Franz Marc

Uit Wikiquote

Ga naar: navigatie, zoeken

Franz Marc (1880-1916) was een Duits expressionistische schilder, met name bekend om zijn dier-schilderijen. Samen met Kandinsky richtte hij de kunstenaarsgroep 'Der blaue Reiter' op in 1911. Franz Marc werd sterk beïnvloed door Delaunay en het cubisme; in de laatste jaren van zijn korte leven kreeg de dynamische beeldtaal van het futurisme grote invloed. Hij sneuvelde in Frankrijk aan het Duitse front, kort na zijn vriend Macke.:


  • 'Kunst beoogt het onaardse leven dat achter alles leeft te onthullen en de spiegel van het leven te breken opdat we het wezenlijke in het gezicht kunnen zien.'
  • 'Kunst is in wezen de meest stoutmoedige scheiding tussen natuur en 'natuurlijkheid' en is dat altijd geweest. Kunst vormt de brug met de wereld van de geest.'
  • over de kritek op een expositie van de Neue Müncher Kunstlervereinigung: 'Het dappere waagstuk 'de materie' waarin het impressionisme zich heeft vastgebeten te vergeestelijken, is een noodzakelijke reactie. Wat ons zo hoopvol schijnt in het nieuwe.. ..is dat hun schilderijen naast hun maximaal vergeestelijkte betekenis, heel waardevolle voorbeelden bevatten voor ruimteverdeling, ritme en kleurentheorie.. ..Wie ogen heeft moet hier wel de machtige gang van de nieuwe kunst zien.’ (1909)
  • aan zijn vriend Macke: 'Blauw is het mannelijke principe, stug en geestelijk. Geel het vrouwelijke principe, zacht, vrolijk en zinnelijk. Rood is de materie, brutaal en zwaar en de kleur die door de andere twee steeds moet worden bestreden en overwonnen!.. ..Ondanks alle spectraalanalyses raak ik het schildersgeloof niet kwijt dat geel (de vrouw) dichter bij de aarde staat dan blauw, het mannelijke principe.’ (1910)
  • 'Ik probeer me pantheïstisch in te leven in het sidderen en het stromen van het bloed in de natuur, in de bomen, in de dieren en in de natuur.. ..Ik ken geen geslaagder middel om de 'kunst te animaliseren' dan het dierschilderij. Daarom grijp ik ernaar. Bij Van Gogh en Signac is alles dierlijk geworden: de lucht, zelfs de boot op het water, en vooral de schilderkunst zelf.' (1910)
  • aan zijn vriend Macke n.a.v. een uitvoering van muziek van Schönberg: ’Kun je je muziek voorstellen waarin de tonaliteit volledig is opgeheven Ik moest steeds aan Kandinsky’s grote composities (zijn schilderijen, fh) denken, die ook geen spoor van een toonsoort toelaat.. ..Schönberg gaat uit van het principe dat de begrippen consonantie en dissonantie helemaal niet bestaan.. ..Het is (dus, fh) helemaal niet nodig de complementaire kleuren als in een prisma naast elkaar weer te geven; je kunt ze zo ver 'van elkaar vandaan' plaatsen als je wilt. De partiële dissonanten die daardoor ontstaan worden weer opgeheven in de verschijning van het gehele schilderij, ze hebben een consonant (harmonisch) effect, voor zover ze in hun spreiding en kracht complementair zijn..' (1911)
  • 's morgens wandelde ik naar Kandinsky! De uren met hem behoren tot mijn gedenkwaardigste ervaringen. Hij liet me veel (werk, fh) zien.. .Het eerste ogenblik voel ik de grote verrukking van zijn sterke, vurige, pure kleuren en dan begint mijn verstand te werken; je komt niet los van die schilderijen' (1911)
  • 'Is er wel een geheimzinniger idee voor de kunstenaar dan je voor te stellen hoe de natuur wordt weerspiegeld in de ogen van een dier? Hoe ziet een paard de wereld, hoe een egel, een hert of een hond? Het is een armzalige gewoonte om dieren in een landschap te plaatsen zoals ze door de mens gezien worden. In plaats daarvan zouden we moeten denken over de ziel van de dieren, om zijn manier van zien te raden.' (1911)
