Philip Guston
Uit Wikiquote
Philip Guston (1913-1980) was een Amerikaanse schilder van Canadese afkomst, die aanvankelijk mee ging in het abstract-expressionisme, maar daarop zijn schilderkunst afboog naar figuratie; hij begon een meer verhalende schilderstijl te hanteren met eigen symbolen en voorwerpen zoals insecten, laarzen en mensen. Rood en zwart was daarin zijn geliefde kleur. Vanuit abstracte hoek is hij hierop sterk bekritiseerd:
- 'Wat men ziet en wat men het schilderij noemt is dat wat overblijft, een getuigenis. Zelfs als men in het schilderij naar een staat van 'onvrijheid' gaat waarin slechts beperkte dingen kunnen gebeuren, moet toch op een overklaarbare wijze het onbekende en het vrije tevoorschijn komen.'
- 'Meestal ben ik een tijd aan een schilderij bezig totdat het moment komt waarop het gevoel van het eigenmachtige verdwijnt, en de verf op de plaats valt waar die moet zijn. Het schilderen op zich, de verfstof en de ruimtes, verzetten zich zo tegen de wil en ze zijn op die manier ongenegen om hun vlak te laten gelden; en ze blijven desondanks.'
- 'Schilderen lijkt een onmogelijkheid met slechts nu en dan een teken van zijn eigen licht, hetgeen nodig is vanwege de subtiele overgang van een lijnenspel naar een andere staat, een lichamelijkheid. In deze zin is het schilderen eerder te zien als een bezetenheid, dan als het tot stand brengen van beeld.'
- 'Schilderen betekent altijd van voren af aan opnieuw beginnen, en toch niet in staat zijn om de vertrouwde argumenten te vermijden over wat je zelf als het schilderen beschouwt. Het doek waarop je bezig bent wijzigt al de voorgaande in éénn oneindige rammelende ketting die nooit lijkt te eindigen.' (1966)
- 'Het verlangen om me direct te uiten werd tenslotte zo sterk dat zelfs het moment waarin ik me opzij naar mijn palet bewoog me te lang duurde. Daarom zette ik op een dag een groot doek voor mijn neus en hield het palet voor mijn buik vast. Ik dwong mezelf om het hele doek te beschilderen zonder achteruit te lopen om het te kunnen bekijken. Ik herinner me dat ik het schilderij toen in één uur schilderde.'
- 'Het is me niet altijd gegeven om te weten wat mijn schilderijen 'bedoelen te laten zien'. Ik weet dat ik met een spanning werk die wordt opgeroepen door de tegenstellingen die binnen het schilderen bestaan. Ik werk door aan een schilderij totdat het moment komt waarop deze paradox wegvalt en er niet langer meer sprake is van een bewuste keuze. Ik denk bij schilderen meer in termen van dit drama dan aan 'natuurlijke krachten'.'
- 'Er kleeft iets belachelijks en vrekkerigs aan de mythe die we geërfd hebben van de abstracte kunst, dat de schilderkunst autonoom en puur is en slechts zou bestaan voor zichzelf. Vandaaruit analyseren we gewoonlijk zijn ingrediënten en definiëren zijn grenzen. Maar schilderen is 'onzuiver'!'
- over de afwijzing door de abstract-expressionisten van zijn latere figuratieve schilderen: '..alsof ik de kerk had verlaten en was geëxcommuniceerd.'
- ' over een reactie van Willem de Kooning op zijn overgang van abstract naar figuratie schilderen: 'Ik denk dat ik het meeste De Kooning waardeer; hij zei me: 'Weet je wat jouw werkelijke onderwerp is, Philip? Dat is vrijheid!' En een andere belangrijke opmerking die ik prachtig vind, was dat hij me zei: 'Wel, nu sta je geheel op je eigen benen, je hebt aan al je verplichtingen voldaan' Ik denk ook dat ik dat werkelijk gedaan heb. Ik kijk niet langer naar mijn pantheon van de grote meesters van 500 jaar Europees schilderen zoals ik voorheen deed. En als ik het doe, zie ik ze heel anders.'
- 'Eigenlijk kan ik me niet uit één die schilder-samenzijns die ik toen had herinneren dat dat woord (abstract-expressionist', fh) werd uitgesproken. Niemand zei bijvoorbeeld: hé, jij abstract-expressionist..' (1963)
- 'Zoals ik al wilde zeggen begon ik, vanuit redenen die ik toen niet begreep zo rond 1949-1950, de kant op te gaan van een niet-figuratief schilderen, hoewel ik voelde dat ik nog steeds verbonden was met verbeelding, ook al begreep ik die verbeeldingen niet geheel..' (1966)
- 'Het is juist de aanpassing aan zijn 'onzuiverheden' die het schilderen doet doorgaan. We zijn plaatjesmakers en de plaatjes dresseren ons. Er bestaan helemaal geen 'kromme of rechte lijnen' of wat voor andere elementen dan ook. Je werkt net zolang door totdat die verdwenen zijn; het schilderij is nog niet klaar zolang je die zaken kan zien.'
- 'Ik weet van mezelf dat ik 20, 25 jaar geleden dezelfde dingen schilderde maar ik veegde ze toen weg. Dan vraag ik mezelf vervolgens af: 'Waarom haalde ik ze toen weg?' Ik was er toen nog niet klaar voor; het is het enige antwoord dat ik kan vinden.'
- 'Dat leidt me dan tot het volgende punt; niet veel beschouwers komen op het idee dat de kunstenaar het vaak moeilijk vindt om te accepteren wat hij zelf geschilderd heeft.'
- 'Je moet niet denken dat ik verrukt was van wat ik toen maakte, want dat was ik bepaald niet. Ik ben een nachtschilder, dus als ik de volgende dag met lood in mijn schoenen mijn atelier binnenkwam was het delirium voorbij. Ik was doodsbang om te zien wat ik die vorige nacht gedaan had; 'Mijn god, heb ik dat gemaakt?' Dat was de enige maatstaf die ik had; het trillen op mijn benen: 'Is dat van mij; heb ik dat gemaakt?'
- 'Is het schilderen een gigantische voorzorgsmaatregel om de onbeweeglijkheid te voorkomen; een bepaalde wijsheid die de gedeeltelijke twijfel in zich draagt over de uiteindelijke bestemming van de vormen? Het zou deze twijfel kunnen zijn die alles doet bewegen en zijn plaats geeft.'
- 'Het (schilderen, fh) is een lange voorbereiding voor die paar ogenblikken van onschuld.'
Bronnen:
- 'Abstracte kunst; 100 jaar citaten van kunstenaars', website Dekunsten
- 'Abstract expressionisme', Barbara Hess, Taschen