Anne Frank
Uit Wikiquote
Anne Frank (1929-1945) was een uit Duitsland afkomstig Joods meisje dat een dagboek bijhield in de periode dat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog zat ondergedoken in Amsterdam. Ze werd verraden en overleed in het concentratiekamp Bergen-Belsen:
[bewerken] Uit het dagboek
- "Ik zie hoe de wereld langzaam steeds meer in een woestijn herschapen wordt, ik hoor steeds harder de aanrollende donder, die ook ons zal doden, ik voel het leed van miljoenen mensen en toch, als ik naar de hemel kijk, denk ik dat alles zich weer ten goede zal wenden, dat ook deze hardheid zal ophouden, dat er weer rust en vrede in de wereldorde zal komen."
- "Er is nu eenmaal in de mensen een drang tot vernielen, een drang tot doodslaan, tot vermoorden en razend zijn, en zolang de gehele mensheid, zonder uitzondering, geen grote metamorfose heeft ondergaan, zal de oorlog woeden, zal alles wat opgebouwd, aangekweekt en gegroeid is, weer afgesneden en vernietigd worden, om daarna opnieuw te beginnen!"
- "Hoe prachtig is het, dat niemand een seconde hoeft te wachten om te beginnen met de wereld te verbeteren."
- "Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m'n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit mijn dagboek spreekt, maar... of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien."
- "Wij, jongeren, hebben dubbele moeite ons te handhaven in een tijd waarin alle idealisme vernield en verpletterd wordt, waarin de mensen zich van hun lelijkste kant laten zien, waarin getwijfeld wordt aan waarheid, recht en God. Dat is het moeilijke in deze tijden: idealen, dromen mooie verwachtingen komen nog niet op of ze worden door de gruwelijkste werkelijkheid getroffen en zo totaal verwoest."
- "Ondanks alles geloof ik in de innerlijke goedheid van de mens."