  • 'Ze (het dier, fh) ervaart het [[landschap] als ree, het landschap moet dus 'ree' zijn.' (1911)
  • 'Ik zou een schilderij 'Het hert' kunnen maken. Pisanello heeft ze geschilderd. Ik zou ook een schilderij kunnen schilderen, 'Het hert voelt'. Hoe oneindig subtieler moet de sensitiviteit van de schilder zijn om dàt te kunnen schilderen! De Egyptenaren hebben het gekund. 'De roos', Manet schilderde hem. Maar 'De roos in bloei', wie heeft de bloeiende roos geschilderd? De mensen in India deden het; zij gaven het predikaat!' (1911)
  • n.a.v. een kunstenaarsprotest tegen te veel buitenlandse kunstaankopen zoals een Van Gogh: Een stevige wind waait blaast nu (1912) de kiemen van een nieuwe kunst over heel Europa, en waar goede, onaangeroerde grond is groeit het zaad naar natuurlijke wetten.. ..De wind blaast waar hij wil. Het zaad komt uit de rijkdom van de natuur.De ergernis van een paar Duitse kunstenaars op de Duitse kluit over da het een westenwind is, is echt lachwekkend. Ze hebben liever windstilte. De oostenwind moeten ze namelijk ook niet, want die blaast vanuit Rusland hetzelfde nieuwe zaad' (zinspeling op de vernieuwende betekenis van zijn vriend Kandinsky? fh) (1912)
  • brief aan Kandinsky toen hij zijn eigen schilderijen zag hangen naast die van Munch, Heckel, Picasso en met name van Matisse, op een expositie in Keulen: 'Van mijn dingen hier houd ik helemaal niet, zoet en mooi; ik ben geschrokken.' (1912)
  • brief aan Walden als protest: 'Of je een Madonna op een troon schildert of asperges is niet doorslaggevend voor de kwaliteit van het schilderij en zijn waarde, maar het kan toch een verdomd verschil betekenen..' (1912)
  • 'Wat zouden de mensen allemaal van me denken, als ze ze (zijn schilderijen, fh) bekijken. Het kwelt me dat geen enkele zo duidelijk is dat je mijn wens ondubbelzinnig kunt lezen – mijn wens naar religie – die er niet is. Maar je kunt toch het schilderen niet opgeven omdat je 50 of 100 jaar te vroeg op deze planeet terecht bent gekomen? Als het zou kunnen: 'kop onder de dekens voor 110 jaar en dan pas opnieuw beginnen'.' (1912).
  • over de nieuwe kunst van Die Brücke, Neue Secession en zijn eigen Neue Künstler Vereinigung: 'Door met hun werk aan hun tijd symbolen te verschaffen die op de altaren van de toekomstige geestelijke religie thuishoren en waarachter de technische maker zelf verdwijnt.. .;(hun schilderijen, fh) zijn eigenzinnige vurige tekens van een nieuwe tijd die zich overal vermeerderen. Dit boek (de Almanak, fh) moet het brandpunt worden..' ('Die Neue Malerei', maart 1912)
  • 'Heeft het wel zin om een appel te schilderen samen met de vensterbank waar hij op ligt? Als je zegt, het is het vraagstuk van 'atmosfeer en vlak' dan rolt het concept 'appel' al gauw in de berm naast de weg.. .Maar wat als we de (echte) appel willen schilderen, de prachtige appel? Of het hert in het bos, of de eikenboom? Wat heeft het hert gemeenschappelijk met het bekijken van de wereld zoals deze aan de mens verschijnt?'
  • 'Heeft het enige rationele of artistieke zin om het hert te schilderen zoals het verschijnt op onze retina, of op de manier van de kubisten omdat we voelen dat de wereld kubistisch is? Wie zegt dat het hert de wereld kubistisch ervaart? Het is het hert wat ziet, en daarom moet het landschap 'hert-achtig' zijn. Dat is zijn predikaat!'
  • 'De artistieke logica van Picasso, Kandinsky , Delaunay Burljick, enzovoorts is perfect; zij 'zien' het hert niet en daar geven ze ook niet om. Zij projecteren hun innerlijke wereld; die is (als, fh) het zelfstandig naamwoord in een zin.'
