen, - op m’n ouwe dag, als ik nog ouwer ben. Zoals verf een gebruiksvoorwerp is, is kleur dat ook. Geen doel op zich. Je wilt er wat anders mee, maar wat dat nou precies is, dat weet je toch niet. Daar kom je niet achter. Dat hoef ik ook niet te weten. Ik ben nieuwsgierig, maar als je gaat onderzoeken, zoek je bewijsbare resultaten. Bij mij gaat het er niet om, om iets te bewijzen. Je laat een schilderij zien!'
Bronnen:
- 'Abstracte kunst; 100 jaar citaten van kunstenaars', website Dekunsten
- 'De tweede helft - beeldende kunst na 1945', Ab de Visser, SUN 2005
- 'Alles is al gezegd', interview met Rob van Koningsbruggen door Marianne Vollmer, Pre Passee 2006/13