Daan Lemaire

Uit Wikiquote

Ga naar: navigatie, zoeken

Daan Lemaire (1942-) is een Nederlandse kunstenaar, wonend en werkend te Amsterdam. Hij maakt voornamelijk abstracte kunst in de vorm van schilderijen, gouaches en glaskunst. Zijn stijl is te betitelen als 'lyrisch-abstract' en heeft een atmosferische uitstraling.:

  • 1993: 'Voor mij ontstaat de compositie puur gevoelsmatig. Je kunt zeggen: ik moet een evenwicht maken, dus daar links moet ik wat rood bijzetten; maar dat is dan verstandelijk. Als ik schilder gaat dat alles vanzelf, juist niet verstandelijk.'


  • 1993: 'De toon in mijn werk ontstaat al werkende, ik ga er niet bewust mee om. Ik zet het neer om diepte, spanning of sfeer op te roepen. Je zou kunnen zeggen dat ik net iets verder ga dan wit in wit te schilderen. Er moet net iets meer gebeuren, iets geestelijks. Als het toonbereik in een doek te groot wordt dan wordt het teveel vastgelegd, waardoor ik er niets meer mee kan. Ik zoek naar transparantie; er moet opening blijven naar iets anders en dat heeft dan te maken met toon.'


  • 1993: 'Ik wil eigenlijk steeds verder dan de achtergrond. Daarachter zit er weer eentje en daarachter nog weer één. Dus zowel naar-achteren in het schilderij als naar-voren toe wil ik niets vastleggen. Ik zoek naar een toegang tot een diepere laag en wil alle afgeslotenheid vermijden.'


  • 1993: Ik gebruik kleur om sfeer op te roepen en voor de dieptewerking. Ik begin altijd vrij neutraal met kleur. Pas later als het doek concreter wordt zet ik de kleur steviger neer. Wit dempt de kleur af; ik meng ze altijd met wit, want als ze te sterk worden dan wordt het schilderij teveel vastgelegd. Ik wil het schilderij juist open houden, ook zelfs als het klaar is. Eigenlijk zou ik het liefst wit op wit schilderen.'


  • 1993: 'Ik begin mijn schilderij heel dun, daarna iets dikker, enz… het moet openblijven; zo leg ik me niet vast. Ik begin ook altijd heel wit om daarna steeds verder naar het donkere toe te werken. Mijn verf wordt opgezet in heel dunne streekjes, zodat het doorzichtig blijft. Door die doorzichtigheid blijf ik ruimte houden. De sterke kleuraccenten zet ik pas op het laatste moment.'


  • 2008: Dan begin ik met een leeg vel. Mijn eerste geel staat er dan al gauw op bijvoorbeeld, maar dat wil ik dan nog niet zo definitief, dat vind ik dan te mager. Het eerste geel vraagt wel naar de volgende kleuren: Spielerei, maar ook geen echte spielerei; ik wil de mogelijkheden zo lang mogelijk open houden tijdens het schilderen.'


  • 2008: 'In 1989 wilde ik zo licht mogelijk schilderen, het liefst bijna zonder kleur, helemaal wit. Zo heb ik ook enkele doekjes gemaakt (in olieverf, fh). Ik wilde kijken hoe ver ik daarin kon gaan. Het werk tot 2005, daarin was ik strenger dan nu, ik bouwde meer echt op, en het was veel lichter van kleur. Het waren de laatste uitlopers van mijn blokjesmethode (olieverf vooral). Het was meer verstandelijk, meer opgebouwd, en meer bewust gecomponeerd. Daarna (rond 2002, fh) heb ik nog natuurdingen geschilderd in olieverf, ik was toen erg geïnspireerd door Monet die ik daarvoor nooit zo had kunnen waarderen. En in die periode vond ik juist grote steun in het werk van Monet. Ik schilderde toen ook al los, ja, maar ik had dan meer houvast aan het natuurgegeven zelf, bomen, een tuin. Dat is toen ook uit zichzelf ontstaan, het boom-achtige, de natuurlijke sfeer. Sommige recente gouaches appelleren daar ook weer aan, water, stroom.'


