Nederlandstalige weerspreuken
Uit Wikiquote
Een weerspreuk is net als een spreekwoord een vaste uitdrukking.
Zie ook:
Maart [bewerken]
- Een droge maart en een natte april is de boeren naar hun wil
- Er is geen maart zo goed of het sneeuwt op de boer zijn hoed
- Hoor je de koekoek half maart, ga dan naar huis en doof de haard
- Betekenis: het is een warme lente
- Maart heeft knepen in zijn staart
- Betekenis: in de laatste dagen van maart kan het weer ook nog wispelturig zijn
- Maart roert zijn staart
- Betekenis: in maart kan het weer onstuimig zijn.
April [bewerken]
- Aprilletje zoet heeft ook nog wel eens een witte hoed.
- Betekenis: hoewel met april de lente begonnen is, kan het in deze maand ook wel eens sneeuwen.