  • 'Als ik een kubus wil weergeven zou ik het kunnen doen op de manier zoals me geleerd is om een sigarendoos of zoiets te tekenen.. ..De kubisten waren de eersten die ruimte niet langer als een subject schilderden: zij 'zeggen iets over' de ruimte; zij hebben het predikaat van het subject omgedraaid.'
  • 'Het is tekenend voor onze beste schilders dat zij de levende wezens als onderwerp vermijden. Zij draaien het predikaat van het stilleven om. Het omkeren van het predikaat van levende dingen blijft (echter) een onopgelost probleem. Kandinsky houdt hartstochtelijk van alles wat leeft, maar om zijn artistieke vorm te vinden verandert hij het in een schema.'
  • 'Wie is in staat om het bestaan van een hond te schilderen zoals Picasso het bestaan van een kubus schildert (in de thematische stijl van muzikanten)?'
  • 'Alles heeft een verschijning en een essentie, schelp en inhoud, masker en waarheid. Wat zegt het tegen de innerlijke bepaaldheid van de dingen als we de schelp bevoelen met onze vingers zonder de inhoud te kennen? Als we met een verschijning leven in plaats van de essentie te bereiken; dat het masker van de dingen ons zo verblind dat we de waarheid niet kunnen vinden?'
  • 'Elke bouwer en schepper van vorm en leven kijkt uit naar de solide grond, naar de rots waarop hij kan bouwen. Heel zelden vindt hij die in de traditie. Meestal bleek deze bedrieglijk en nooit solide. De grote scheppers zoeken hun vormen niet in de mist van het verleden. Zij doorgronden het meest innerlijke, het echte zwaartekrachtpunt van hun eigen tijd. Dat is de enige gids die hen kan helpen in hun werk.'
  • 'Het mysterieuze woord 'waarheid' doet me altijd denken aan dat idee uit de fysica van een 'centrum van zwaartekracht'. Waarheid is altijd op weg. Zij is altijd ergens, maar nooit op de voorgrond; nooit op de oppervlakte.'
  • 'De wet van de natuur is het voertuig van de kunst. In deze tijd vervangen we deze wet met het probleem van de godsdienstigheid. De kunst van dit tijdperk zal ongetwijfeld diepe overeenkomst vertonen met de kunsten uit het verre verleden, uit de primitieve tijden, maar (dan, fh) zonder de formalistische benaderingen die sommige gevoelloze anarchisten nu uitproberen.'
  • 'Ik kreeg ineens een vreemd idee, het zette zich als een vlinder op mijn open hand, de gedachte dat lang geleden mensen al eens eerder, zoals alter egoos, van abstracties hielden, zoals wij nu doen. Veel objecten weg gestopt in onze musea kijken ons aan met vreemd verwarrende ogen. Wat maakte ze mogelijk, die producten van pure wil tot abstractie? Hoe kan iemand zulke abstracte gedachten hebben zonder onze moderne methodes tot abstract denken?'
  • 'Ons Europese verlangen naar abstractie is niets anders dan sterk bewuste actie-hongerige vastberadenheid om de sentimentaliteit te overwinnen. Maar die vroege mensen hielden van abstractie, (al) voordat ze sentimentaliteit waren tegengekomen.'
  • 'Bomen, bloemen, de aarde, zij allemaal toonden mij elk jaar meer en meer hun deformatie en hun weerzinwekkendheid, totdat ik me nu plotseling volledig bewust ben van de lelijkheid en onzuiverheid van de natuur. Misschien is het onze Europese manier van kijken die de wereld vergiftigd en verscheurd laat zien. Daarom ook droom ik van een nieuw Europa.'
  • uit een brief naar een collega-vriend (Macke?, fh) over Kandinsky: 'Kandinsky achtervolgt deze waarheid met passie, en ik houd daarom van hem. Je hebt misschien gelijk als je zegt dat hij als persoon niet sterk en zuiver genoeg is, en dat zijn gevoelens daardoor algemene deugdelijkheid ontberen en slechts gericht zijn op sentimentele hypersensitieve romantiek, maar zijn pogingen blijven prachtig: zij tonen een grootsheid in eenzaamheid.'
