Antoni Tàpies
Uit Wikiquote
Antoni Tàpies (1923) is een Spaans Catalaanse kunstenaar, geboren in Barcelona, die vanaf 1947 begon te schilderen in een surrealistische stijl. Via de Arte Povare ontwikkelde hij vervolgens onder invloed van o.a. Oosterse kalligrafie een spontaan abstract-expressionisme met een eigen symbooltaal. Zijn schilderkunst stond voor hem in het teken van bewustmaken, ook maatschappelijk. Hij is een van de meest bekende hedendaagse Spaanse schilders, samen met Saura:
- 'Vandaag de dag kan er geen sprake zijn van kunst voor het plezier, wat voor trancedente of esthetische betekenis men daar verder ook aan geeft.. ..Kunst wordt ergens anders gemaakt, daarbuiten, op een andere planeet, (ver van die realiteit) die we op een andere manier waarnemen; kunst ìs het andere..' (1952)
- 'De manier van kunst bedrijven tegenwoordig confronteert ons met de wijze van contempleren van Johannes van het Kruis (Spaanse middel-eeuwse mysticus, fh): stijl en ruig; deze biedt geen enkele bijkomstige voldoening of wat dan ook. Vanaf Nietzsche en Dada blijkt de kunst van begin tot eind het meest onmenselijke avontuur te zijn wat er bestaat. (Tàpies doelt o.a. op het werk van Fautrier en Dubuffet, fh)' (1952)
- 'esthetische ideeën beschouw ik nooit als op zich bestaand, maar als functie ten opzichte van politieke of morele waardes.' (1976)
- 'De mensen in herinnering roepen waar het in werkelijkheid om gaat, hen een thema te geven om over na te denken, in hen een schok teweeg brengen die hen uit de waan van het niet-authentieke trekt, zodat hij zichzelf ontdekt en zich bewust wordt van zijn werkelijke mogelijkheden.' (1976)
- over zijn vroegere Artepovare-kunst:'(Mijn schilderijen.. fh) zijn voor de eerste keer in de geschiedenis muren geworden.'
- '(over zijn toenmalige eenvoudige materialen zoals stro, en touw, fh): 'de hoogste wijsheid neemt het nederigste lichaam aan.'
- 'Bevestigden de allermodernste wetenschapsmensen de denkbeelden van sommige oude filosofen en de intuïtieve visies van mystici, dichters en kunstenaars? Ongetwijfeld was de behoefte die ik vaag voelde om nieuwe materialen in de schilderkunst te gebruiken, naast de invloed van enkele meesters, het gevolg van een poging om sommige problemen die door de materie, de substantie, en de natuur werden opgeworpen in gedachten te roepen. Meer dan enige andere factor telde waarschijnlijk de onvrede over de kwaliteit van het olieverfschilderij en mijn ongenoegen met het geloof in de geaccepteerde, klassieke wereld. Daarom leek me alles wat ik deed een vorm van verguizing van de weldenkende.' (1977)
- 'Bijvoorbeeld de symboliek van het stof, met zijn vele tegenstrijdigheden; dat wil zeggen de innerlijke overeenkomst van het diepste wezen van mens en natuur. De symboliek van as, aarde, van modder en klei waaruit de mens voortkomt en waarna hij terugkeert; de symboliek van de zandkorrels die duidelijk de fragiliteit en onbeduidendheidvan ons leven aantoont en de solidariteit die eruit blijkt wanneerje bedenkt dat de verschillen tussen ons (mensen, fh) dezelfde zijn als tussen de ene en de andere zandkorrel, dat wil zeggen geen enkel verschil.' (1977)
- 'Hoeveel mogelijkheden kunnen niet voortkomen uit het beeld van de'muur' en alles wat daaruit afgeleid is. Scheiding, afzondering;klaagmuren, gevangenismuren, getuigen van het verlopen van de tijd;gladde, kalme, witte oppervlaktes; gekwelde, oude, vergane opper-vlaktes; tekens van menselijke ingrepen, sporen van objecten, natuurkrachten; indrukken van strijd, van inspanning, van verwoesting,van catastrofes of van opbouw, scheppen en evenwicht; resten van liefde, smart, afkeer, wanorde; romantische betovering van ruïne-aanslibbing van organische stoffen; vormen waaruit het ritme van de natuur en de spontane beweeglijkheid van de materie is af te lezen..' (1980)
- 'De kunstenaar mag zich met het volste recht op het standpunt stellen dat hij geen ideeën overdraagt, geen preken houdt, noch dat hij door communicatietechnieken van massabeïnvloeding mensen wil bekeren.. ..beter dan het overdragen van allerlei wijze raad kan hij het leven tonen; zou hij krachten kunnen opwekken die in ieder sluimeren; hij zou kunnen uitnodigen tot het maken van directe en persoonlijke ervaringen.' (1983)
- 'Mijn schilderkunst is met meerdere betekenissen opgeladen, zoals een beweeglijke taalstructuur. De werkelijkheid bevindt zich nooit direct in het beeld. Zij ontstaat pas door de associaties in het hoofd van de kijker. Dat wat men als werkelijkheid in de schilderkunst aanwijst is slechts een teken, een geheim teken voor werkelijkheid.' (1987)
- 'Op gelukkige momenten kan deze (suggestieve) uitstraling (van het schilderij, fh) een kijker zo in zijn ban krijgen, dat deze via allerlei gedachteassociaties tenslotte tot die .. .. gebieden gebracht wordt, die mij ook zo hadden bewogen en waarvan ik dacht andere mensen daar op te moeten attenderen.' (1988)
- 'Een tatoeage bestaat slechts onscheidbaar van de huid zelf. Zoals een tekening altijd een insnijden is in het materiaal en daardoor er niet van gescheiden kan worden.'
