Pieter Defesche

Uit Wikiquote

Ga naar: navigatie, zoeken

Pieter Defesche (1921-1998) was een Nederlandse schilder, één van de abstracte 'Limburgerse Amsterdammers', zoals ook Jef Diederen, Molin en Ger Lataster. hij bewoog zich tussen abstract en figuratief schilderen in, waarbij het verhalende en het figuratieve domineerde. Hij doceerde jarenlang aan de Van Eyck-academie in Maastricht):

  • dagboeknotitie; 'Het is best mogelijk om uit te gaan van een doek vol min of meer lukraak opgezette kleurvlakken, maar daarna destilleer ik uit dergelijke vlekken bepaalde fragmenten welke eenmaal in het dagelijkse leven rondom gezien waren; en een beeld naar de natuur nadert haar voltooiing (1959)'.
  • 'Een schilderij wordt .. .. gelanceerd, zoals een vloek, een zucht, een lach, een schaterlach, een grimas, een uitdaging, een klacht, een verzet, een gevecht'
  • 'Gedurende ongeveer 5 jaar heb ik –om me los te maken van een vastgelopen figuratieve visie– me vrijwillig overgegeven aan een vrijere (althans ongebonder) wijze van zien, en getracht de meeste aandacht te besteden aan de manier van 'materie opbrengen' en meer kleurgebruik: een schilderij meer te zien als een 'Ding op zichzelf'. Wat ik daarbij geleerd heb kan ik nu weer toepassen op mijn oorspronkelijke belevingen zoals ik die (in Spanje) in staat was uit te beelden. Het motief in zijn waarde herstellen (1962)'.
  • 'over tijdelijke pauzes in zijn werken: 'Die intermezzi zijn slechts een methode om doorgaans het hoofd te kunnen bieden aan de spanningen die straks weer de essentie van het menselijk bestaan belagen..'.
  • 'Ja, ik wil laten zien wat zo’n kwast , een voor mij dierbaar middel, doen kan. Maar ik wil mezelf ook exponent van deze tijd weten. De complexen en de problematiek van deze dagen in mij vragen om antwoord. Dat zou dan beteken een stijl en vormgeving die op de meest effectieve manier een dergelijke houding kan manifesteren. Ik voel me evenwel ook nauw verbonden met de historische lijn, omdat de gehechtheid aan traditie zo sterk in mij leeft. (ongeveer 1975)'.
  • '(Het schilderen) lijkt het leven zelf wel. Er is geen doel, geen verstandelijke wil er is alleen een soort biologische verstandhouding met een speelsheid en een creatief vermogen. Het blijft verwondering om wat er tevoorschijn gaat komen, iets onverklaarbaars, alsof een andere, geheimzinnige hand zich over je ontfermt. (1983)
  • 'Een anekdotisch fantasievol realisme heeft mij altijd voor ogen gestaan.. ..of een lyrische (zo je wilt romantische) beleving daarvan.'
  • over het brandende braambos: '(er) zit in dat verhaal voor mij iets fascinerends dat ik graag eigentijds wil proberen uit te beelden. Zoals de in brand staande braamstruik. Het verhaal van Abraham en zijn enigst kind. De Heilige Plek (voor iedere vader en moeder is dat een heilige plek). Ik wil in harmonie zijn met de literaire inhoud van het verhaal. De spanning, de ruimtelijkheid, de hartstocht, de liefde, de beweging, het bizarre, vervreemdende, onnaspeurende, prikkelende, onverwachte moet ik in mijn werk zichtbaar zien te maken.'


Bron: 'Een terugblik 1940 – 1998', schilderijen en werken op papier, Ed Wingen.




Mensen - Spreekwoorden - Thema's
Persoonlijke instellingen