  • 'De dag kan niet ver weg zijn dat de Europeanen, de echte Europeanen die nu nog geboren moeten worden, zich erg verscheurd zullen voelen door vormloosheid. Ze zullen in pijn ernaar grijpen en ze zullen gaan zoeken naar vorm. Ze zullen de nieuwe vorm niet in het verleden zoeken en ook niet aan de buitenkant van de natuur, in haar gestileerde facade. Ze zullen de nieuwe vorm van binnenuit opbouwen volgens hun eigen nieuwe kennis.' (1914)
  • 'De kunst die zal komen gaat vorm geven aan onze wetenschappelijke overtuigingen. Die kunst is onze religie, ons 'centrum van zwaartekracht'. Zij zal grondig en substantieel genoeg zijn om de grootste vorm te ontwikkelen, de grootste transformatie die de wereld ooit gezien heeft.'
  • over zijn eigen schilderij Tierschicksale (Dierennoodlot, fh), vanuit het front geschreven naar zijn vrouw: 'Het is als een voorgevoel van deze oorlog, afgrijselijk en aangrijpend; ik kan me nauwelijks voorstellen dat ik dat heb geschilderd. Door de onscherpe foto lijkt het in ieder geval ongrijpbaar waar, zodat ik me helemaal akelig voelde.' (1915)
  • reactie op het sneuvelen van zijn vriend Macke: 'Het bloedoffer dat de opgewonden natuur in grote oorlogen eist van de volkeren, brengt deze in een tragische roes zonder spijt. De gemeenschap reikt elkaar trouw de hand en draagt het verlies trots onder overwinningsklanken.' (oktober 1915)
  • 'Voortdurende meditatie over de vorm, de voortdurende wil tot vorm, die je steeds weer corrigeert, verwerpt, opnieuw begint, met alle hefbomen van de wereld, en ervaring – onder dat gaat het niet. Alleen het leven, het leven voelen tot in de kern en op de vorm wachten als de bloem op het voorjaar, dat was en is nooit productieve kunst; het werk moet de weg vol doornen helemaal doen vergeten. De toeschouwer moet en kan alleen het pure werk zien, onze nood gaat hem niets aan, onze 'middelen' ook niet.' (1915)
  • brief aan zijn vrouw, vanaf het front: 'En een instinctieve neiging naar het abstracte, die me nog meer opwond, voerde me (in het schilderen, fh) weg van het dier.. .;ook aan het dier ondekte ik zoveel dat me tegenstond en zo veel lelijks, waardoor mijn eigen voorstellingen instinctief.. ..steeds schematischer, abstracter werden' (april 1915)
  • 'Mijn instinct heeft me tot nu toe niet slecht geleid, over het algemeen. Ik bedoel met name mijn instinct dat me heeft weggehouden van mensen met hun voorliefde voor beestachtigheid, de 'pure beesten'.. ..Een ander instinct bracht me van de dieren naar abstracties, wat me zelfs verder bracht. Het bracht me tot het tweede inzicht, even tijdloos als de inzichten van India waarin de levende gevoelens in hun zuiverheid schijnen.' (1915)
  • brief vanuit het front aan zijn vrouw Maria: 'De wereld is het bloedigste jaar uit haar vele duizenden jaren van bestaan rijker. Het is vreselijk eraan te denken; en dat allemaal om niets, om een misverstand, uit het gebrek de naaste te kunnen begrijpen! En dat in Europa!! Je moet echt alles opnieuw leren, opnieuw denken om deze afgrijselijke psychologie van de daad te verwerken, en haar niet alleen te haten, uit te schelden en te honen of te bewenen, maar oorzakelijk te begrijpen en tegen-gedachten te vormen.’ (1916)


Bronnen:

  • 'Abstracte kunst; 100 jaar citaten van kunstenaars', website Dekunsten
  • 'Franz Marc', Susanna Partsch, Taschen/Librero 2001
  • 'Die Neue Malerei’, Franz Marc, München 1912




Mensen - Spreekwoorden - Thema's
Persoonlijke instellingen
Andere talen