- 'Een kruis kan een vorm zijn om iets ruimtelijks mee uit te drukken. Zoals de coördinaten van de ruimte. Dat zou je de eerste betekenis of zijn eerste relevantie kunnen noemen. Een kruis kan ook staan voor iets doorstrepen. Het kan ook een teken zijn voor een versperring. Een gekanteld kruis, dus een X, kan een symbool voor het geheime, iets voor de andere zijde. Dan kan ik ook nog een kruis zo schilderen dat ik twee balken met elkaar verbindt en het aldus omvorm tot een teken voor het onbegrensde. Zo zijn er dus vele soorten kruizen en X-tekens in mijn werken.' (1988)
- 'In het bijzonder (hield ik, fh) me bezig met talrijke fenomenen die nauw samenhangen met zowel de daad van het scheppen zelf, als met de door de kijker bepaalde vormen en beelden.' (1988)
- refererend aan Schwitters en (Duchamps, fh): In het potentieel aan absurditeit, dat in de disparate combinatie van de meest uiteenlopende, maar op zich gewone alledaagse dingen (Schwitters collages, fh) schuilde, evenals in het op zich presenteren van een gewoon voorwerp (de industrieproducten van Duchamps, fh) losgeweekt uit zijn vertrouwde context, is wel de radicaalste – in zijn werking vergelijkbaar met een Japanse Zen-koan – paradox te zien, die de moderne kunst heeft voortgebracht; een van de krachtigste impulsen die van haar is uitgegaan (1988)
- 'Het kon er dus niet om gaan terug te vallen op de traditioneel als waardig of als sacraal gewaardeerde voorstellingen en vormen, maar juist omgekeerd; hoofddoel moest zijn om alles wat tot dan toe als gering en armzalig werd gezien nu eindelijk als 'acraal', als kunst te realiseren..' (1988)
- 'Zonder actieve toeschouwer bestaat er geen kunst. Zoals er geen licht bestaat zonder ogen.' (1999)
- 'over de ambivalenties in zijn werk: '(Ik) wordt daardoor op de voorwaarden en op wetten van het waarnemen zelf gericht, die aldus toegepast zelf een thema worden. (Mijn) bewustzijnactiviteit, zoals ze afhankelijk van het werken zelf verloopt, wordt zo het onderwerp van mijn (eigen) aandacht, en juist in deze voyeuristische verhouding tot de eigen waarneming en het ervaren van het onderwerp toont zich de bewustzijnsanalytische dimensie van het werk.' (1999)
- 'De fanatici van het realisme heb ik dikwijls gezegd dat er geen enkel realisme in de kunst bestaat; die bestaat enkel en alleen in het hoofd van de toeschouwer. Kunst is een teken, een ding dat de werkelijkheid in onze mentale voorstelling naar boven roept. Zo zie ik ook geen enkele tegenstelling tussen abstractie en figuratie..'
- 'Belangrijker dan het beeld aan een strenge intellectuele analyse te onderwerpen is het dat de toeschouwer de aanzet volgt, die – in meerdere of in mindere mate voor hem duidelijk - zijn geest in beweging zet.'
- 'De materiële aanwezigheid van het werk dient slechts als een drager die de beschouwer uitnodigt om deel te nemen aan het veelomvattende spel van de duizend en een mogelijke gevoelens en visies.'
- '..beginnend bij het naderen van de plek van het schilderen terwijl men 'de leegte in het denken' tot stand brengt, tot aan de methode van 'het vliegende wit', van de regel van de eenmalige penseelstreek.. ..bestaat er een volledige traditie waarbinnen de kunstenaar zich volkommen bewust is van het feit dat slechts 'de zuivere en lege spontaniteit' hem in staat stelt alle verschijnselen zonder aarzelen te omvatten, en werkelijk tot aan de wortels van de dingen door te dringen.' (1999)
Bronnen:
- 'De Tweede helft - beeldende kunst na 1945', Ab de Visser, SUN 2005
- 'Tapies, Werke auf Papier, 1943 – 2003', Kunsthalle Emden, 2004
- 'Wikipedia', engelse versie