Claude Monet

Uit Wikiquote

Ga naar: navigatie, zoeken

Claude Monet (1840-1926) was één van de bekendste kunstenaars van het Franse impressionisme die zijn gehele leven in zijn schilderkunst op zoek was naar het zo juist mogelijk weergeven van het 'ogenblik' in natuur en landschap; Boudin had veel invloed op de jonge Monet. Monet's schilderen werd op late leeftijd (de Waterlelies!) steeds 'abstracter', waarmee hij latere kunstenaars als Malevitsj, Sam Francis en Joan Mitchell sterk inspireerde.:

  • 'Mijn werk zal de verdienste hebben dat het geen gelijkenis heeft met wie dan ook, omdat het een expressie zal zijn van wat ik persoonlijk voel.. ..hoe verder ik kom hoe meer ik besef dat wij nooit eerlijk durven te uiten wat wij werkelijk ervaren.'(1864)
  • aan zijn vriend Bazille: 'Ik ontdek iedere dag opnieuw nog mooiere dingen. Het is bedwelmend; ik wil het allemaal zo graag maken, mijn hoofd barst.. ..Ik wil vechten, wegkrassen, opnieuw beginnen, zoals je immers doet wanneer je het ziet en begrijpt, en ik heb het idee dat wanneer ik de natuur zie dat ik het allemaal zal kunnen weergeven.. ..door observatie en nadenken ontdek je hoe het moet. Daaraan werken en werken wij (=de impressionisten, fh), aldoor.(1864)
  • aan zijn leermeester de zee- en kustschilder Boudin: 'U hebt mij voor het eerst geleerd te kijken en te begrijpen'
  • over de Hollandse bloembollenvelden: 'Het is wonderbaarlijk maar ook om gek van te worden voor een schilder als ik; niet te benaderen met onze armetierige kleuren.. ..wanneer de bloemen in volle bloei worden geplukt en op hopen worden gegooid en je in de vaarten plotseling de gele vlekken ziet drijven als gekleurde vlotten in de weerspiegeling van de blauwe lucht..' (1886)
  • 'Ik dacht dat twee schildersdoeken genoeg zou zijn; één voor het weer met wolken, en één voor het weer met zonneschijn. Maar al gauw nadat ik het zonnige moment *'begon te registreren veranderde het licht; daardoor waren twee doeken niet meer voldoende om een waarachtige impressie van de natuur neer te zetten.'(1890)
  • 'Ik moet constant doorwerken, want als ik de tijd heb om mezelf te onderzoeken en te beoordelen, is het met mij gedaan, het duister overweldigt mij en ik word zo ellendig en onaangenaam.. ..bovendien voel ik dat ik ouder word en al die verspilde tijd maakt me radeloos.'(1890)
  • '..Alles wat ik ooit gezien heb is wat de wereld zich aan mij zichtbaar heeft gemaakt, om er aldus getuigenis van te geven in mijn schilderen.. ..De fout zit erin om te proberen de wereld te herleiden tot je eigen dimensies, ofschoon ook een toename van kennis van de dingen zeker je zelfbewustzijn doet toenemen.'(ongeveer 1890)
  • aan de schilderes Lilla Cabot: 'Wanneer je erop uittrekt om te gaan schilderen probeer dan alles wat je voor je ziet te vergeten; een boom, een huis, een veld, of wat dan ook.. ..Denk alleen: hier is een blok blauw, daar een rechthoek roze, daar een streep geel, en schilder het precies zoals het er voor jou uitziet, de exacte kleur en vorm..'(ongeveer 1890)
  • 'Ik heb me af zitten beulen op een serie schilderijen van verschillende effecten van korenschelven. Maar deze tijd van het jaar (late zomer, fh) zakt de zon zo snel dat ik hem niet bij kan houden.'(1891)
  • 'Ik word zo langzaam in mijn schilderen dat ik begin te wanhopen. Hoe ouder ik word, hoe meer ik begin in te zien dat een groot deel van het werken alleen al nodig is om te slagen in het uitdrukken van waar ik op uit ben: ‘het moment zelf’; en in het bijzonder de atmosferische omhulling, en hoe hetzelfde licht zich over alles heen verspreidt.. ..Kortom, het doel van mijn pogingen is om te kunnen weergeven wat ik zie..'(1891)
  • 'Ik ben van nature altijd geneigd om alles wat ik gemaakt hebt slecht te vinden en evenzo, wanneer ik aan iets nieuws begin altijd te denken dat het geheel volmaakt zal worden.: illusies, pogingen die vaak tegenvallen, maar dat kan mij niet afschrikken.'(1891)