  • 2008: Mijn gouaches zijn vanaf 2005 lekker los geworden, met veel losse spetters op papier. Er is toch ondanks de losheid wel degelijk een soort bouwsel te zien: hoeken van waaruit het komt, richtingen in het beeld of ook plekken die ik bewust open houd. Ik heb een soort van zekerheid erin gevonden, ik heb de jaren daarvoor (voor 2005) altijd veel getwijfeld aan mijn werk. Ik ben lang erg onzeker geweest over mijn eigen werk, dat ik geen houvast had. Af en toe was er wel eens een goed werk tussen, maar sinds 2005 heb ik hele series werken die ik goed vind. Er vallen nu ook minder werken af omdat ik nu langer en meer met één werk bezig ben en blijf. Ik kijk er veel naar en heb het in mijn hoofd als ik thuis zit te lezen of zo. En ik zet dan daarna af en toe een dingetje een plekje neer in een hoekje, omdat ik dat dan al de hele dag voor me zag.'


  • 2008: 'Mijn recente gouaches (vanaf 2006, fh) maak ik met meer plezier dan voorheen. Ik zie het als bevrijdend, er is veel ruimte. Ik hoop dat anderen dat ook aan mijn werk kunnen zien; ik zelf maak het in ieder geval wel mee. Het is minder vast aan vorm, het is directer, spontaner, opener, heeft echt overtuiging. Ik heb echt het idee dat het erin zit, ook door de reacties van anderen die het zien. Het zit er kennelijk dus ook in. Ik heb in het schilderen veel plezier nu, en maak me er niet druk om wat anderen ervan vinden. Langzamerhand heb ik een zekerheid van binnen gekregen. En als men dat dan in het werk ook ziet, dan stimuleert dat naar twee kanten.'


  • 2008: 'Ik bedoel niet iets met mijn werk naar de wereld toe, nee. Ik zie niet dat mijn werk een betekenis heeft naar de wereld. Ik wil alleen naar mezelf toe zo eerlijk mogelijk mijn werk maken en ermee omgaan. Ik laat alleen dat werk bestaan waar ik van overtuigd ben.'


  • 2008: 'Ik weet niet waar mijn werk vandaan komt, ik wil daar ook niet echt over denken, zo ben ik niet.. En dat verstoort de boel wellicht ook teveel voor me. Het gaat vanzelf en ik ben er serieus mee bezig. Het is mijn leven! En ik heb mazzel gehad. Ik heb waardering, ik heb het financieel niet slecht; alsof het leven telkens weer goed voor ons (hij en zijn vrouw, fh) zorgt.'


  • 2008: 'Ik vind eigenlijk niet dat ik zo abstract schilder, er zit toch vaak iets natuurlijks in met water en met lucht. Fons (Heijnsbroek) is de meest abstracte schilder van ons die ik ken; die is puur abstract, voor zover je dat dan kan zeggen. Er is bij mij altijd een zekere natuurlijke referentie in mijn schil;deren, en dat geeft me een zeker houvast.'


  • 2008: 'Ik ben iedere keer weer opnieuw met een nieuw ding (werk) bezig. Ik kan niet zeggen dat het werk dat ik maak met mij iets doet, op mij weer inwerkt. Ik ben gewoon met het ding bezig. Misschien komt dat ook wel omdat alles bij mij geleidelijker gaat dan bij Fons (Heijnsbroek) of bij jou (Albert de Wilde, fh), dat het dan ook minder opvalt. Bij mij zijn het kleinere stapjes, bij jullie grote sprongen.'


  • 2008: 'Ik heb altijd al doorzichten willen maken, zelfs in mijn surrealistische tijd ( voor 1979, fh) waren er dan planken uit de schutting waar je doorheen kon kijken. Er is altijd een opening ergens, ook in de transparantie van de kleuren en in de openheid van het beeld. En het licht! Er moet iets achter het beeld te zien zijn, meer dan wat je feitelijk in het schilderij ziet. Doorzicht, ook een gelaagdheid, dat is mijn zoektocht.'


Bronnen:

  • expositieteksten bij de thema-tentoonstelling 'Tellers en Noemers' met schilderijen van Daan Lemaire, Ben Vollers, Fons Heijnsbroek en Herman van Staalduinen, Oosterkerk, nov. 1993 te Amsterdam
  • interview door curator/collega Albert de Wilde, bij de expositie 'Twee Schilders' met gouaches van Daan Lemaire en Fons Heijnsbroek in MLB-expositieruimte, 2009, Amsterdam




Mensen - Spreekwoorden - Thema's
Persoonlijke instellingen