  • over het schilderen van de kathedraal van Rouen: 'Iedere dag voeg ik iets toe of stuit ik op iets dat ik niet op de goede manier kon zien.. ..en iedere dag ontdek ik nieuwe dingen die ik de dag ervoor nog niet zag en zo voeg ik bepaalde dingen (in het schilderij, fh) toe en haal andere weer weg.'(1891)
  • over zijn waterlelievijvers in Giverny: 'Het is een vijver die ik 15 jaar geleden heb aangelegd. Ongeveer 200 meter lang is hij en hij wordt gevoed door een zijarm van de rivier de Epte. Hij wordt omgeven door irissen en verschillende waterplanten en is omlijst door verschillende bomen, waarvan de meeste populieren en wilgen, inclusief enkele treurwilgen.'(ongeveer 1901)
  • 'Wat betreft de kleuren die ik gebruik, wat is daar zo interessant aan? Ik denk niet dat iemand beter of helderder zou kunnen schilderen met een ander palet van kleur. Het belangrijkste is om te weten hoe je de kleuren dient te gebruiken. Hun keuze is een kwestie van gewoonte. Om kort te gaan: ik gebruik loodwit, cadmium oranje, vermiljoen, meekrap, kobaltblauw, chroomgroen, dat is alles.'(1905)
  • 'Sinds mijn 60ste (1900) heb ik er voortdurend over nagedacht hoe ik een synthese wilde maken van elk van de categorieën van de onderwerpen waaraan ik mijn aandacht heb besteed; een synthese waarin ik al mijn voorgaande impressies en waarnemingen zou combineren in één schilderij, of in twee. Ik heb besloten daarvan af te zien. Ik zou daarvoor veel en ver hebben moeten reizen om alle plekken uit mijn schildersloopbaan opnieuw te bezoeken en al mijn oorspronkelijke waarnemingen opnieuw hebben moeten bezien. Ik zei mezelf, terwijl ik mijn schetsen (voor de waterlelies) aan het schilderen was dat een serie van globaal waargenomen impressies tijdens de uren dat mijn kijken tot de meeste nauwkeurigheid in staat was, niet oninteressant zou zijn. Ik wachtte totdat dit idee vorm kreeg, tot het arrangement en de compositie van de motieven zich geleidelijk aan in mijn hersens had genesteld...'1907)
  • over een aankomende tentoonstelling van zijn werk: 'Ik ben erg ontevreden over mijzelf, maar dat is beter dan dingen te maken die middelmatig zijn. Ik stel deze tentoonstelling niet uit omdat ik zoveel mogelijk schilderijen wil laten zien. Integendeel, ik heb het idee dat ik nu te weinig werken heb die de moeite waard zijn om te laten zien aan het publiek. Ik heb er op zijn hoogst vijf of zes die het verdienen om bekeken te worden, en ik heb er kort geleden tot mijn grote tevredenheid op zijn minst een stuk of 30 vernietigd.. .Het duurt gewoonlijk enige tijd voordat ik herkennen kan welke schilderijen goed zijn en welke moeten worden afgedankt. Maar dat alles weerhoudt me er in het geheel niet van om betere doeken te maken, vol van enthousiasme en zelfvertrouwen.'(1907)
  • 'Deze water- en reflectielandschappen zijn tot een obsessie uitgegroeid. Zij zijn teveel voor de kracht van een oude man en toch zou ik graag willen kunnen weergeven wat ik voel. Ik heb er al enkele (schilderijen, fh) vernietigd.. ..Ik ga van voren af aan beginnen.. ..en hoop dat er iets uit zal komen, uit zoveel pogingen.'(1908)
  • 'Ik was ooit ertoe geneigd om dit thema van de waterlelies te gebruiken voor het maken van een decoratie van een salon. Verspreid over de muren zouden ze een gevoel van eenheid moeten oproepen, een schijn van een eindeloos geheel, een golf zonder enig besef van horizon en kust... Deze kamer zou een toevlucht moeten bieden voor een ongestoorde meditatie temidden van een bloeiend aquarium.'(1909)
  • 'Ik ben weer terug naar het schilderen gegaan, en zoals je wel weet, wanneer ik dat doe doe ik het serieus. Ik sta om vier uur op, schilder de gehele dag en tegen de avond valt de vermoeidheid over me heen. Met mijn ogen (met speciaal ontwikkelde brillenglazen, fh ) gaat het tenminste goed. Dank zij mijn werk, mijn werkelijke vertroosting, gaat alles goed.'(1914)


Bronnen:

  • 'Monets landscapes', Vivian Rusell, Francis Lincoln Limited
  • 'Monet at Giverny', Karin Sagner Düchting, Pegasus Library





Mensen - Spreekwoorden - Thema's
Persoonlijke instellingen